Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Mijn twee moeders

Door Annemarie Pol Klein

Voor de wekker gaat ben ik al wakker. ‘Heb jij je gedoucht? Schone kleren aan? Je tas gepakt? Ben je niets vergeten?’ vraagt mama voordat ik beneden ben. Natuurlijk heb ik alles bij mij. Vandaag is de eerste dag van mijn nieuwe leven.
Zo snel ik kan eet ik mijn ontbijt, poets nog snel mijn tanden en sta dan klaar om te vertrekken. Mama roept mij terug. ‘Je moet even helpen om je broertjes en zusjes klaar te maken voor vertrek.’ Als oudste zoon hoef ik niet vaak te helpen. Maar nu is het even anders dan normaal.

Vorige week zijn wij van Joure, dat ligt in Friesland, verhuisd naar Groningen. We hebben de afgelopen zeven jaar in het asielzoekerscentrum gewoond. Niet in eentje, maar wel in zes verschillende. Eindelijk hebben we ons eigen huis gekregen. De verhuizing verliep snel omdat we nog weinig spullen hebben. De eerste dag zijn we met ons allen naar een kringloopwinkel geweest. Daar brengen mensen hun spullen heen die goed zijn en door anderen nog gebruikt kunnen worden. Alles wat echt nodig is hebben we gevonden. Een bed voor ons allemaal, kasten, banken, tafel met stoelen, wasmachine, gasfornuis, wat speelgoed en zelfs een televisie en een video game. Met doeken heeft mijn moeder de ramen afgedekt. En nu slapen mijn twee broertjes en ik op één kamer. Zij liggen in een stapelbed en ik heb een eigen bed. Een eigen huis wat we met niemand hoeven te delen is een hele nieuwe toekomst. Wat zullen wij genieten van onze eigen ruimte.

Ik ben geboren aan de rivier de Amu Darja. Deze loopt helemaal door Afghanistan. Daar in een klein dorpje was ik het eerste kind van mijn ouders. Het huis van mijn ouders was een aanbouw bij het huis van mijn grootouders. De ouders van mijn vader beschikten over een groot stuk land. Daar hielden ze schapen, koeien en kippen. Mijn moeder en grootmoeder deden samen de groentetuin. Helaas kan ik mij niets herinneren van onze tijd in Afghanistan.

Zij waren super blij omdat ik een jongen ben. In mijn land is het heel normaal om kinderen een naam te geven die een mooie betekenis heeft. Mijn naam is Kamyar en dat betekent succes in het Pashtu. Pasthu is de taal die wij spreken. Wij zijn namelijk Pathanen, dat is de grootste bevolkingsgroep van Afghanistan. Toen ik twee jaar oud was kreeg mijn moeder nog een kindje. Tenminste….. ze dacht dat het eentje was maar ze kwam met twee terug. Mijn broertje heet Jan, dat betekent ziel. Mijn zusje heet Raha en dat betekent vrijheid.

Vlak na mijn derde verjaardag zijn wij opeens vertrokken. Er werden snel wat spullen gepakt. Van mijn grootmoeder, van moeders kant, had ik bij mijn geboorte een rode reiskoffer gekregen. Omdat zij heel ver weg woonde heb ik haar nooit gezien. In de koffer zitten geen kleren. Elke keer stuurde grootmoeder mij kaarten en foto’s: die werden allemaal in de rode reiskoffer bewaard. Mama noemt het: “Kamyar’s herinneringskoffer.” Deze rode reiskoffer is het enige wat meegegaan is dat ons herinnert aan ons leven voor de vlucht. Het is voor mij heel belangrijk dat ik mijn rode reiskoffer bij me heb. De rode reiskoffer is mijn dierbaarste bezit. Mijn ouders hebben kleding en spullen voor hen, de tweeling en mij meegenomen. Hoe de reis verder gegaan is weet ik niet meer. Maar op een dag was ik in Nederland.

Tijdens de reis bleek dat mijn mama zwanger was. Net in Nederland en nog in afwachting van een verblijfsvergunning is mijn zusje Vida, dat betekent leven, geboren. Het leven van verhuizen en wachten was begonnen. De tweeling en ik gingen wel leuk spelen in de asielzoekerscentra waar we hebben gewoond. Vanaf dat ik vier ben zit ik op de basisschool. Ik moest heel erg lachen omdat mijn meester Jan heet. Ik vond het zo grappig dat mijn Nederlands meester een Pashtu naam heeft.

Vlak nadat wij in Joure zijn gaan wonen beviel mijn moeder van mijn jongste broertje Intekhab, dat betekent keuze. Dat mijn broertje geboren is, is wel een beetje raar. Niet omdat mijn ouders niet van elkaar houden maar om een hele andere reden.

Mijn ouders hebben elkaar leren kennen op de universiteit van Kabul. Zij hebben geluk gehad dat zij zelf een partner mochten kiezen. Vanuit ons geloof, Soennitische Moslim, gebeurt het vaak dat kinderen al op jonge leeftijd beloofd worden aan iemand anders. Dit noem je uithuwelijken. Mijn moeder zegt dat zij elkaars beste vrienden waren, omdat ze dat niet kwijt wouden zijn ze getrouwd. Een vriendschap tussen een man en een vrouw is namelijk niet echt mogelijk in Afghanistan. Gelukkig voor hen waren al mijn grootouders het met hun huwelijk eens.

Vandaag begint mijn nieuwe leven! Ik begin niet op een nieuwe school, dat was namelijk vorige week al. Vandaag gaan mama, mijn broertjes, mijn zusjes en ik naar het ziekenhuis. Daar gaan we mijn moeder ophalen. Je vraagt je vast af wat ik hiermee bedoel.

Mijn ouders houden erg veel van elkaar. Alleen weet mijn moeder al haar hele leven dat ze vrouwen liever en leuker vindt dan mannen. Mijn vader weet al zijn hele leven dat hij geboren is in het verkeerde lichaam. Tijdens hun studie hebben mijn ouders besloten om te trouwen. Een huwelijk was de mogelijkheid om allerlei problemen te voorkomen. Het was onmogelijk om buiten de beslotenheid van hun eigen huis en gezin zichzelf te zijn. Alleen binnen de muren van hun eigen woning kon mijn vader zich als vrouw kleden. Konden ze hun lesbische relatie als werkelijkheid ervaren. Dit is ook de reden dat wij niet in Afghanistan konden blijven wonen. Sinds onze aankomst in Nederland is mijn vader begonnen met zijn transitie. Zijn mannelijke lijf veranderde steeds meer in een vrouw. Nu heeft hij zijn laatste operatie gehad. Zijn lijf is nu helemaal vrouwelijk.

Mijn vader is er niet meer. Hij is niet overleden, hij is niet achtergebleven, hij is niet ziek en mijn ouders zijn niet gescheiden. Mijn vader is mijn moeder geworden. Ik heb nu een mama Zarin, wat goud betekent en een moeder Camila, wat vrij geboren betekent.

Mijn rode reiskoffer, Kamyar’s herinneringskoffer, bevat foto’s en kaarten van mijn grootouders en familie uit Afghanistan. Daar zitten alle foto’s van mijn vader nu ook in. Samen met mijn moeder, mama, broertjes en zusje ga ik een nieuw leven tegemoet.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch