Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Meneertje Bah.

Door Wichert van Bethlehem

Het is einde van de middag.

Ik heb net mijn limonade op, als Maartens moeder binnen komt. Zij heeft twee lolly’s mee de huiskamer in genomen en vraagt mij of ik er eentje wil.

Ik vind lolly’s heerlijk, en heb er best zin in. Mijn mond zegt: “Nee.”

Weet ik veel, waarom ik nee zeg.

Dat is een soort blokkade waar ik wel vaker last van heb.

Zo ben ik dol op sperzieboontjes, maar ik heb vorig jaar gezegd dat ik ze niet lustte, dus dat hou ik thuis aan tafel nu nog steeds maar vol, ook als ze lieflijk naar mij lonken.

Gek eigenlijk, dat ik soms het omgekeerde zeg van wat ik van binnen voel of wil.

Zelf snap ik het ook niet.

Maartens moeder zegt: “Ach toe joh, deze zijn echt heel erg lekker!”

“Neeheeeee!,” zeg ik, “ik wil geen lolly!”

“Hier,” zegt ze terwijl ze de lolly in mijn handen drukt, “neem hem dan maar mee voor thuis.”

Ik voel woede opkomen en smijt de lolly door de kamer. De lolly spat in duizend stukken uiteen op de plavuizen vloer.

“Ik wil geen lolly,” schreeuw ik. Ik hol naar de gang, gris mijn jas van de kapstok, en ren naar huis.

Ik kijk op van mijn rekenboek.

Maarten staat bij meester aan het bureau en fluistert wat.

Beiden kijken mijn kant op, en fluisteren daarna verder.

“Wichert, kom eens even hier!” zegt meester Dikkers streng.

Zo streng praat onze lievelingsmeester bijna nooit.

Ik zie hoe de hele klas opkijkt en mij aanstaart.

Het rood kleurt mijn wangen en mijn hart klopt in mijn keel.

“Zeg jonge man, ik hoor net dat jij wel eens woest wordt en zomaar lolly’s door de kamer smijt. Klopt dat?”

Alle blikken blijven op mij gericht en ik verstijf.

De klas wordt muisstil.

“Nou? Komt er nog wat van? Klopt dat?”

Ik probeer hortend en stotend uit te leggen dat ik dat niet zomaar deed. Dat ik drie keer geweigerd had, maar dat Maartens moeder niet wilde luisteren. De boodschap lijkt niet aan te komen.

Jos staat op van zijn stoel en zegt: “Bij mij thuis haalde hij vorige week ook al rare grappen uit meester!”

Meester kijkt mij aan en er komt een cynische blik in zijn ogen terwijl hij mij strak aan kijkt.

Hij staat op van zijn stoel en zegt tegen de klas: “Weten jullie wat jongens? Het wordt tijd dat jullie eens wat leren over de rechtspraak in Nederland. Kijk, hier hebben wij verdachte Wichert. Wij gaan hem eens berechten! We klagen hem aan. Ik ben de rechter. We hebben nu een aanklager nodig. Ach wat, dat zijn jullie allemaal samen. Je mag om de beurt beschuldigingen uiten van nare gebeurtenissen die je met Wichert beleefd hebt. Ik ben de rechter en zal aan het einde uitspraak doen en een passende straf geven. Wie wil er advocaat zijn van Wichert om hem te verdedigen?”

Er heerst doodse stilte in de klas.

Niemand steekt zijn vinger op…

“Dan zal je het zonder advocaat moeten doen, en mag jij je zelf verdedigen. Ga zitten op mijn stoel, eh, ik bedoel het beklaagden bankje. Wie mag ik het eerst het woord geven om een aanklacht in te dienen?”

Alles om mij heen wordt vaag. Stemmen lijken van ver te komen. Een onwezenlijk gevoel maakt zich van mij meester. Ik wil ontsnappen, maar zit vastgeplakt in mijn lijf. Mijn hart gaat als een bezetene te keer.

Vier vingers gaan omhoog.

Vier klasgenoten beschuldigen mij van van alles en nog wat.

Het dringt nauwelijks tot mij door.

Alleen vaag hoor ik het verhaal van Maarten en de lolly, dat hij flink aandikt.

“En, verdachte, wat heeft u hier op te zeggen?”

“U mag zich nu nog verdedigen he. Anders spreek ik mijn straf uit.”

Ik bevries nog meer, en kan geen woord uitbrengen.

Seconden lijken uren te worden.

Alles is onterecht, raast het door mij heen.

Wat ik ook zeg, het zal niks uitmaken.

Gespannen wacht de klas op mijn reactie die niet komt.

“Aangezien de verdediging niets naar voren brengt om de feiten die genoemd zijn te ontkrachten, verklaar ik u schuldig aan de genoemde feiten en veroordeel ik u tot het volgende: vanaf nu bent u “meneertje Bah”. U zult voortaan lucht voor de hele klas zijn. Uw mede leerlingen zullen u niet zien, en daardoor dus ook niet tegen u spreken. Als u tegen hen spreekt zullen zij u niet horen. Dit alles zal van kracht blijven totdat u uw excuses heeft aangeboden aan de gehele klas voor de gepleegde delicten. U kunt weer op uw eigen stoel gaan zitten meneer Wichert. Hierbij sluit ik de zitting!”

De klas barst in joelen uit. Ik sta stijf op en zweef naar mijn stoel. Eenmaal op mijn stoel maant meester de klas tot stilte, en is het de bedoeling dat we weer gaan rekenen.

Tranen branden. Mijn trots probeert ze terug te dringen maar het lukt niet.

Ik ben onschuldig! schreeuwt het in mij.

Ik ben mijn tranen niet meer de baas als ik een enorme woede omhoog voel komen. Mijn schouders beginnen te schokken en ik doe snel mijn handen voor mijn ogen.

De hele klas lacht mij uit.

Ik zie tussen mijn vingers door hoe meester Dikkers mijn gehuil imiteert.

De klas lacht nog harder.

Op het plein sta ik alleen tegen de muur. Mijn klasgenoten zien mij wel, maar zien mij niet. Ze botsen tegen mij op en zeggen dan luid: “Hee, ik dacht dat ik wat voelde! Maar ik heb me waarschijnlijk vergist want ik zie niets.”

Tot overmaat van ramp gaan de andere klassen vragen wat er aan de hand is.

Op het korte stuk naar huis schiet mij te binnen: Overmorgen ben ik jarig! Shit!

Ik wil thuis niets vertellen over het tribunaal.

Dat mogen ze nooit te weten komen.

Maar mijn moeder zal vanmiddag uitnodigingen maken voor mijn feestje vrijdag.

Maar er zal nu niemand willen komen.

Wat moet ik nou doen.

Sorry zeggen?

Nooit!

Maar dan komt er niemand.

Ik probeer mijn verwarring, paniek, eenzaamheid, tranen en alle andere gevoelens die door mij heen denderen zo goed mogelijk te onderdrukken voor ik de keukendeur open doe.

4 reacties

Hedwig

donderdag, 20:45

Heb je verhaal geboeid zitten lezen. Jouw verwarring, verdriet en woede … Ben erg benieuwd hoe dit verhaal nu afgelopen is.

Peter Philipsen

donderdag, 07:42

Prachtige combi van levenservaring, drama en humor.
Groet Peter P

Ton

vrijdag, 19:55

En hoe gaat t nu verder.ik wil de rest ook weten gr ton

Sandra

donderdag, 09:16

Ik voel het nare gevoel dat je gehad moet hebben… prachtig geschreven!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch