Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Mieren

Door Isa Altink

Het pakketje in mosgroen cadeaupapier stond triomfantelijk voor me op tafel. Ik trok het naar me toe en hield het in mijn handen, bekeek het van alle kanten. Ik had geen zin om het open te maken. Met beverige vingers maakte ik de plakbandjes los, en onderdrukte de neiging om ‘wat een mooi papier’ te zeggen. Dat zeiden mensen altijd, met in hun achterhoofd het vage idee dat ze er nog eens een keer iets leuks mee konden doen, om het vervolgens toch weg te gooien. Vaak keken die mensen dan ook erg moeilijk bij het loshalen van de plakbandjes, alsof ze een Pythagorisch raadsel voor hun neus hadden dat ze nauwkeurig moesten oplossen. In de keuken sloeg de verwarmingsketel aan. Ik vouwde het papier op, tweemaal dubbel, en legde het op de hoek van de tafel. Onze blikken kruisten elkaar. Het lukte Joost slecht zijn trotse glimlach te onderdrukken. Ik glimlachte en er kronkelde iets onder mijn slaap. De mieren. Hij zag ze niet. Pas toen boog ik me over het doosje dat er onder tevoorschijn was gekomen. Het was een plastic doosje, gedecoreerd met een rij elegante, mediterrane tegeltjes langs de randen en doorzichtige deksel. Het kostte me een paar seconden om te registreren wat er in lag. Joost grijnsde breed en knakte met zijn knokkels.
“Het zijn… scherven,” zei ik.
‘Lisboa’ stond er in sierlijke Word Art letters op het doosje, met daaronder ‘1817’. Joost was net terug van een businessreisje naar Portugal. Hij trok het doosje uit mijn handen en schoof het enthousiast naar zich toe. Hij zette zijn duimnagel op het plakkertje met de onzichtbaar gemaakte prijs.
“Het zijn echte archeologische vondsten uit de vorige eeuw,” zei hij.
In één soepele beweging ritste hij het plakbandje los, en opende het deksel.
“Handgeschilderd aardewerk.” Hij hield een kleurig stukje van wat ooit een bord of karaf was geweest omhoog in het gele licht van de kamerlamp. Mijn maag knorde.
“Wat uniek” zei ik. Ik nam ook een scherfje uit de doos, wentelde het om in mijn handen. Het leek helemaal niet zo oud, de beschilderde kant was glad als een badkamertegel.
“Ik kon kiezen uit meerdere dozen. Deze had een pijpje dat nog bijna helemaal heel is.”
Op de tafel voor hem lag inmiddels een hele verzameling brokstukjes, elk in een iets ander kleurenpalet van marineblauwe en okergele motieven. En inderdaad, een wit, gipsen pijpje, waarvan het mondstuk afgebroken was.
“Wonderlijk toch,” zei Joost, “hoe je door zo’n klein stukje in direct contact staat met de geschiedenis.”
“Ja” zei ik. “Heel bijzonder. Dankjewel lieverd.”
Ik glimlachte kort. De mieren wilden eruit.
“Wil je koffie?” vroeg ik, en stond al op.
“Ja graag,” zei hij zonder op te kijken.
In de keuken staarde ik daas naar de kastdeurtjes. Waar moest ik in godsnaam die scherven laten? Nu moest ik ze natuurlijk wel uitstallen op een zichtbare plek in mijn kleine appartement. Mijn hand tastte door een keukenkastje alsof het zijn eigen brein had, vond het kartonnen Nescafé doosje. Er zaten nog twee langwerpige zakjes in, waarvan ik er één openscheurde en in een mok goot. Ik schonk er kokend water bij, en de mieren maakten er een puinhoop van. Ik knoeide heet water op het aanrecht, een spetter kwam op mijn arm terecht. Ik vloekte.
“Lau?” klonk het vanuit de kamer.
“Ja?”
“Heb je nou dat apparaat al of heb je nog steeds van die instant sticks?”
“Na de begrafenis krijg ik dat van tante Agaath.”
“Oh, laat dan maar.”
Ik weet niet hoe het gebeurde, echt niet. Ik weet alleen dat ik zijn rode baard en zijn blonde krullen voor me zag, en na de mok moesten de borden eraan geloven, en toen de glazen. Het was alsof mijn handen waren overgenomen. Een mier kan twintig keer zijn eigen gewicht dragen, zeggen ze. Toen ik opkeek stond hij in de deuropening met een geschokte blik op zijn gezicht.
“Scherven, liefje,” zei ik, en glimlachte.

1 reactie

Lucia

zaterdag, 12:20

Heerlijk dat geprutst met het inpakpapier. Ook mooi hoe je je verhaal opbouwd qua spanning. Dat van de mieren is een goede vondst!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch