Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Luchten

Door Rosie Oceans

‘Wil je luchten?’ Een blonde man kijkt door het vierkante raampje van mijn cel. Nooit hoorde ik een poëtischere vraag dus: ‘ja, graag’
Ik lag naar een vlieg te kijken die op de gele muur zoemde. Hij zoemde naar het enige, minuscule rode vlekje op de muur, ik hoorde water uit het kraantje druppelen, dit de vlieg en ik waren even het tikken van de tijd, naast de ijzeren toiletpot zonder bril. Ik mag badslippers aan,  ‘het is boven nat, net schoongemaakt’ ze liggen in een soort bezemruimte ‘je kan een jas aandoen, maar het is mooi weer’ hij glimlacht. Ik draag sokken met beertjes erop geborduurd, die ik van Jan heb gekregen. ‘Fasjon’ zeg ik.  In de lift sta ik achter een hekje. De agent vraagt of ik rook, ik zeg ‘ja, krijg ik nu een sigaret?’ Hij geeft me er twee. Ze doen het hekje open, dat ze niet helemaal dicht hebben gedaan, ik lijk ongevaarlijk. Hij pakt een gele aansteker uit zijn zak ‘ik steek ‘m nu aan, en de volgende kan je daar weer mee aansteken, je kan op de bel drukken als je klaar bent’ en de liftdeuren sluiten. Op het dak op het (hoofd) politiebureau Marnixstraat is de lucht is van tralies, waardoor de plassen op het blauwe dak gestreept zijn. De lucht is zo mooi zo dat ik Menno erover wil vertellen. Ik rook: het is een goedkope sigaret. De wolken zijn voor mij genoeg, ik steek de volgende niet op, doe ‘m in de zak van mijn joggingbroek waar ze het touwtje uit hebben geknipt opdat ik mezelf niet ophang. Ik gooi die peuk niet op de grond maar in de lege asbak: ik ben recalcitrant genoeg geweest voor vandaag, now I want to be a good girl. Ik loop nog een paar rondjes maar de lucht verveelt snel. Ik begin de bel te zoeken, vind ‘m aan de weerzijde van de lift en voordat ik het weet druk ik erop. ‘Hey lekkerding, wat kan ik voor je doen? Klinkt er. ‘Sorry, ik verstond je niet goed’. 

‘Hoi, wat kan ik voor je doen?’ 
‘Je zei dat ik op de bel moest drukken als ik klaar was met luchten: ik ben klaar met luchten’. 

‘Oké, we komen je halen’ klinkt er, ik denk joviaal gedecideerd aan de andere kant van de intercom. Ik mag weer achter het hekje: weer niet helemaal dicht. ‘Waar ben je hier voor?’ ‘winkeldiefstal’ zeg ik ‘eerste keer?’ vraagt hij, hij leek even hoopvol naar me te kijken. ‘ja’ antwoord ik. Hij glimlacht, lijkt een beetje opgelucht voor me te zijn. We lopen langs een man die net boeken bij de cellen is komen langsbrengen, dit is echt luxe, g – denk ik, ‘mag ik ook een boek?’ ‘Tuurlijk mag je een boek’ Ik inspecteer ‘wel veel christelijke shit’ ‘ja dat zijn de enige die doneren’ ‘wat! worden er boeken gedoneerd? als ik ooit vrijkomt ik boeken langsbrengen oké?’ Zij lachen, ik ga op mijn hurken zitten, om de onderste plankjes van dit boekenkarretje te inspecteren ‘ik ben literatuurwetenschapper dus dit duurt even’ bluf ik. ‘neem je tijd’ (de politie heeft agenten die uitvallen vanwege te hoge werkdruk)  ik kijk, vraag of ik de andere kant mag bekijken ‘dat is alleen in buitenlandse talen’ ‘engels?’ vraag ik. ‘Nee, alleen andere, maar hier ligt nog een stapeltje’. Ik pak het boek dat het mooist gebonden is, Ecuador van Henri Michaux, uit het frans vertaald naar het nederlands. ‘Dit lijkt me wel iets, ik ben nog nooit in Ecuador geweest’ ‘oké veel leesplezier’ hoor ik nog van de blonde agent met de gekke tattoo op zijn arm voor dat de metalen deur van mijn celdeur sluit. Politie-uniformshirts heb je met lange en korte mouwen, de agent die reed toen ik voor het eerst in een politieauto zat moest zijn korte mouwen uniform wassen, zo lang was het al warm in oktober, daarom had hij zijn lange mouwen shirt aan. ‘Hebben jullie maar twee uniforms?’ Oeps, verkeerde vraag, ze reageren het een korte knik. De agent die naast me zit, ik denk dat dat protocol is, dat er iemand naast je zit, stel je pakt ze opeens bij de nek, tegelijkertijd, voordat een van hun op je kan schieten, enfin, Menno, ik zit dus naast die agent met korte mouwen en hij zegt dat hij het zo warm heeft ik zeg ‘ja zal wel warm zijn zo’n uniform’ 

Vandaag ben ik opgepakt en nu heb ik een strafblad. De man met korte mouwen uit de auto heeft tot tweemaal toe mijn vingerafrukken afgenomen en ik sta goed op mijn mugshot. Ik lig op een matras met rubberachtig plastic eromheen en ze hebben me eenzelfde soort kussen gegeven en wegwerplakens, ik denk aan het klooster waar ik twee weken geleden nog was en ik vind het licht hier mooier, Menno, hier, het licht. Als ik op mijn bed sta is het raam op mijn schouderhoogte, vanuit daar kijk ik in een schacht, waar een luchtverversapparaat lijkt te zijn neergestreken, na de schacht zijn er ramen maar die zijn zoals die van een doucheraam in oude Amsterdamse huizen maar dan in vierkantjes, dus je ziet buiten niet. Ik zie nu wel de camera, die net niet op het toiletpotje kan kijken, hoop ik, want ik heb net mijn maandverband verwisseld en dat was niet iets wat ik graag op camera heb, of op schrift, maar hier heb je het. Bloedig maandverband, we hadden het er vanochtend nog over bij mijn werkgroep, tampax-reclames en het verstoppen van ongesteld zijn: overal. Gelukkig heb je nu Libresse, zei het meisje naast me, die houden hele woke campagnes op youtube, fuck kapitalisme en vooral de mensen die erin stinken. Shit ik ben een dievegge. 

Nu heb ik het al gedaan en ik vind het eigenlijk helemaal niet erg om in een cel te zitten, ze kunnen me er niet mee straffen. Ik denk aan Nelson Mandela, of: ik denk aan de documentaire over Nelson Mandela die ik heb gezien waarin je ziet hoe klein zijn cel was, en dat hij de hele tijd moest staan of zitten. Ik lig hier op een zacht bedje, voordat ik ging luchten werd me thee of koffie aangeboden. Toen ik nog in het kleine celletje zat te wachten, wie weet waarop en aan het doorlekken en aan het contempleren was of het een goed idee was om de al bekraste muren te beschilderen met mijn ongesteldheidsbloed, was ik nog zenuwachtig. Ik zwaaide naar een agent met lieve bruine krulletjes en een snor die iets kleiner dan ik was en zei ‘ik ben ongesteld, ik heb iets van een tampon of maandverband nodig’ Hij ‘Oké ik ga het even aan iemand vragen’ Kwam er een andere man terug die zegt dat ik met hem mee mag lopen. ‘Mevrouwtje is ongesteld, heb jij een maandverbandje voor haar’ Een vrouwelijke agente, een andere dan de twee door wie ik net gefouilleerd werd, kijkt achter een deur en komt met een maxi pak een karretje en zegt ‘ik geef je er meteen twee’ ik bedank haar, ze heeft de verbande aangeraakt met haar vingers en ze zijn niet helemaal in plastic verpakt, er zit alleen een klein aan de onderkant zo breed als een plakbandje dat je eraf moet trekken om het in je onderbroek te kunnen doen. Ik stond toen ook voor het hekje. ‘hier kan je je maandverband verwisselen, hier zijn lakens en een deken. ‘Oh fijn, dan kan ik een dutje doen’ zeg ik zonder ironie.

De man in de cel naast me blijft maar schreeuwen. Er staat een Arabische tolk op de luidspreker van een telefoon, tenminste, dat is wat ik de politieagent hoor zeggen. Er volgen mededelingen over dat hij overgedragen wordt aan de vreemdelingenpolitie en hij zich op 4 december moet melden op dit politiebureau om 11 uur, je kan op die dag gaan kijken, de dag voor Sinterklaas, denk ik, dan kan je zien of hij er dan ook is. Dan kan ik eindelijk zijn gezicht zien, hoop ik, want nu hoor ik hem alleen maar schreeuwen.

1 reactie

Rania maksar

zondag, 13:18

Wat een white privilige kotswerk is dit zeg, getverdemme. Jezelf vergelijken met nelson mandela en daarna zo zielig doen dat je vast zit in een celletje, schat je hebt wat gestolen en je bent gepakt klaar. Je gaat niet 100 jaar vast zitten. Wat een schreeuw om aandacht. Heb je ooit uberhaupt aandacht gekregen van je ouders want ik lees namelijk Daddy issues.

0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam