Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Murw

Door Patricia Pos

De eerste keer dat je zegt dat ik dom ben, denk ik dat je het niet meent. Verbijsterd door je terloopse belediging kijk ik je met opgetrokken wenkbrauwen aan.
‘Had je dat nou echt niet anders kunnen plannen?’ vraag je geïrriteerd. Ik heb je net verteld dat ik een extra schrijfklus heb aangenomen en ons maandelijkse bezoek aan je familie dus een keer zal moeten overslaan. Je weet dat het werk de laatste tijd niet voor het oprapen ligt en dus dacht ik dat je blij zou zijn dat ik een nieuwe opdracht heb binnengesleept. Blijkbaar heb ik dat totaal verkeerd ingeschat.
‘Sorry,’ zeg ik, ‘maar ik kan deze klus echt niet laten schieten en mijn deadline is over een paar dagen al.’
‘Hm,’ brom je terwijl je een slok cola neemt.
Je geërgerde opmerking klinkt nog na in mijn hoofd en ik kijk naar je teleurgestelde gezicht. Je bedoelt het vast niet zo, denk ik terwijl ik een verontschuldigende kus op je wang druk. Een paar weken later blijkt er echter meer achter je woorden te zitten dan ik dacht.
We zijn op een zomerse bruiloft en je zit tegenover je achternichtje aan een picknicktafel. Ze heeft pasgeleden haar middelbareschooldiploma gehaald en is bezig met haar toelatingsportfolio voor de kunstacademie. Ik kom net terug van de bar als ik je minachtend zie glimlachen. ‘Als ik je een tip mag geven, ga vooral niks creatiefs doen. Daar kom je in het leven namelijk helemaal nergens mee.’
Net iets harder dan nodig zet ik het glas bier dat ik voor je meegenomen heb op tafel.
‘Dank je,’ zeg je.
Ik werp je een veelbetekenende blik toe, maar je gaat onverstoorbaar verder met je betoog en terwijl jij tientallen redenen opnoemt waarom ze beter iets anders kan gaan studeren, staar ik als verdoofd in de verte.
Tot dat moment denk ik dat je achter me staat. Na het lezen van mijn verhalen overlaad je me steevast met complimenten en zeg je dat je niet kunt wachten tot mijn eerste boek uitkomt. Kennelijk is je enthousiasme al die tijd een schijnvertoning geweest.

De eerste keer dat ik aan mezelf twijfel, is in een slapeloze nacht vol tranen. Tijdens een urenlange discussie verwijt je me dat ik mijn toekomst eigenhandig ruïneer. De kans is groot dat, redeneer je eindeloos. De kans is groot dat je de rest van je leven een ondergemiddeld salaris zult hebben. De kans is groot dat je teksten nooit goed genoeg zullen zijn om daadwerkelijk gepubliceerd te worden. En zelfs áls een uitgever interesse heeft, is de kans groot dat de vergoeding voor je werk minimaal zal zijn.
‘Ooit had je zo veel ambitie,’ bijt je me toe, ‘en nu neem je genoegen met een karig artiestenloontje?’
‘Ik heb nog steeds ambitie,’ verweer ik me, ‘maar beginnend schrijvers verdienen nu eenmaal niet veel.’
Je vraagt of ik geen tweede studie kan gaan doen en ik antwoord dat ik dat onmogelijk kan betalen. Daarop kijk je me met toegeknepen ogen aan. ‘Zie je nou wel?’ zeg je. ‘Je zit nu al gevangen in een armoedecyclus. En als je zo doorgaat, zul je daar de rest van je leven in blijven hangen.’
Mijn protest is het begin van een verhitte discussie, die ik aanvankelijk bevlogen aanga. Hoe meer ik voor mezelf opkom, hoe harder jij echter tegen me ingaat en dus word ik steeds stiller in de hoop dat de storm dan sneller zal gaan liggen.
‘Ik wil toch alleen maar het beste voor je,’ roep je in het heetst van de strijd uit.
‘En dit is het beste voor me?’ vraag ik terwijl ik naar mijn betraande gezicht wijs.
‘Zekerheid is het beste voor je,’ antwoord je terwijl je me onverminderd fel aankijkt.
Lamgestreden zwijg ik.
Het is al laat als jij na een kanonnade aan beschuldigingen probleemloos in slaap valt terwijl ik vol malende gedachten en kolkende emoties naast je lig. Zou het waar zijn? vraag ik me af. Verpest ik mijn leven door voor mijn passie te kiezen? ‘De meeste schrijvers schoppen het nooit tot publicatie,’ had je gezegd, ‘en het gros van de kunstenaars leidt een armzalig bestaan.’ Zou dat ook mijn toekomst zijn?
Je wilt zekerheid voor me. Tot vandaag heb ik me echter nog nooit zo onzeker gevoeld.

De eerste keer dat ik je gelijk geef is nadat je in de krant gelezen hebt dat zzp’ers gemiddeld een derde minder verdienen dan normale werknemers. Dat de lonen in de creatieve sector onder druk staan, heb ik de afgelopen tijd herhaaldelijk ondervonden en dus kan ik weinig tegen je argument inbrengen.
‘Er valt gewoon geen droog brood mee te verdienen,’ merk je triomfantelijk op.
‘Ik kan mijn vaste lasten anders nog prima betalen,’ antwoord ik.
‘En je hebt natuurlijk ook geld zat om op vakantie te gaan en voor je pensioen te sparen,’ zeg je cynisch.
Ik pers mijn lippen op elkaar terwijl je me wederom tot in detail vertelt hoe uitzichtloos mijn situatie is. Anders dan bij vorige discussies heb je nu cijfers om je beweringen te onderbouwen en dus kan ik niet anders dan knikken.
‘Weet je wat?’ spuug ik je uiteindelijk gefrustreerd toe. ‘Het klopt wat je zegt. Mijn gedroomde carrière is gedoemd te mislukken.’ De tranen branden achter mijn ogen. Het is nu al de zoveelste keer dat je over dit onderwerp begonnen bent en ik weet inmiddels dat tegenstand geen enkele zin heeft. Je kijkt me verrast aan. Als ik een hete druppel over mijn wang voel lopen, wend ik mijn blik af.
Zelden heb ik me zo eenzaam gevoeld. Ik mis het om gesteund te zijn en denk vol weemoed terug aan de tijd dat jij en ik samen een front vormden. De kans dat je ooit weer aan mijn kant komt staan, schat ik echter klein in en dus loop ik ten einde raad over naar de jouwe, zelfs als dat betekent dat ik me tegen mezelf keer.
Je slaat je arm om me heen. Mijn eerste impuls is om je weg te duwen, maar de warmte van je hand herinnert me aan de dagen dat alles nog goed was en dus blijf ik roerloos staan. Ik laat mijn ogen dichtvallen, leg mijn wang tegen je schouder en heel even waan ik me geborgen. In tijden van wanhoop biedt zelfs een illusie troost.

De eerste keer dat de uitzichtloosheid van onze relatie tot me doordringt, is op een moment dat er nog maar weinig van mijn zelfvertrouwen over is. Als een volleerd ballerina heb ik de afgelopen maanden om het onderwerp van onze toekomst heen gedanst. Je beschuldigingen uit het verleden spoken echter dagelijks door mijn hoofd en waar jij ooit mijn rots in de branding was, word ik nu met de dag verder een woeste zee van onzekerheid in getrokken. Met man en macht probeer ik mijn hoofd boven water te houden en de lieve vrede te bewaren, maar onder mijn masker van zorgeloosheid smeult een diep verdriet om het feit dat jij me als een complete mislukkeling ziet.
Steeds vaker vraag ik me af of je ooit anders over me zult gaan denken. Je omslag van enthousiaste voorstander naar pessimistische tegenstander van mijn keuzes was immers zo abrupt dat ik hoop dat je misschien wel net zo acuut zult terugslaan naar je oude staat. Diep van binnen weet ik dat dat niet zal gebeuren, maar wanhopige hoop is dan ook zelden realistisch.
‘Je kiest dus bewust voor een ongelukkige toekomst,’ zeg je ongelovig nadat ik je na weer een kritische noot heb toegebeten dat ik voorlopig geen plannen heb voor een carrièreswitch.
Je venijnige toon steekt, maar je woorden zijn een openbaring. Het is alsof ik al die tijd door een beslagen ruit naar onze situatie heb gekeken en die nu eindelijk wordt schoongeveegd. Alle angsten en twijfels die zich de afgelopen maanden in mijn gedachten hebben opgestapeld, maken plaats voor een besef dat niets anders dan pure waarheid kan zijn.
Ik kies inderdaad voor een ongelukkige toekomst. Echter niet door te schrijven, maar door ook nog maar een seconde langer bij jou te blijven.

De laatste keer dat je zei dat ik dom was, is inmiddels drie maanden geleden. Nog steeds twijfel ik regelmatig aan mezelf. Geheel volgens jouw verwachting woon ik namelijk niet in een ruim appartement in een grote stad, heb ik nog altijd geen cent in mijn pensioen geïnvesteerd en is er geen uitgever die mijn teksten wil publiceren. De kans is groot dat mijn toekomst bescheiden zal zijn en hoewel het realiseren van een bepaalde levensstandaard nooit mijn hoogste prioriteit is geweest, vind ik het bij vlagen moeilijk dat mensen zoals jij waarschijnlijk altijd op me neer zullen kijken.
Het duurt nog wel even voordat mijn zelfvertrouwen volledig is hersteld en de zekerheid die jij voor me wilde, laat vermoedelijk ook nog enige tijd op zich wachten. De garantie dat ik nooit meer door jou gekleineerd word, is me echter duizend keer meer waard dan welke financiële schijnveiligheid dan ook.

———-

Beeld: Francoise Nielly

geen reacties
0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch

0 Toneel

Stukje

Bauke Vermaas