Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Liever verliefd

Door Emma Albers-Gobes

❤ Liever verliefd ❤

Dat het leven als een zucht voorbij vloog, daar was ze al lang achter. Zó maakte je een staartje van de Tweede Wereldoorlog mee, ging je van de lagere school naar het gymnasium, werkte je een poosje, trouwde je en kreeg je kinderen en kleinkinderen, die al net zo snel ouder werden als jijzelf.
Natuurlijk, er zaten tachtig jaren tussen, tachtig mooie, nooit saaie jaren, waarin haar veel was gegeven, maar waarin ze ook veel had verloren. Veel mensen vooral. Dat haar ouders dood gingen, was een natuurlijk verschijnsel, ze had het geluk gehad ze lang om zich heen te mogen hebben. Dat mensen in haar omgeving veel te jong stierven, was onverdraaglijk, maar werd verwerkt; ‘that’s life Ma’, zei een zoon; ‘shit happens’, maar dat er de laatst tijd zo veel goede vrienden wegvielen om nooit weer terug te keren, was moeilijker te verkroppen en maakte haar voornemen om van elke dag te genieten moeilijker te verwezenlijken.
Nu was Toon weer overleden. Toon, met wie zij en haar man zestig jaar bevriend waren. Zijn weduwe leefde nog, ook negentig jaar en aan het dementeren, wat een gelukje was, want daardoor besefte ze niet helemaal dat haar man niet meer terug zou komen. Nooit meer. Glimlachend, mooi aangekleed en breekbaar, zat Nettie tijdens de crematieplechtigheid in haar rolstoel te kijken naar de beelden die op een scherm, hoog boven de kist met foto’s en bloemen, werden vertoond. Daar ging het leven van Toon aan haar en ons voorbij, eerst als jonge man, later als trotse bruidegom, vader en opa. De door hem geliefde muziek vormde een toepasselijke achtergrond. ‘Zeilen op de wind van vandaag’, stond op de rouwkaart en dat was wat Toon en Nettie de laatste jaren deden, indachtig het liedje waarvan ze hielden.
‘Zeilen op de wind van vandaag’, ze vond het wel een mooi motto, weer eens wat anders dan ‘pluk de dag’, of ‘maak van elke dag een feestdag’. Van die slogans die leuk klonken zolang je je goed voelde. Zodra je ziek was of pijn had, was het een stuk moeilijker om de dag te plukken en probeerde je slechts er zo goed mogelijk doorheen te komen, mét het maximaal toegestane aantal pijnstillers.
Ze deed nochtans haar best, was geïnteresseerd in wat er om haar heen en in de wereld gebeurde, ze oefende als een bezetene op haar altviool om mee te blijven komen in het orkest waarvan ze deel uitmaakte, las mooie boeken en onderhield de contacten met haar buren.
‘Je bent zo oud als je je voelt, wat is leeftijd. Toch alleen maar een getal?’ Mooie woorden, maar hoewel ze zich altijd jonger had gevoeld dan haar kalenderleeftijd aangaf, voelde ze zich de laatste tijd vaak een tachtigjarige en besefte ze elke dag dat er nog maar weinig tijd voor haar lag. De horizon, waarachter je in het niets kukelde, kwam snel dichterbij.
Zelfs de wens om nog één keer verliefd te worden en iemand te vinden om van te houden, iemand om te mogen aanraken, iemand om voor te koken, om mee te dansen, te strelen en te kussen, zelfs die wens was na dat laatste afscheid naar de achtergrond geraakt.
‘Het is voorbij’, dacht ze, nu ben je echt oud, nu ben je niet meer dat meisje van vroeger, dat altijd weer verliefd kon worden. Kijk in de spiegel; je ogen stralen niet meer’.
Het lastige daarbij was, dat ze de laatste tijd echt wel een paar keer verliefd was geweest. En behoorlijk verliefd ook, met foto’s die ze kuste, gedichtjes die ze schreef en een heerlijk warm gevoel als ze aan haar droombeeld dacht. Ja, droombeelden waren het, dat wel, en altijd waren het jongere mannen van in de zestig, waarop ze haar affectie richtte. Mooi hoefden ze niet te zijn, hoewel ze het in haar ogen wel waren, Belangrijker was dat ze intelligent en creatief waren, dat ze een bepaalde intensiteit uitstraalden bij wat ze deden.
De eerste keer na de dood van haar man werd ze verliefd op een radiopresentator, Ach, wat had die man een mooie stem, wat kon hij prachtig gedichten voordragen en wat wist hij veel van klassieke muziek. Zijn foto werd gedownload en ze hoefde die maar op te slaan of ze voelde zich gelukkig.
Haar Italiaanse leraar was nummer twee, hem vond ze vooral leuk omdat hij zo grappig was en als een bewegelijk acteur voor de klas dingen uitbeeldde, waardoor ze om hem moest lachen. Italiaans leerde ze ook van hem en tijdens haar reis naar Sicilië dacht ze met dankbaarheid aan hem, als ze in staat bleek in een restaurant haar bestelling in het Italiaans op te geven. Dat het daarbij bleef qua taalgebruik maakte niet uit, met Engels kwam je ook een eind, maar ook deze Mauricio bezorgde haar mooie herinneringen en via You Tube luisterde ze af en toe nog naar het liedje ‘Azzurro’, dat hij tijdens een van zijn lessen gebruikt had. Ze werd er nog altijd vrolijk van.
De laatste man, die haar hart sneller deed kloppen, was de dirigent van het orkest waarin ze speelde. Hij had mooie handen en prachtige ogen en van hem vond ze de de intense blik waarmee hij naar het orkest luisterde zijn allermooiste eigenschap. Ze voelde zijn oren door zijn ogen, zo mooi!
Net als in haar jeugd gingen haar verliefdheden na een tijdje weer voorbij, maar ze gaven haar levenslust en de kracht om opgewekt door te gaan met leven, ‘s morgens vaak wakker wordend met het besef dat ze ‘hem ‘ weer kon horen of binnenkort kon zien.
Zestig jaar was ze getrouwd geweest met haar eerste liefde, haar man op wie ze ook smoorverliefd geweest was. Dat die verliefdheid zoetjesaan was afgezwakt en had plaatsgemaakt voor verbondenheid en een door dik en dun steunen van elkaar was misschien het lot van elk langdurig huwelijk en dat hij steeds weer verliefd werd op andere, jongere vrouwen had ze tenslotte aanvaard, omdat er tegenover stond dat hij haar haar vrijheid gunde.
Na zijn dood had ze gehoopt nog één keer iemand te vinden op wie ze verliefd kon worden, die dat ook op haar zou zijn, maar dat bleek een onrealistische droom.
En hoewel ze de laatste tijd dacht dat verliefd worden er voor haar niet meer in zat, bleef ze hopen op een ontmoeting met iemand, waarmee er een vonk zou overspringen. ‘Een vonk die oversprong’, dat vond ze nou een mooi cliché, dat precies weergaf wat er gebeurde als er sprake was van wederzijdse verliefdheid. En eigenlijk dacht ze, dat toeval niet bestond en dat veel dingen voorbestemd waren om te gebeuren. Ze had daar zo haar bewijzen voor, dacht ze. Dus, ach, wie weet, ze had nog even, als het meezat,.
Ja, besloot ze, ze zou blijven hopen, want wat moest ze anders? Zonder verliefdheid was het leven kaal en kil. Ze was nog niet dood en wie weet werd ze honderd. Hoop doet leven toch? Dus waste ze haar haren, stak ze op en deed er een bloem in.
Waar bleef hij toch, die oude prins? Hij hoefde niet op een wit paard te zitten, desnoods liep hij met een rollator, als hij nog maar die twinkeling in zijn ogen had die ze zo graag zag. .

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch