Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Maria blikt terug

Door Karen Ubachs

I

Voor mijn eenentwintigste verjaardag organiseerde Melanie een verrassingsfeestje. Ze had de hele wereld uitgenodigd. Ik werd met een smoes naar de bar gelokt en bij binnenkomst zeiden alle drie de gasten ‘Surprise!’. Nadat ik klaar was met huilen, begon de allerleukste avond ooit.

II

Veertien dagen voor zijn dood, maakte Rein mij tot zijn vrouw. Ver voor onze trouwdag koos ik voor hem. Het was de maandagochtend waarop hij zijn sterilisatie aankondigde. Ik moest kiezen, en ik koos hem.

III

‘Maria, ben jij dat? Luister, Melanie belde en heel vervelend maar iedereen heeft afgezegd voor je Mexicaanse borrel.’ Ik stond in de hal met tassen vol boodschappen. Rein riep naar beneden. Vandaag is het veertien jaar geleden, maar ik hoor zijn stem. ‘Allemaal ziek. De oppas, opa en oma’s, kinderen, baby’s, ik denk dat we blij mogen zijn dat wij niet ziek zijn.’

Ik besefte toen dat ik andere vrienden had moeten maken. Het was mijn veertigste verjaardag en mijn vrienden lieten mij met 278,- euro aan boodschappen zitten, omdat baby Roeltje voor de tweehonderdachtenzeventigste keer een snotneus had. Er was een tijd waarin ik ook een Roeltje met snotneus had gewild. Een geldige reden om naar de speeltuin te gaan. Maar rond mijn veertigste verjaardag kwam ik niet meer in de speeltuin.

Ja, er was een tijd waarin ik wel in de speeltuin kwam, maar ik zat niet goed meer op het bankje tegenover de zandbak. Nu denk je: hoe bedoel je, je zat niet goed. Neem gewoon plaats naast je vrienden en doe mee. Maar er was geen plek meer voor mij. Annelies was erbij gekomen en zij was nog steeds haar zwangerschapskilo’s niet kwijt. Ze nam een bijzonder groot gedeelte van het bankje in beslag.

Annelies kenden we niet van vroeger. Melanie was Annelies een keer tegengekomen in de Etos. Ze stonden samen bij de biologische babyvoeding en door de gemeenschappelijke deler van het vermenigvuldigen, hoorde zij er onmiddellijk bij en lag ik eruit. Annelies en haar overgebleven zwangerschapskilo’s hebben mij vaak van het bankje geduwd. Al was de val niet hoog, elke keer deed het pijn.

Melanie was mijn enige reden om naar de speeltuin te gaan. Melanie en ik kennen elkaar van vroeger. Toen we kinderen waren, was Melanie mijn beste en ik haar enige vriendin. Toen ze zelf kinderen kreeg, kwamen er andere moeders, die Melanie ‘mijn vriendinnen’ noemde.

Bij mijn laatste bezoek aan de speeltuin had Melanie haar handen vol met biologische babyvoeding. De gewilde potjes waren in de aanbieding en Annelies was zo aardig geweest om er ook vijftien voor Melanie mee te nemen. Terwijl Melanie haar best deed om de potjes niet te laten vallen, lette ze niet op mij. De val was hoog, en het deed pijn. Veertien dagen later werd ik veertig.

‘Maria, waar ben je geweest? Ik hoop toch niet dat je al boodschappen hebt gedaan. Dat zou toch zonde zijn.’

Ik had al indrukwekkend veel boodschappen gedaan. Melanie zou komen. En tijdens het eten zou ik vertellen over ons nieuwe huis, een appartement in de stad. Vlakbij een straat waar zij en ik vroeger samen hadden gewoond. Ik wist dat ze lange tijd heimwee had naar dat vertrouwde stukje van de stad en onze tijd daar. Haar hunkering naar de vrijheid van toen had ik langzaam zien verdwijnen.

Maar ik zou vertellen over de twee badkamers en de veranda in de leukste winkelstraat van de stad, met op elke hoek een biologische winkel. En ze zou toch wel iets van jaloezie voelen. Ik zou vertellen dat het appartement zoveel ramen had dat ik letterlijk met mijn hoofd in de wolken zou zitten. Dat ik weg zou gaan uit dit rijtje van huizen. Dat ik niet meer wilde doen alsof ik hier hoorde, alsof ik blij werd van het geluid van spelende kinderen. Dat ik gek werd van alle kinderfietsen op de stoep en dat ik elke keer hoopte op een flinke regenbui wanneer het stoepkrijt tevoorschijn kwam. Zou ze luisteren? Ik miste haar.

‘Maria?’

Maar in plaats van te luisteren naar verhalen over het appartement dat mijn toekomst zou worden, las ze haar kind voor.

‘Zeg eens iets!’

Rein vond me op de grond in de hal. ‘Ontzettende lieve Maria, voor hoeveel geld heb je wel niet boodschappen gedaan?’ Hij zocht met zijn handen in de boodschappentassen naar het bonnetje en zuchtte toen hij het vond. ‘Hoeveel tortilla’s wilde je maken?’

‘Veel,’ antwoordde ik, ‘het is feest.’

‘Het is toch nooit een feest met die mensen?’

‘Die mensen zijn mijn vrienden.’

‘Ik ben je beste vriend.’

Die avond zijn er veel tortilla’s gegeten en kreeg ik ijs toe. Krampen in mijn buik maakten mij die nacht wakker. Ik hoorde Rein beneden bellen.

IV

Eindelijk zag ik de naam ‘Melanie’ op mijn telefoonscherm verschijnen. Het was een paar dagen na mijn verjaardag, Rein en ik waren net terug van de cardioloog.

Het hart van Rein faalde en het mijne brak. Ik had weinig van wat de arts zei opgeslagen. Alleen dat hartfalen een gecompliceerd geheel van met elkaar samenhangende symptomen is. Ik ging na het slechte nieuws maar al te graag in op de uitnodiging van Melanie om elkaar even te zien. Ik had hoop dat ze weer naar mij zou luisteren.

V

Melanie zag er in haar zwarte strakke broekpak uit als degene die de vergadering leidt. Ze leek helemaal niet meer op het meisje van vroeger. Ik volgde haar naar een tafeltje in een hoekje van de koffietent. Daar bekeek ik mijn vriendin. Ik herkende de oorbellen in haar oren niet, het horloge om haar pols kwam mij vreemd voor en haar handtas zag eruit alsof we met de spullen van haar moeder aan het spelen waren.

‘Nog gefeliciteerd.’

‘Iedereen weer beter?’, vroeg ik.

‘Maria, sinds wanneer drinken wij eigenlijk koffie?’

‘Sinds wakker worden niet meer het leukste moment van de dag is.’

Vele zomers geleden spraken Melanie en ik nog om zes uur ‘s ochtends af. Onze moeders wilden slapen, maar wij konden niet wachten totdat de dag begon. Ik nam een slok van mijn latte.

‘Nieuwe tas?’

‘Nee, gekregen voor mijn verjaardag vorig jaar. Je kon niet komen, weet je nog?’

Ik keek naar haar. Misschien was ze wel gestopt met luisteren omdat ik stopte met kijken. Ze leek niet op iemand anders, ze was iemand anders geworden.

‘Ik heb je gisteren nog gebeld, het was al laat, Rein nam op.’

Het was zo’n zomer waarin Melanie en ik om zes uur ‘s ochtends afspraken. Na dagen van heitjes voor karweitjes kochten we samen een geheimenboek. Het was eigenlijk een doodnormaal notitieboekje maar wij plakten er stickers op en noemden het ons geheimenboek. We deelden alles.

Ik weet nog dat Melanie een hap van haar koekje nam en met een mond vol kruimels zei:

‘Maria, Rein heeft nooit een vasectomie gehad.’ Geen idee waarom ze de officiële medische term gebruikte om mij dit nieuws te vertellen.

‘Weet ik,’ antwoordde ik heel snel.

‘Wat?’

‘Waarom vind jij Annelies zo aardig?’ vroeg ik.

Melanie gaf geen antwoord, maar vroeg me wie ik was geworden. De verloofde van een man met een falend hart, dacht ik. En weer besefte ik me, dat ik andere vrienden had moeten maken.

Rein maakte mij tot zijn vrouw en stierf veertien dagen later.

7 reacties

Mandy

maandag, 17:59

Erg benieuwd naar de andere hoofdstukken!

Liza

dinsdag, 19:38

Geweldig!
Puur talent.

Love you!

Hilde

dinsdag, 10:29

Wow!!! Wat ontzettend mooi en goed geschreven! Heel snel meer, beloofd??

Iris

dinsdag, 07:41

Wat knap geschreven!

lotte aelvoet

dinsdag, 06:33

Meer, meer, meer!

Sabine

maandag, 23:25

Wauw! Wat gaaf geschreven. Wil hier meer van lezen!

Marc

maandag, 23:14

Prachtig geschreven. Werd direct meegesleept en vervolgens geboeid tot het einde!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch