Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Lief kind,

Door Judy Lijdsman

Lief kind,

Ik ben je nogal wat verschuldigd.
Op z’n minst een uitleg wáárom je niet zult bestaan.
Waarom ik het niet ga laten gebeuren dat je kunt ontstaan.
Om die macht heb ik nooit gevraagd, maar ik heb hem wel gekregen en nu zit ik er mee.
Ik denk dat je een slim kind bent, dus dat je het gaat begrijpen.
Slim als je bent vraag je me nu ‘Wie ben jij om te bepalen dat het beter is dat ik niet besta?’
Mijn antwoord daarop is een vraag. ‘Wie ben ik om jou op de wereld te zetten?’
Want dat vind ik nogal wat.
Ik voel nu al zo veel genegenheid voor je dat ik je met alles dat ik in me heb in bescherming wil nemen. Tegen de ellende in de wereld – waar je nog geen weet van hebt – tegen mijn eigen onkunde en onwetendheid als moeder – waar je ook nog geen weet van hebt, en ikzelf trouwens ook niet – tegen de pijn die je zult gaan voelen als je je teen stoot waarvan de nagel is ingegroeid. Of hoe rot het voelt als je hoge koorts hebt en er niemand in de buurt is om je even een koud washandje te brengen. Of het onmetelijke verdriet als je iemand verliest. Dat doet zo godvergeten veel pijn. Dat wil ik je niet aandoen.
Het is een rotwereld, moet je weten.
We zijn hier met zo veel – tè veel – mensen en we hebben het helemaal niet in ons, elkaar verdragen. Al zolang we er zijn doen we elkaar verschrikkelijke dingen aan – ik krijg kippenvel als ik er aan denk. De Holocaust, terroristen die zichzelf opblazen en onschuldige anderen mee de dood in sleuren en diepe groeven achterlaten, mannen die vrouwen verkrachten, volwassenen die kinderen misbruiken, kapitalisten die armoede in de hand werken, jongeren die zichzelf in hun armen snijden, geliefden die elkaar bedriegen, zogenaamde boeren die volgespoten kippen met z’n duizenden op elkaar in kleine kooien proppen. Allemaal voor hun eigen gore gewin. We zijn een smerig soort.
Terwijl van deze genoemde mensen iedereen als smetteloos kind geboren werd.
Maar toch ging het mis.
Zo. Vaak. Gaat. Het. Mis.
Met jou mag het niet mis gaan. Jij moet puur en gaaf blijven.
Dat is misschien wreed van me, maar minder wreed dan je ongevraagd de wereld in te slingeren.
Toch?
En, ik wil dat jij mij ook niks aan kunt doen.
Je kunt me nooit in de steek gaan laten.
Niet door m’n vingers glippen. Want wat je niet hebt, kun je niet verliezen.
En je kunt nooit het geluk van mij en je vader komen verstoren. Ik zou mezelf haten als ik je dat ooit zou verwijten.
Dat ga ik dus niet laten gebeuren. Blijf maar waar je bent. 
Ik weet niet precies waar dat is, maar ik gok er op dat het daar beter is voor je. 

Je mag me laf vinden omdat ik niet durf. Dat mag echt. Ik ben het zelfs een beetje met je eens.


Omdat ik van je houd wil ik het goed maken met je.
 De pijn en ellende bespaar ik je, maar omdat je nooit de mooie dingen van het leven zult beleven ga ik je vanaf nu elke week schrijven. Elke week een brief over de schoonheid.
Ik zal mijn uiterste best doen je deelgenoot te maken van mijn leven zodat het het jouwe kan worden.
Ik zal schrijven over delicate details en heerlijke verrukkingen. Over magische momenten, zoete smaken, zoute tranen van geluk.

Terwijl ik dit schrijf valt er een grijze haar op m’n donkerblauwe vest van wol. Ben je me nu echt aan het laten zien dat ik niet zo veel tijd meer heb om me te bedenken?

Laten we het volgende afspreken.
Als je na het lezen van mijn brieven heel, heel zeker weet dat je er wilt zijn, geef je me dan alsjeblieft een teken?

We hebben nog een paar jaar.

J.

1 reactie

Janneke

dinsdag, 22:16

Je Buitenkunstige brief ….
Het blijft prachtig.
Opnieuw geraakt.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch