Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Laten we (het) maar

Door Tim de Waal Malefijt

Het is winter, en het is koud. Harde hagelstenen gieten uit de lucht. Na hun lange tocht naar beneden kletteren ze hard op de koude straatstenen en stuiteren een stuk terug omhoog, alsof ze proberen zo snel mogelijk weer terug te keren naar waar ze vandaan komen. Maar helaas, het lukt niet om terug te komen. Niet meteen. Al gauw worden ze weer richting de koude stenen getrokken en moeten ze de laatste seconde van hun vorm uitzitten op deze vreemde vlakte, deze rare wereld. Beetje bij beetje worden ze verlost, al smeltend verandert hun vorm en begint een nieuwe tocht. Een lange en moeizame tocht terug naar waar ze vandaan komen. Een vreemde tocht aangezien wanneer ze weer eenmaal van boven naar beneden vallen, ze in principe ook weer terugvallen naar waar ze vandaan komen. Toch lijkt het terug komen naar waar het vandaan komt altijd de missie. Altijd het doel van het huidige bestaan. Terug naar dat punt, dat punt dat beter lijkt dan dit punt. En zo vullen de hagelsteentjes de harde straattegels met hun avontuur, hun verhaal. Hun eeuwige verhaal naar het terugkeren naar waar het vandaan lijkt te komen. Tot hopelijk een moment dat ze begrijpen, dat ze er al zijn. Dat ze er altijd zijn. Ze zijn altijd waar ze vandaan komen, ze hoeven nergens meer heen. Ze kunnen genieten van een eeuwig gevoel van voltooiing en rust. Of ontneemt het hen juist alle rust? Als het avontuur wegvalt, als de reis wegvalt, als de strijd wegvalt? Wat creëert dan nog waarde? Wat schept contrast? Wat gaan de stukjes hagel doen als ze zich altijd in voltooiing begeven? Ontstaat er misschien wel een ernstig verlangen om verder te kunnen? Om een nieuw doel te vormen en daar onder te kunnen lijden? Wat is de volgende stap voor deze stukjes bevroren water? Is dat een nieuw leven? Een ander leven? Een complexer leven? Misschien is het deze winter tijd voor sommige stukjes hagel om verder te gaan, om zich te transformeren tot een groter zijn, meer variatie en vooral meer problemen. Een leven op benen misschien, of juist iets met vleugels. Iets met zoeken naar eten en een dwang tot voortplanting. Iets met gevoel, iets met een nieuw soort pijn. Iets met iets doen waar je spijt van hebt of krijgt. Iets met verwarring en tegenstrijdigheden. Voor nu vallen de hagelstenen nog op twee rode handen. De handen van Tim. Want Tim heeft zich al een tijd geleden aan complexe problemen gewaagd. Veroordelingen hebben hem per dag meer in de greep. Veroordelingen van hem zelf. Dingen die wel en niet mogen. Dingen die wel en niet horen. Tim heeft een sterke drang om af te wijken van alles dat deze wereld van hem lijkt te verwachten. De leefregels van zijn ouders, de thematiek van de tekenfilms die hij ‘s ochtends kijkt en vooral het gefixeerde pad dat deze maatschappij blijkbaar al voor hem klaargelegd heeft, als het asfalt van een snelweg. Hij wilt er van afwijken, nee hij moet er van afwijken! Het is niet wat hij is. Hij lijkt wel een vreemde in dit land, een vreemde op deze planeet! En toch zit de veroordeling in hem zelf. Zit de angst in hem zelf. Want ook al wordt hij gebombardeerd met al deze vreemd ruikende regels en verplichtingen. Hij houdt ze er zelf op na. Hij zorgt dat ze opgevolgd worden en bovendien! Hij zorgt ervoor dat er gestraft wordt als ze niet opgevolgd worden. Één van deze straffen loopt hij nu uit. Met zijn handen recht voor zich uit, prooi aan de harde inslag van de hagel. Hij heeft dit verdiend want vandaag is een belangrijke regel gebroken. Langzaam stapt Tim over de witte tegels de straat door naar huis. De hagelstenen voelen als de klappen van tientallen elastiekjes. Maar hij heeft dit verdiend. Vandaag op het schoolplein heeft hij dingen gezegd die kinderen niet mogen zeggen, die mensen niet mogen zeggen! Bijna net zo slecht als roken! Of drinken! Naast de regel die zijn ouders hem opgelegd hebben over het door moeten lopen als andere kinderen lelijk tegen hem doen is er eigenlijk maar één regel belangrijker. En dat is niet vloeken. Geen lelijke woorden zeggen. En toch. Toch was de drift zo sterk om het te doen. Toch kon hij het niet laten en heeft hij onschone klanken zijn mond laten ontsnappen in een opwelling. In een enthousiasme, in een nieuwsgierigheid. En de veroordeling lijkt altijd later te komen. Op het moment dat hij het hek van de school uitloopt, op het moment dat hij weer alleen is. Dan komen de gedachten en boze stemmen. Dan staat hij er ineens alleen voor en valt hij ten prooi aan de zwepende veroordelingen, van hem zelf. Zijn buik blaast zich op van angst en voornemens vullen zijn hoofd. Voornemens om dit nooit meer te laten gebeuren. Dit mag nooit meer gebeuren. Dit is verschrikkelijk, zo zal hij misschien toch nog wel in de hel eindigen. Als die bestaat. Maar er zal vast iets zijn, zo’n plek, waar hij zonder twijfel terecht zal komen, als hij zo door gaat. Als hij zo door blijft gaan. Met deze zonden. Er zit nu maar één ding op, en dat is straf. Lijden, pijn. Laat maar zien hoeveel spijt je hebt. En zodoende loopt hij het hele stuk door de keiharde hagel. Stappend over de witte stenen. Zijn muts af, en zijn handen ontbloot recht vooruit. Elke inslag wast een stuk van de veroordeling weg. Elke pijnprikkel geeft hem een excuus om zichzelf te vergeven. En vlak voor de deur van zijn huis mag hij weer kind zijn. Somber gaat hij op de bank zitten en kijkt naar buiten. Dat hagel zijn, dat was zo gek nog niet.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch