Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Muze

Door A.A.C. Manni

Ik kan niet met je praten. Ik kan je niet aanraken, je zit onder mijn huid. Kan je geloven dat van al die mensen, al die hordes mensen jij die ene bent? Ik voel je aanwezigheid, in de stilte ruist jouw naam. Greatness is Upon You, Greatness is Upon You […] Wanneer ik beweeg beweeg jij. Wanneer ik spreek spreek jij. Je sleurt me mee op weg, door kuilen, velden, over bergtoppen. Ik probeer me los te rukken, maar tevergeefs. Zou het niet respectloos zijn je bij naam te noemen? Alsof je meer niet bent dan dat. Dan een betekenisloos concept. Vooral jij. Een gevleugelde geest. Jij vliegt waar je maar wil, niet gebonden door vorm of sterfelijkheid. Jij hebt de moed gevonden. Jij bent ooit over de rand gestapt om je vleugels uit te slaan. En nu, jaren later sta ik op diezelfde rand en kijk naar beneden. Ik voel de wind langs mijn wangen strijken en wil niets liever dan me mee te laten voeren. Waar ben je om me te laten zien hoe het moet? Nu ik je toch in vertrouwen neem, ergens ben ik altijd op zoek geweest naar een zielsverwant, iemand die echt begrijpt wat ik van het leven verwacht. Hoe voelde het, toen je jezelf voor het eerst zag, ver boven de massa? Toen het jouw beurt was om te lachen. Ze konden je allemaal zien, niemand kon zijn ogen sluiten voor het feit dat jij daar was. Je kwam tot bloei, jouw schoonheid ontvouwde zich en werd groter dan je ooit had kunnen vermoeden. Het overweldigde je, en niet alleen jou. Grenzen waarvan je dacht dat ze eeuwig waren vielen weg. IJzeren wetten vervaagden en vervlogen als verbrand papier. Hoe voelde je je, toen je wist dat het moment gekomen was? De reis, altijd ondergeschikt gebleken aan de bestemming, was voorbij. Of was het slechts de eerste stap, de eerste van vele? Ik was er niet die dag. Ik was er niet om jou te zien herrijzen, als de Feniks uit zijn eigen as, gewond, maar nooit verslagen. Je gaf niet op, ondanks de dreunende tromslagen in je hoofd, zich alsmaar herhalend. Jij-niet, jij-niet, jij-niet. Want hij die zichzelf overwint is sterker dan hij die een stad inneemt. De tijd moest nog komen dat ik je nakeek, aarzelend, nog niet klaar om in jouw schaduw te treden. Op een dag kom ik je achterna. Wacht dan op mij Naamloze, wees de wind onder mijn vleugels, voed mij met de essentie van ons bestaan. Neem me bij de hand en leer me begrijpen wat mijn plek is op deze reis.

2 reacties

Guy

woensdag, 19:11

Hoi,

Bijzonder verhaal… Ben je (inmiddels) toevallig actief als copywriter o.i.d.? Grtjs

christiaan roelofsz

dinsdag, 06:21

Mooi verhaal!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch