Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Moederskind (fragment)

Door Nina van Tongeren

Kind: Nog maar een nachtje slapen.

Nog maar een keer mijn ogen dicht

En dan ben ik tien.

Ik kan niet slapen.

Ik wil weten wat ik voor cadeaus krijg.

Mama zegt tekenspullen.

Papa zegt dat het nog een verassing is.

Ik wil niet slapen.

Maar als ik mijn ogen nu niet dichtdoe,

Kan ik morgen ook niet wakker worden.

Elf uur achtenvijftig.

Elf uur negenenvijftig.

Nog tien seconden, nog zeven.

Nog vijf, nog drie, Ja!

Tien.

Daar is mama,

Ze komt voor me zingen.

Waar is papa?

Alter-ego: Warme ochtendzon.

De slaap nog in de ogen.

Het leek wel of hij net zo schrok van de koffers in de hal

Als dat wij dat deden.

Dochter: Ik was zo bang.

Alter-ego: Het werd steeds warmer in de kamer

En de kamperfoelie rook te sterk

Alsof er bloemen groeiden in iedere onzichtbare huidplooi

En in elk verstopte hoekje van het oude huis.

Na die dag

Kwam de kamperfoelie nooit meer terug.

De ogen die van twee kanten

Neer keken op het gezicht

Dat al zoveel ouder leek dan het in wekelijkheid was.

De beslissing die al gemaakt was,

De vraag zonder antwoord.

Die ogen.

Dochter: Ik was zo bang.

Alter-ego: Het geluid van de vogels

Die nog wakker moesten worden.

Het geluid van hoe alles anders werd.

Kind: Ik ben zo bang.

Alter-ego: Stil.

Wij zijn niet bang.

Niet meer.

Wij zijn niet bang.

Nooit.

Dochter en alter-ego hebben twee poppen die vader en moeder uitbeelden

Alter-ego: Dus ik was mama.

Jij was papa.

Dochter: Oké.

Alter-ego: Jij begint.

Dochter: Ja.

Alter-ego: Waar wacht je op dan?

Dochter: Weet ik niet.

Alter-ego: We beginnen hoor.

Stilte

Alter-ego: En toen zei jij

Vaderpop, dochter: Ik moet je wat vertellen.

Ik vind het niet makkelijk om dit te zeggen,

Maar ik zeg het toch.

Je wil toch dat ik eerlijk tegen je ben?

Nu ben ik eerlijk.

Moederpop, Alter-ego: Ik weet niet of ik dat wil.

Vaderpop, Dochter: Ik ga bij je weg.

Moederpop, Alter-ego: Zie je wel?

Dat zei je niet omdat ik dat wou horen.

Dat zei je omdat jij dat moest zeggen.

Hoe lang dacht je het al, vraag ik me af.

Hoe lang voordat je het zei?

Vaderpop, Dochter: Al langer.

Al langer dan vandaag.

Maar vandaag wat meer dan normaal, denk ik.

Dus vandaar.

Moederpop, Alter-ego: Ik haat je.

Vaderpop, Dochter: Sorry. Het spijt me.

Ik meende het niet!

Alter-ego: Nee.

Dat zei hij niet.

Dat weet je best.

Dochter: Jawel.

Nu zegt hij dat wel.

We kunnen het toch anders doen?

We kunnen het toch veranderen?

Alter-ego: Dan doe ik papa wel.

Als jij daar weer te bang voor bent.

Jij bent altijd bang.

Ik niet.

Ik doe papa wel.

Dochter: Ik doe het

Vaderpop, dochter: Ik haat jou ook.

Al heel lang eigenlijk.

Op een dag werd ik wakker,

Toen hield ik niet meer van je.

Toen haatte ik je.

En het is niet meer weggegaan.

Ik kan niet bij je blijven.

Ik kan niet meer bij iemand in de buurt zijn

Die niet voor het leven kiest,

Maar ook net niet voor de dood.

Jij doet het nooit echt helemaal.

Je denkt het en je zegt dat je het denkt

Maar je doet het niet.

En dat is nog het allerergste.

Jij danst op het randje met magere Hein

En wacht tot wij je opvangen,

Tot we roepen:

Kind: Nee, mama, niet doen!

Je moet bij mij blijven.

Ik ben bang zonder jou.

Vaderpop, dochter: Dan voel jij je weer even nodig

En verdrink je in vervalste levenslust

‘Ik doe het voor jullie.’ Zeg je dan.

‘Alleen voor jullie.’

Deed je dat maar niet.

Hoop is als een klaproos in oktober

Die uiteindelijk wordt platgestampt.

Opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Net zo lang

Tot je niet meer in die klaproos kunt geloven.

Ik weet het zeker nu:

Jij hebt altijd meer van je graf gehouden dan van mij.

Dat had ik jaren geleden al moeten zien.

En het is net zozeer mijn schuld als de jouwe

Maar ik laat jouw graf niet haar thuis worden.

Het spijt me, ik had het moeten weten:

Sommige mensen zijn niet voor het leven gemaakt.

Maar wij wel.

En daarom gaan wij weg.

Onze koffers staan al in de hal

Er zitten genoeg kleren in en

Genoeg bankbiljetten.

Zeker geen foto’s zitten erin.

Ook geen tranen.

Wel een nieuw leven.

Wij gaan weg.

Wij beginnen opnieuw.

Zonder jou.

Moederpop, Alter-ego: Wij?

Zei je nou wij?

Vaderpop, Dochter: Ja. Wij.

Ik ga weg

En ik neem mijn meisje mee.

Ik neem het laatste mee

Wat ik hier nog heb

Zodat ik nooit meer terug hoef te komen.

Ik kom niet meer terug.

Ik ga weg.

En zij gaat met mij mee.

Kind: Nee.

Nee, papa.

Ik blijf hier.

Moederpop, alter-ego:

Zie je wel?

Zij blijft hier.

En jij ook.

Dochter: Mama begreep het niet.

Ze begreep het niet toen hij toch zijn koffers pakte

En ze begreep het niet toen hij toch de deur uitliep.

Ze zag de tranen in zijn ogen niet.

Ze begreep het niet.

Volgens mij begrijpt ze het nog steeds niet.

En ze begreep het kleine meisje niet

Wat hij bij haar achterliet.

Moeder komt op

Dochter: Mama, luister.

Moeder: Wat?

Dochter: Ik ga weg, mama.

Moeder: Natuurlijk.

Natuurlijk ga jij weg.

Iedereen gaat weg

Dochter: Het spijt me.

Moeder: Nee.

Nee, nee nee nee!!

Het spijt je niet.

Jij weet niet wat dat is, spijt.

Jij begrijpt het niet.

Het spijt jou niet.

Net als…

Dochter: Wat, mama?

Net als papa?

Moeder zucht

Dochter: Net als papa?

Dat is wat je wilde zeggen toch?

Moeder: dat was het niet.

Dochter: dat was het wel.

Dat was het verdomme wel!

Zeg het dan mama, zeg het dan:

Papa.

Papa, papa, papa.

En nou niet doen alsof dat woord niet al eeuwig op het puntje van je tong ligt

En niet doen alsof ik van niets weet.

Ik word er elke dag weer aan herinnerd.

Want ik mis papa.

En jij mist papa. Geef maar toe.

Het heeft geen zin om te doen alsof het nooit gebeurd is,

En haal het niet in je hoofd mij te vergelijken met papa.

Ik ben niet als papa: papa is weg,

Vertrokken met de ochtendzon.

Hij heeft zichzelf vrijverklaard en daarmee heeft hij ook mij opgesloten.

Ik ben nog steeds hier, bij jou.

Dus durf me niet in de ogen aan te kijken

En te doen alsof het nooit gebeurt is,

Alsof ik nooit een vader heb gehad.

Ik had een vader, mama.

Maar ik heb hem verbannen, voor jou.

Ik mis hem, maar ik koos voor jou.

En nu,

Nu lukt het jou nog steeds niet om voor mij te kiezen.

Dus ik ga weg.

Moeder: Je mag niet weg.

Jij hoort bij mij.

Je kan niet weg.

Ik kan het niet alleen.

Niet zonder jou, je mag niet weg.

Als je weggaat, dan ben je mijn dochter niet meer.

Als je weggaat, dan ben ik jou moeder niet meer.

Dochter: Stil, mama.

Moeder: Ik haat je.

Ga maar weg dan, als je weg moet gaan.

Je bent nooit echt hier geweest

Je bent nooit echt van mij geweest.

Je bent niet van mij.

Ik hou van jou,

En jij houd niet van mij

dochter is stil

Moeder: Zie je wel

Dochter: Jawel. Dat doe ik wel

Ik kan het nu alleen even niet zeggen

Ik voel het wel

Maar het doet teveel pijn, mama

Jij haat me

Ik geloof je

En dan hou je weer van me

Dat geloof ik niet meer

Ik moet weg, mama

Ik wil niet weg

Maar ik kan nu niet bij je zijn

Ik kan nu even niet van je houden

Moeder af

Dochter: Ik ga weg.

Ik weet niet waar naartoe,

Maar ik begin gewoon met lopen

En dan loop ik en dan loop ik

Net zo lang tot ik gelukkig ben

En nog een stukje verder voor de zekerheid.

Dochter af

Kind: Ik geloof in klaprozen.

En in vlinders met gebroken vleugels.

Ik weet zeker

Dat platgetrapte bloemen kunnen bloeien

En dat je alle stukjes van een hart

Gewoon weer aan elkaar kunt lijmen.

Alles kan weer heel worden

Met een beetje liefde

En een heleboel pritstift.

Ik durf nog te dromen als ik naar de hemel kijk

En doe alsof alle sterren die ik zie naar beneden vallen

Waar ze in een hoopje rond mijn voeten belanden

En al mijn wensen uit doen komen.

Ik wens

Bij alle paardenbloemen, verjaardag-kaarsjes gebroken glazen en gebroken harten

Dat mijn mama van mij houdt.

Ik weet dat zij om mij gewenst heeft

En ik ga zorgen dat haar wens uitkomt.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam