Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Mijn opa, de Nazi.

Door Lorenzo Neirinckx

Een kind met zijn papa spelend op het strand. Mama, broer en zus zitten wat verder te zonnen. Ook al is het Engeland, toch schijnt de zon. De vakantie lijkt voor hun oneindig te duren. Plots maakt het lot een einde hieraan. Vader stort plots neer in de armen van zijn jongste zoon. De rest van de familie ziet het, maar kan niks doen. Tegen wanneer ze aankomen, is papa al dood, gestorven aan zijn hartaanval. Zijn jongste zoon, een nakomertje, zou de rest van zijn kindertijd zonder papa moeten doorbrengen. Nooit zou hij nog terugkeren naar de plek die zo wreed zijn geluk als kind had ontnomen.

Vader stierf enkel die dag, maar zijn dood bleef jarenlang het gezin achtervolgen. Met hun vader leken ze jarenlang het recht op geluk te verliezen. Mama zou nooit meer hertrouwen, pas vele jaren later zou ze de liefde terugvinden. Haar ouders hielpen haar mee haar kinderen te verzorgen. Twee kinderen, de oudste en de jongste, maakten hun studies nooit af. De jongste huilde op school om de dood van zijn vader. Zijn leraar berispte hem streng. Tranen werden hierna niet meer gehuild.

Wie die jongen was, die zijn papa in zijn armen verloor? Mijn vader. De man die in zijn armen stierf? Mijn opa uiteraard, die ik nooit zou kennen. Ook al kende ik hem niet, toch wist ik veel over hem. Na al die jaren miste zijn familie hem nog. Hij was goed in talen, las Tolkien en populair bij zijn collega’s. Bij problemen op het werk, probeerde hij altijd te helpen. Zo was er Eddy, die dreigde ontslagen te worden toen men ontdekte dat hij condooms gebruikten. Opa overtuigde zijn vrome baas dat Arme Eddy dit wel moest doen. Zijn arme vrouw moest al acht kinderen verzorgen, een negende kon er niet meer bij.

Sympathiek, intelligent en rechtvaardig, dit was mijn opa. Van zijn kinderen, ook al speelden ze met het valse kunstgebit van hun oma, hield hij enorm. Toen de jongste tot middernacht zat te werken aan huiswerk, belde opa boos aan bij de leerkracht. Bleek dat de leerkracht niet verwacht had dat iemand werkelijk die taak ging maken. Ook al had hij dit gezegd in de klas. Boos foeterde opa de leraar uit dat hij kinderen niet slapeloze nachten mocht bezorgen. Tientallen jaren later deed papa hetzelfde voor mij. Ook toen had juf Bieke niet werkelijk verwacht dat iemand die huistaak zou schrijven.

Een goeie vader was opa, die van zijn kinderen hield en beschermde. Talrijke boeken had hij in huis, van de Hobbit tot Mein Kampf. Zijn strafblad was volledig blanco, met uitzondering van een ‘kleine’ veroordeling voor collaboratie. Zijn hele leven was hij partijloos, behalve als twintiger, toen hij lid werd van een partij die voor ‘den Duts’ was. Toen hij zijn burgerrechten terug kon krijgen, weigerde hij. Hij had tenslotte niks fout gedaan om veroordeeld te worden, zo verklaarde hij.

“Was opa een nazi?” hoor ik mezelf zeggen, in een gesprek met mijn vader. Maar de confrontatie komt nooit. Enkel in mijn verbeelding durf ik die vraag te stellen, in de werkelijkheid blijft ze onbeantwoord. Niet uit angst voor de boosheid van mijn vader. Of voor geschokte gevoelens. Dat mijn opa een exemplaar van Mein Kampf bezat, was geen geheim in de familie. Voor oma was het eerder een fait divers. Tenslotte had opa ook niet een jood verklikt, ook al had hij het kunnen doen, dus wat was er daar abnormaal aan? Nee, verontwaardiging verwacht ik niet. Waarom ik het dan niet durf te doen? Omdat ik mijn vader geen pijn durf doen. Maar is het niet erger om hem in deze illusie te laten?

Van al zijn kinderen, leek mijn vader het meest op opa. Behalve zijn krulhaar en ogen, die heeft hij van zijn moeder. Zijn karakteristieke manier van lopen, die zelfs zijn hond herkent, erfde hij van zijn vader. Maar ook in karakter was opa een voorbeeld voor vader. Zoals toen vader werkloos was. Dat zijn eigen vader het niet had opgegeven, toen die zelf zonder job zat, was een inspiratie om door te zetten. Of bij het opvoeden van zijn kinderen, mijn broer en ik. Zowel toen hij ons verdedigde als toen hij ons morele lessen leerde, liet zijn eigen vader een schaduw achter. Toen hij veertig jaar oud was, kreeg mijn vader een hartaanval, net zoals mijn opa. Hij dacht nooit dat hij ouder zou kunnen worden dan mijn opa. Toch overleefde hij het. En hij leeft, gelukkig dat hij met een angst minder moet voortleven.

Mijn stiefvader is een jood. Hij is ook fotograaf, schrijver en leerkracht. Vier jaar na de dood van de bekendste Oostenrijkse korporaal uit de geschiedenis werd hij geboren. Zijn grootouders en moeder leefden toen al lang in New York. Van hun grote familie in Polen, bleef er na 45 weinig over. Kinderen, opa’s, baby’s, zwangere vrouwen, studenten, allemaal gingen ze eraan. De dromen die ze hadden, moesten voorrang geven aan die van een mislukte kunstschilder. En duizenden geloofden in de droom van deze kunstschilder, inclusief opa.

Droomde Opa ook van een “Judenrein” Europa? Of waren de zes miljoen doden maar collateral damage voor hem, bij de geboorte van de Nieuwe Orde? Net zoals de rest van de familie had Opa een uitstekende talenknobbel. Naast een goede kennis van het Duits, las hij ook veel. Las hij zijn exemplaar Mein Kampf, of bleef het, zoals zovele boeken, een onaangeraakte relikwie in de boekenkast? Al deze vragen zijn onbeantwoord. De mensen die iets konden vertellen, zijn dood of leven met illusies waarin de Shoah maar een bijrol speelt.

Voedde vader ons op naar het voorbeeld van een Nazi? Of was zijn vader een goed man die toevallig ooit Nazi was? Waren de antisemitische stereotypen die ik hoorde van familieleden, door opa ooit verteld aan de familietafel? Wat zou opa zeggen, als hij hoorde dat zijn twee kleinkinderen samenleefden met een jood? Allemaal vragen, onbeantwoord en onbevraagd. En ondertussen blijft het spook van mijn opa, de nazi, ronddwalen. Een ding waarvan ik echter zeker weet, is dat ik het recht op zelfmedelijden voor mijn familie niet kan eisen. Andere verloren hun vrouw, man, kind, broer en/of zus in de oorlog. De mijne verloor er geen. En toch vertelde ze hun kinderen, mijn vader en zijn broers en zus, dat ze slachtoffers waren geweest. Doordat opa was gearresteerd bij de Bevrijding.

Toen ik met mijn broer het exemplaar van Mein Kampf van mijn opa ontdekten, waren we beide nog geen tien jaar oud. Mijn broer wist nog weinig van de geschiedenis. Toch voelde hij het aan als een kwaadaardig object. Hij probeerde het meteen te vernietigen. Ook al was mijn opa een nazi, dan toch is zijn nagedachtenis er niet in geslaagd om van zijn jongste kleinzoon een nazi te maken. En hopelijk zal dat zo blijven.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch