Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Maanmeisje

Door René Liefaard

Maanmeisje

Mondelientje was van de maan gevallen. Nog duizelig van de val tastte ze om zich heen. Ze lag plat op haar gat in iets zachts. Het was in ieder geval iets dat mee veerde als ze bewoog. Ze keek om zich heen en naar boven. Daar was het wit en blauw. Wat een wonderlijke kleuren! Ze wilde rechtop gaan zitten, maar het spul waar ze op lag gaf mee en het leek of ze opnieuw ging vallen. Ze hoorde stemmen. Ze kwamen van beneden.
”Hier kwam dat ding neer”, riep een jongen opgewonden. ”Misschien is het wel een meteoriet. Of de resten van een raket”.
”Doe niet zo dom”, antwoordde een meisje. ”Als het een meteoriet was of een raket dan was de hele boederij meteen weg hoor”.
”Daar! Boven op de hooiberg. Het lijkt wel of ik handjes zie”.
Mondelientje keek over de rand. ”Hoe kom ik hier af?”, piepte ze.
”Ik pak wel een trap”, zei de jongen. Mondelientje klauterde naar beneden.
”Waar ben ik?”, vroeg ze.
”Op de boerderij van opa en oma”, zei het meisje. ”Ik ben Gwendolien en mijn broer hier heet Thomas. Waar kom jij vandaan?”
”Ik ben van de maan gevallen”, antwoordde Mondelientje.
Thomas proestte het uit. ”Dat kan toch helemaal niet!”, riep hij.
Maar Gwendolien reageerde: ”Ze zegt het toch? Wat is er gebeurd?”
”Ik deed een wedstrijd met andere kinderen wie het hoogste kon springen en ik sprong zo hoog dat ik niet meer terugkwam en na een hele tijd kwam ik hier terecht. Ik ben een beetje duizelig geloof ik”.
”Je bent in de hooiberg gevallen. Lekker zacht”, zei Gwendolien.
”Het ziet er hier allemaal zo anders uit”, zei Mondelientje. ”Al die kleuren. En ik heb geen idee wat een boerderij is. En het licht is helemaal anders”.
Mondelientje had zich niet bezeerd en wilde lopen. Maar wat voelde ze zich zwaar. Alsof de grond haar naar beneden trok. Iedere stap die ze zette kostte moeite.
”Oh, dat is de zwaartekracht”, zei Thomas wijsneuzig. ”Op de maan ben je veel lichter. Het is veel moeilijker om van de aarde af te springen dan van de maan”.
Daar dacht Mondelientje over na. Toen werd ze bang en moest ze huilen. ”Maar ik wil terug naar de maan! Daar wonen mijn vader en moeder en vriendinnetjes. En ze maken zich vast zorgen als ik lang wegblijf”.
Mondelientje ging zitten, en de anderen bleven er beteuterd bij staan.
”Misschien eens aan Rick vragen hoe het verder moet”, zei Thomas tegen Gwendolien.
”Die halve gare?”, reageerde ze. ”Die altijd in die rare kleren loopt?”
”Nou zeg. Hij ziet er misschien raar uit, maar hij is wel super-intelligent hoor. En hij is mijn vriend”.
”Wie is Rick?”, vroeg Mondelientje tussen haar snikken door.
Gwendolien antwoordde: ”Die werkte vroeger op de universiteit, maar toen is ‘ie ontslagen. Hij woont verderop in het bos, maar eigenlijk wil ‘ie niemand zien. Alleen Thomas mag er komen”.
”Ja, omdat hij altijd aan het knutselen is. Dat vind ik leuk. Ik mag altijd de gereedschappen aangeven en helpen met opruimen. Hij is al heel lang bezig om een raket te maken, maar de mensen in het dorp lachen er om. Ik niet hoor”.
Bij het woord raket spitste Mondelientje haar oren. Haar vader had wel eens verteld dat er lang geleden mensen met een raket van de aarde naar de maan waren gevlogen. Hij kon zich nog die bespottelijke helmen herinneren die de mensen toen op hadden.
”Misschien kan die vriend van jou me terugbrengen”, zei Mondelientje, die opgehouden was met huilen.
”Hm. Ik weet niet of hij al zo ver is. Er waren nog wat problemen geloof ik. Ik zal er vanmiddag eens langs fietsen”.
”Maar nu gaan we je eerst de boerderij laten zien”, stelde Gwendolien voor.
Ze liepen langzaam, zodat Mondelientje de anderen bij kon houden. Ze keek haar ogen uit. Ze had nog nooit koeien gezien, of paarden, of wolken of een blauwe lucht. En dan die bomen! Het stond hier werkelijk vol met bomen. Je kon niet eens zien wat er achter de bomen was.
Die middag fietste Thomas naar zijn vriend Rick. ”Ha die Thomas!”, verwelkomde Rick hem. Thomas moest lachen om wat hij nu weer aanhad. Een soort militair jasje, knal oranje, met allemaal ritsen en gespen. Thomas legde het probleem uit. Rick was niet verbaasd. Er waren wel vaker mensen van de maan gevallen of gesprongen, maar hun verhaal werd nooit geloofd en de regering deed of die mensen gek waren. Maar hij wist wel beter. Het waren vaak juist fantasievolle en nieuwsgierige mensen die dat overkwam. Rick kon niets toezeggen. Hij was weliswaar al ver met zijn raket, lanceren zou wel lukken, maar hij tobde nog met de besturing. En vooral: hoe kreeg je zo’n ding weer veilig terug op aarde? Een raket lanceren kon je ongemerkt doen, gewoon ‘s nachts vanaf het weiland in het bos, maar de terugkomst op aarde zou opvallen. Het leger zou die raket vast kapotschieten. Zonde van al zijn werk en geld. Al zijn geld zat in de materialen en de brandstof voor zijn raket.
Mondelientje kon blijven logeren op de boerderij. Ze had de tijd van haar leven, zo mooi en bijzonder vond ze het op aarde. Maar iedere avond, als ze in bed lag, moest ze huilen, want ze miste thuis heel erg. De dagen verstreken. Thomas ging regelmatig op bezoek bij Rick. Hij hoopte dat Rick Mondelientje zou kunnen helpen, en dat mensen dan aardiger zouden oordelen over Rick.
Rick was tot ‘s avonds laat bezig met rekenen en bouwen. Hij ging zelfs een keer hulp vragen bij zijn vroegere collega’s van de universiteit, een hele stap voor hem omdat ze hem ooit ontslagen hadden. Toch lukte het niet, vertelde hij tegen Thomas, na vele slapeloze nachten.
Thomas vertelde het droevige nieuws aan Mondelientje en Gwendolien. ”De lancering, de goede richting vinden, veilig landen op de maan, dat kan ‘ie allemaal wel. Maar die raket terugkrijgen op aarde! Dat gaat gewoon niet lukken”, zei hij mistroostig.
Maar Gwendolien riep: ”Ze hoeft helemaal niet terug naar aarde! Mondelientje wil gewoon naar de maan en als jouw vriend zegt dat dat kan dan is haar probleem toch opgelost?”
”Maar al zijn geld zit in die raket. Wou je die daar dan laten of zo?”, protesteerde Thomas.
Gwendolien keek naar haar grote broer. En toen naar Mondelientje, haar nieuwe vriendin. ”Maar het zou wel héél aardig van jouw vriend zijn. En jij vind Mondelientje ook best aardig. Toch?”
Thomas kreeg een rood hoofd. ”Jij noemt Rick altijd een halve gare. En nu heb je hem ineens nodig?”
”Als ‘ie dit voor Mondelientje over heeft dan zal ik nooit meer onaardig over hem doen. Toe, vraag het maar aan hem. Alsjeblieft?”
Rick mocht dan wat afwijken van wat mensen normaal vonden, hij had het hart wel op de goede plek. Dus, na veel vijven en zessen, gaf hij toe. Hij gaf zijn mooie raket op om een hem onbekend meisje te helpen de weg naar huis terug te vinden. De lancering kon alleen gebeuren bij volle maan, als je de maan het beste kunt zien. Nog tien dagen. Mondelientje telde de dagen af en genoot nog volop van het leven op aarde, waar veel dingen zo vreemd voor haar waren.
De avond was gekomen. Of beter gezegd: de nacht, want Rick had berekend dat de raket om kwart voor twee ‘s nachts gelanceerd moest worden.
”Moet er geen TV bij?”, grapte Gwendolien toen ze met z’n allen in het open veld stonden.
”Alsjeblieft niet”, reageerde Rick. ”Dat is allemaal voor de show. Straks gaat er nog iemand zeggen dat het niet mag”.
Mondelientje gaf Thomas en Rick een zoen en omhelsde Gwendolien. ”Vaarwel! Ik vond het erg leuk hier, maar ik ga graag terug naar de maan. Daar staan tenminste niet zoveel bomen. En kan ik weer normaal lopen”.
”Vaarwel”, riepen Thomas en Gwendolien. ”Niet meer zo hoog springen hoor”.
Mondelientje ging in de eenpersoonscabine zitten. Rick deed het deurtje dicht, na haar uitgelegd te hebben wanneer en hoe ze de deur moest openen. Dan een laatste controle. Rick liep er nog eens omheen. Toen gingen ze weg van de open plek. Rick bediende op afstand de knoppen. Even veel lawaai, een felle flits, en daar ging Mondelientje. Gwendolien zwaaide haar na, hoewel ze wist dat Mondelientje haar niet meer kon zien.
De volgende dag stond er een berichtje in de krant. Omwonenden hadden iets raars gezien en een journalist was op onderzoek gegaan. Het leger zei dat er geen gevaar was geweest. De regering gaf geen commentaar. Op de universiteit hadden ze begrepen dat Rick achter deze geslaagde lancering zat. Ze wilden hem graag zijn baan teruggeven. Maar daar had ‘ie geen zin in. Zoals hij later tegen Thomas zei: ”Ik ga liever naar Amerika. Daar houden ze meer van types zoals ik”.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch