Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Muze

Door Eddie van Sliedregt

Een rij verdringt zich voor het atelier. Erik staat aan de deur, klaar voor een snedige opmerking. Mijn beste vriend ziet eruit als een dandy, een op-en-top-gentleman uit vervlogen tijden. Mijn moeder zegt weleens dat je ontvangen wordt zoals je eruitziet: als het je niets uitmaakt hoe je erbij loopt, geef je niets om jezelf. Vandaar dat Eveline een cocktailjurk draagt en ik een lichtblauw overhemd op een kaki broek.
‘Wat zie je er gesoigneerd uit,’ zeg ik tegen Erik als we vooraan staan.
‘De veruiterlijking van een aristocratische geest. Wat vind je van mijn schoeisel?’
Hij trekt zijn broekspijp omhoog. Hij draagt geen sokken in zijn lakschoenen.
‘Alles draait om beeldvorming,’ voegt hij eraan toe.
Even later gaan we naar binnen. In de expositieruimte zetten de spotjes aan armaturen de stillevens en de gebeeldhouwde figuren van Sabine en haar cursisten mooi in het licht, ze baden in aandacht. Als we na een rondgang een glas wijn en paling op toast van het dienblad krijgen aangereikt, merk ik Sabine op. Ze wordt in beslag genomen door een dame op leeftijd in een bontjas. De heer naast de vrouw heeft de uitstraling van een filantroop. Hij heeft een jachthoed op van bruin fluweel waaruit een veer steekt. Erik komt met een glas tussen ons in staan. In zijn woorden bekijkt het bejaarde echtpaar een onvervalste Sabine, een kruisbestuiving tussen Picasso en Brood, gecreëerd met olieverf, dikke penselen en paletmes.
‘Ik hield die twee grijsaards aan de deur staande,’ zegt hij. ‘Ze dachten zonder uitnodiging naar binnen te kunnen glippen. Het frivole heerschap schoot uit zijn slof. Hij schold me uit voor flamingo, vermoedelijk vanwege de kleur van mijn pochet en van mijn vlinderstrik. Of ik wel wist wie hij was.’
‘Wat deed je?’ zeg ik.
‘Ik heb hem vol op zijn mond gekust,’ zegt hij met bravoure.
We lachen erom.
‘En,’ zegt hij, ‘wat vinden jullie van de Sabines?’
‘Ik hou van dat eigenwijze,’ zegt Eveline.
‘Mijn wederhelft leidt een vrijzinnig leven met een vleugje lijden sinds ze niet meer binnen de lijntjes kleurt,’ zegt hij. ‘Ik heb geen idee waar die scheppingsdrang vandaan komt, maar onsterfelijk zal ze er niet van worden. De werkjes zijn te koop. Na haar dood zijn ze geen cent meer waard, bij leven een duizendje of twee. Per stuk. Gisteren kocht een Amerikaan een kliederwerkje door de telefoon. Hij weet niet dat Sabientje schildert met de ramen tegen elkaar open. De verf zit zelfs tegen het plafond.’
‘Dat is een hoop geld,’ zeg ik.
Met een verongelijkte blik staart hij me aan.
‘Jij zal nog spijt krijgen van het kantoorwerk waarin je na je studie hopeloos zal verzanden.’
Sabine onderbreekt zijn gezemel.
‘Ik heb er weer eentje verkocht,’ zegt ze giechelend met haar hand voor de mond.
‘Aan die opgezette nerts zeker,’ reageert Erik.
‘Stil nou! Weet je wel wie dat zijn?’
‘Ik wil je wat laten zien,’ zegt Erik tegen mij.
Ik loop achter hem aan. In de patio pronkt een krijgsheer op een sokkel. Via de brandtrap gaan we Eriks loft binnen. Vorig jaar was het nog een grote open ruimte. Nu staat er een karrenvracht aan oosters antiek en ander graaigoed, geen enkel plekje is onbenut gelaten. De verdieping is stoffig en het ruikt naar antiekwas en overjarig tapijt. Erik is geen verzamelaar, eerder een bewaarder. Een smeedijzeren ledikant leunt tegen een fijnbesneden eettafel op een vel van koeienleer en aan het plafond bungelt een kroonluchter. Om me heen hangen lugubere portretten van mensen uit de vorige eeuw die horrorverhalen in het gezicht meedragen. Bang om iets om te stoten beweeg ik me houterig langs een stapel reiskoffers, roestig gereedschap en een hobbelpaard. Erik toont een beker uit de kabinetkast, een Hansje-in-de-kelder.
‘In vroeger tijden was deze zeldzame kelk een geliefd cadeau voor de zwangere dame van adel. Zoals je ziet zit er een aardbol in het midden van de kom. Daaruit verrijst een kinderfiguurtje zodra deze met wijn wordt gevuld. De families hieven het glas op een voorspoedige bevalling.’
‘Ik wil je nog wat laten zien,’ zegt hij.
Even later staan we voor een rariteitenkabinet. Erik zegt dat de inrichting geïnspireerd is op de manier waarop de zeventiende-eeuwse kunstschilder Melchior d’Hondecoeter pluimvee tot leven liet komen. Het portret van de meester prijkt op het bovenste schap. Eronder staan diverse soorten opgezette vogels, een vos en een marter en geprepareerde knaagdieren. Het schap op ooghoogte is gevuld met glazen potten waarin weefsel als kwallen in potten lijm rondzweeft. Erik pakt er eentje tussenuit.
‘Deze leuter kocht ik bij een antiquariaat in de Dordogne.’
‘Dat is een echte!’ stamel ik.
Het dikke glas maakt het geslachtsdeel nog groter. De voorhuid is opgerold tot halverwege de eikel. De antiquair had gezegd dat de slurf met de verrimpelde ballen toebehoorde aan een verkrachter uit de negentiende eeuw. Zijn zaakje werd ter afschrikking tentoongesteld in een rondreizend circus.
‘Zo ziet de mijne er tegenwoordig ook uit,’ zegt Erik terloops.
We ploffen neer op het bankstel vol krijt- en verfvlekken. Erik kruist zijn benen en haalt een sigaartje uit de binnenzak van zijn colbert. Of ik weet hoe het zat tussen Salvador Dalí en Gala.
‘De schilder met het eenharig penseel woonde met zijn muze in een hemels vissershuisje in het Spaanse Port Lligat. Maar achter de idylle ging een tragedie schuil. Gala bleek onverzadigbaar en Dalí was een van zichzelf vervulde observator. Zijn impotentie verklaart waarom ze samen geen kinderen hadden. Om tegemoet te komen aan Gala’s grenzeloze libido, liet hij jochies uit de omgeving opdraven om haar te bevredigen terwijl hij zelf toekeek. Om kort te gaan: Sabine en ik zijn dringend op zoek naar een zaaddonor. Zonder redmiddeltjes krijg ik mijn jongeheer niet meer omhoog, het gaat steeds moeizamer. Zij klaagt er niet over, er zijn andere manieren om het elkaar naar de zin te maken. Wat dat betreft zijn we meer philia dan eros om met de oude Grieken te spreken. De kunst is om een romantische verliefdheid om te buigen naar een diepere, liefdevolle vriendschap. Hoewel ik er uitgebreid studie naar heb gedaan, hangt die Kamasutra me onderhand de keel uit. Laatst zijn we bij een macho geweest die koppeltjes helpt zwanger te raken, volgens de advertentie een ‘kinderwensvervuller’. In de straat van mans doorzonwoning stonden half op de stoep geparkeerde auto’s en lag her en der schroot in de voortuintjes. Het is zo’n wijk waarin je op elke straathoek een zwangere vrouw tegen het lijf loopt en een verwilderde speeltuin aantreft. In de vensterbank stonden twee orchideeën symmetrisch opgesteld en de dikke auto voor de deur straalde uit dat die hoorde bij iemand die alles in het leven had bereikt. Ondanks dit alles kwam de anonieme veelschieter over als een sympathieke kerel, gespierd en niet eens zo’n onaangenaam gezelschap. Hij zei dat hij altijd van een kroostrijk gezin had gedroomd, maar de liefde niet vond. Sabine was niet onder de indruk. Ze vond hem een zonderling figuur, een pietje precies die zodra het begint te regenen met zeem en spons naar buiten rent om zijn auto te wassen. Verder had ze het vermoeden dat hij zich afbeulde op de sportschool, dat jaren van frustratie lagen opgehoopt in zijn biceps.’
Ik onderdruk een glimlach vanwege de sombere realiteit achter de façade.
‘Ik wist niet dat jullie daar zo mee bezig waren,’ zeg ik. ‘En nu?’
‘Een kind van mijn vriend, dat lijkt mij een fantastische oplossing. Zou jij er zin in hebben om het met Sabine te proberen?’
Zijn voorstel valt uit de lucht en stuitert na.
‘Jezus,’ breng ik uit.
De lach die Erik laat zien is vastbesloten.
‘Ze wil het niet met een rietje of zo. Gewoon, puur natuur.’
Ik zie de verleidingsdans met Sabine al voor me, zich aan elkaar rijgende beelden die elke gedachte doen verstommen. Het is een gewaagd experiment. Als zijn plan tot me door begint te dringen, heeft het niets afschrikwekkends, eerder iets geruststellends.
‘En jij kijkt toe?’ zeg ik.
Je zou wel gek zijn om je relatie met Eveline op het spel te zetten, gaat het door me heen. Meer dan ooit verlang ik naar een sigaret. Nerveus tik ik met mijn vingers op de leuning.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch