Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Miami

Door Stephan van Erp

Miami

We zijn neergestreken in Miami. Samen met het gezin van mijn broer reizen we twee weken langs de oostkust van de Verenigde Staten. Van Atlanta naar Savannah en zo naar het zuiden richting ‘the Keys.’ We zijn met vier meiden in de leeftijd van twaalf tot zeventien. Wout is de enige jongen.

Miami. Een magisch klinkende naam die wordt aangeprezen in vele vakantiefolders als een stad waar té groot, té mooi en té gek gewoon mag. Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik té oud ben voor deze stad. Domweg té oud. Alles klopt wat ze schrijven over Miami. Maar de stad past me niet.

Het is de bedoeling dat we twee nachten blijven aan deze Amerikaanse Riviera. We hebben een leuk hotel geboekt in een straat achter de bekende Ocean Drive. Terwijl ik mijn nieuwe Jeep parkeer voor het hotel, staat een latinoman op me te wachten in de snikhete zon onder een veel te kleine parasol voor een veel te klein salaris waarschijnlijk. Hij zal de Jeep voor me parkeren in de garage van het hotel. Dat is een mooi begin. Snel halen we onze tassen uit de Jeep en lopen richting de receptie. Binnen enkele minuten wandelen we een prachtige kamer binnen met airco. We zijn allemaal enthousiast. Alleen is het beloofde zwembad nog kleiner dan het visvijvertje van opa. We lachen om het bordje bij het zwembadje waarop staat dat we niet mogen duiken.

De reistassen zijn uitgepakt en ik ga met een boek op de binnenplaats zitten. Ik heb zin om een uurtje te lezen. De binnenplaats is omgeven door hoge bamboe en overal zijn bankjes en ligstoelen neergezet. Ik ga op een bankje zitten en leg mijn voeten op een laag houten tafeltje. Hoewel ik echt mijn best doe om niet te kijken word ik afgeleid door een jong stelletje recht tegenover me. De jonge vrouw in bikini doet wel heel erg haar best om haar vriend op te hitsen. Het is dat er nog textiel van haar te kleine zwembroek tussen haar benen zit maar anders ben ik live getuige van een neukpartij op klaarlichte dag. Hier heb ik weinig trek in en besluit om de koele kamer van het hotel op te zoeken.

We verkennen met z’n allen Ocean Drive, ‘the place to be’ volgens mijn broer die hier weleens eerder is geweest. Talloze trendy restaurants en hippe bars vormen schijnbaar het beeld bij toeristen dat je toch echt hier moet zijn. Hier gebeurt het! Na tweehonderd meter besluit ik om hier weg te gaan. Gek word ik ervan. Bij elke pas die ik zet dreunt de harde muziek in mijn oren. Het is druk op straat en het is in april al warm. Bovendien vallen de in het wit geklede obers me bij elk restaurant lastig met hun dwingende verkoopmaniertjes om ons binnen te lokken.

Aan de overkant van de straat is een mooie meanderende boulevard. Een gedeelte kijkt uit op de zee, de Atlantische oceaan. De boulevard is het domein van de sporters. Veel mensen lopen hard in deze in mijn ogen zengende hitte of zoeven op rolschaatsen voorbij. Jong en oud sport hier. Man en vrouw. Alhoewel, in een flits zie ik iemand voorbij komen op rolschaatsen. Een oudere man in vrouwenkleding, opgemaakt als een sloerie uit vervlogen tijden. Ook hij of zij heeft bezit genomen van de gratis sportschool hier op de boulevard. Niemand die hier vreemd van opkijkt. De ontblote lijven van de trimmers dansen in cadans. Links, rechts, links, rechts, in een swingend tempo. Niemand hapt naar adem, het lijkt vanzelf te gaan. Het ene lichaam is nog strakker dan het ander.

Ik kijk naar rechts, richting de zee. Sixpacks hangen aan rekstokken. Mannen met een knotje. Ze trekken zichzelf omhoog, er lijkt geen einde aan te komen. Spierbundels zo strak als René Creemers drumt, tonen zich aan ons. Als ze zich van de rekstok laten zakken kijken ze naar elkaar, bewonderen elkaars fantastische lichamen (dat mag gezegd worden!) en vanuit hun ooghoeken willen ze zeker weten dat wij naar hun kijken. En dat doen we dan ook maar. Een stukje verderop zijn enkele uitslovers bezig om een tractorband op te tillen om hem vervolgens zinloos een meter verder te gooien. Ze grommen als een machtige leeuw.

We lopen door, verder de boulevard op. Ik loop achter Hannah, ze draagt een korte broek en een T-shirtje. Drie mannen met hun gebruinde strakke lijven lopen ons tegemoet. Ze kijken om naar Hannah en seinen naar elkaar. Schijnbaar vinden ze mijn dochter niet verkeerd. Het valt me op dat zij geen uitzondering zijn. Heel veel mannen loeren naar mijn dochter. Ook die mannen die aan de rekstok hingen. En die kerels die gewoon zitten op het muurtje en ogenschijnlijk maar wat rond hangen. En bankhangers op het gras, ze hebben haar en de dochters van mijn broer ook gespot. En Hannah heeft niets door. Ik wel, ik observeer, ik zie het voor mijn ogen gebeuren. Gatverdamme smeerlappen, ze is pas dertien!
Op weg naar een prachtig uitzicht op de skyline van Miami, lopen voor ons vijf jonge donkere tienermeiden. Ze zijn uitgelaten, hebben lol en zijn zeker niet vies van het nepperige goudkleurige blingbling. De kleding is te strak, de borsten vallen er bijna uit. Een auto met zware hiphopmuziek moet wachten tot wij de weg oversteken. Twee meiden springen weg uit het groepje en shaken een aantal keer met hun best dikke reet richting de chauffeur. Ze komen niet meer bij van het lachen. We staan bij het stoplicht. Zes mannen, ik schat in dat ze rond de dertig jaar zijn, komen op een scooter aanrijden. De blingbling-meiden roepen iets naar ze. De mannen roepen terug. De vijf meiden sprinten tussen de wachtende auto’s door en gaan achterop de scooter zitten. Een man heeft pech. De tienermeiden pakken de kerels stevig vast om hun middel en weg zijn ze. Op weg naar weet ik veel. Wout, Hannah, Sanne, Meike en Pleuni staan net zo verbaasd te kijken als wij. Dit is andere koek dan Asten!

‘Dit is niet normaal hè dames,’ zeg ik voor alle zekerheid tegen ze.

‘Ja pap.’

‘Ja oom,’ zeggen de dames van mijn broer in koor.
Terwijl mijn ogen de steeds kleiner wordende scooters volgen, dringt het tot me door dat ik toch echt te oud ben voor Miami. Ik besluit om nog enkele foto’s te gaan nemen van de Art Decohuizen in deze wijk om vervolgens voor te stellen om Miami morgen al te gaan verlaten en door te reizen naar Key Largo. De slogan ‘Never a dull moment in Miami’ is niet aan mij besteed.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch