Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Morgen begint vandaag

Door Miranda Peters

Aan de overkant van het meer schept een reiger een vis uit het water. Het hoge riet om hem heen wordt langzaam heen en weer bewogen door de warme juliwind. Het water kabbelt rustig tegen mijn blote voeten en zorgt voor de verkoeling die ik op dit moment zo hard nodig heb. Een groep kraaien vliegt over met hels gekras. Het geluid overstemt mijn schreeuwende gedachten, overstemt zelfs het zachte snikken van de huilbui die ik niet heb kunnen voorkomen.
Ik herinner me de blik op Nora’s gezicht toen ik vol ongeloof en met vochtige ogen het gebouw uitliep, mompelend dat ik heel even alleen moest zijn. Ik herinner me Jakes gezicht. Zijn donkere, warrige haar, de lichte sproeten op zijn neus en onder zijn ogen. Zijn sexy baardje van drie dagen. Zijn lichtgroene ogen die, als de zon erop schijnt, lijken op de waterspiegel van dit meer. Peilloos diep en prachtig, met wel duizend twinkelingen. Zijn dikke, zwarte wimpers die keken naar de reden dat ik hier zit, moederziel alleen met mijn eigen armen krampachtig om me heen geslagen.
Op die manier probeer ik mijn op hol geslagen hart in mijn lichaam te houden. Ik probeer tussen het snikken door mijn ademhaling onder controle te krijgen, mijn schokkende schouders rustig te krijgen. Ik probeer te zijn zoals de reiger, volkomen zen, met alleen de belofte van een maaltijd in het vooruitzicht.
Maar het lukt niet. Ik moet steeds denken aan wat er gebeurd is. Niet alleen in het gebouw, maar ook daarvoor. Ik moet denken aan de enorme puinhoop die mijn leven kenmerkt. Aan de mensen die mijn hart hebben gebroken en het vervolgens vertrapt hebben. Aan de mensen die mijn vertrouwen gestolen en het nooit meer teruggegeven hebben. Aan al die dingen die me zijn overkomen. Teveel eigenlijk, voor één mensenleven.

Mijn hand valt weg uit mijn omhelzing en raakt de stenen waar ik op zit. Ze zijn warm van de zon en de wind blaast wat zand over mijn mooie kobaltblauwe jurk. De jurk die ik met zoveel zorg heb uitgezocht, omdat vandaag volgens Nora zo belangrijk was. Al had ik toen nog geen idee waarom.
Maar het is wel gebeurd. Vandaag heeft mijn leven veranderd. Nora stond glimlachend te stralen als een engel. Ze kon niet wachten om mijn gezicht te zien. Al die tijd heeft ze het geweten en ze heeft niet gezegd. Geen woord. Ik snap niet dat ze het zo lang voor zich heeft kunnen houden, al die keren dat we gingen shoppen of tapas eten op een terras, proostend met een glas Pinot Grigio in onze handen.
Ze weet alles van mijn verleden, heeft me uit het diepe dal getrokken waarin ik ben gevallen op de dag dat de politie op de stoep stond om me te vertellen dat mijn ouders…
Ik wil dat mijn moeder me over mijn hoofd aait en zegt dat alles goedkomt. Dat alles wat er sinds hun dood is gebeurd, gisteren was, en dat ik me moet richten op morgen. Op de tijd die voor me ligt. Ik mis haar troostende armen en ik besef dat ik mezelf daarom zo stevig vasthoud. Ik mis mijn vader, die altijd pannenkoeken voor me bakte als ik verdrietig was. Die een boomhut-bed voor me bouwde toen ik in mijn stoere-meisjes-fase zat.
Jarenlang heb ik de deksel op die doos met gedachten gesloten kunnen houden, maar nu… nu Jake dit gedaan heeft, is de inhoud eruit gevlogen en ik kon het niet tegenhouden.
Jake, die iedere zondagochtend pannenkoeken voor me bakte, omdat mijn vader dat niet meer kan. Jake, die mijn haar achter mijn oren streek en me op het hart drukte dat alles goed zou komen. Jake, die nog ouders heeft, en drie zusjes. Jake, mijn knappe rots in de branding, die mijn toekomstbeeld veranderde met één enkele zin.
En nu zit ik hier met mijn voeten in het water, met kleine steentjes kriebelend tussen mijn tenen. Met als enige gezelschap de zen-reiger en die lijkt me niet eens op te merken.
Een pluk donkerblond haar valt voor mijn ogen als ik mijn hoofd buig en naar mijn handen kijk, naar mijn kale ringvinger. Op dit moment weet ik zeker dat mijn moeder altijd gelijk heeft gehad. Het komt goed. Morgen is belangrijker dan gisteren. Het is tijd om het verleden vaarwel te zeggen, om het achter me te laten.
Langzaam sta ik op en wiebel wat met mijn vinger. Ik moet terug naar het gebouw. Het is niet eerlijk om ze zo lang te laten wachten. Ze verdienen een antwoord.
Jake en Nora onderbreken meteen hun gesprek als ze me aan zien komen. Twee paar ogen staren me aan, stralend, maar tegelijkertijd ook onzeker, afwachtend.
Zonder iets te zeggen zend ik een glimlach naar Jake om hem te laten weten dat ik er klaar voor ben. Maar eerst omhels ik Nora, die in mijn oor fluistert dat ze trots op me is, en dat het tijd is om verder te gaan.
‘Je bent mijn gisteren en mijn morgen,’ zeg ik met schorre stem. ‘Daar zal vandaag niets aan veranderen.’
Nora huilt en houdt me nog steviger vast. Dan duwt ze me van zich af en wenkt met haar ogen naar Jake, die met een liefdevolle blik naar me staat te kijken. Nora glimlacht en streelt mijn wang. ‘Je moet een man niet zo lang in spanning laten, Fiore. Dat is niet goed voor zijn ego.’ Ze grinnikt om haar eigen woorden.
Ik draai me glimlachend om en loop rechtstreeks in Jakes armen.
‘Ja,’ zeg ik zachtjes. ‘Ja, ik wil dolgraag met je trouwen.’
En ik meen het. Ik wil het echt. Jake wil me, voor de rest van zijn leven. En ik wil hem, ook al zal een deel van mij altijd bang zijn dat hij me in de steek laat, of wordt weggerukt uit mijn leven. Maar daar mag ik niet aan denken. Als ik zo blijf denken, verandert er nooit iets en houd ik mijn eigen geluk tegen. Jake en Nora hebben me gezien op mijn diepste dieptepunt. Geen haar op hun hoofd dat er aan dacht me te verlaten. Daar houd ik me aan vast. Daar moet ik me aan vasthouden, zoals Jake mij nu vasthoudt. Ik voel me veilig bij hem. Beschermd. En zo hoort het ook te zijn.
Jake schuift een ring om mijn vinger. Het is een simpele witgouden ring, zonder opsmuk, zonder diamantjes. En dat hoeft ook niet. Het leven is al ingewikkeld genoeg. Het is juist fijn dat de dingen die veel voor me betekenen, uitblinken in eenvoud. Jake weet dat, daarom heeft hij deze ring uitgekozen. Ook al weet ik dat hij zelf een andere smaak heeft en mij liever ziet met een kolossale diamant om mijn vinger.
‘Lieve Fiore, je weet niet half hoe gelukkig je me hiermee maakt,’ zegt hij, terwijl Nora op haar tenen wegsluipt en ons alleen laat. ‘Ik hou van je.’
‘En ik hou van jou. Heel veel.’
Zijn ogen worden heel zacht als hij zich gezicht dichtbij het mijne brengt en met zijn mond mijn lippen raakt. De kus die volgt is er één vol vertrouwen, verlangen en liefde.
En ik voel, ik weet: mijn morgen begint vandaag.
Met Jake.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch