Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Naar de Kloten

Door Mi Lena

‘Drop your pants, do a little dance,’ zing ik. Mick schiet in de lach.
‘Jij bent ook ongelooflijk, een soort ramptoerist.’
Ik ga op mijn knieën voor hem zitten en kijk hem vragend aan.
‘Je gaat niet weer aan mijn lul zitten hoor, want dan komen we echt te laat.’
Ik schiet in de lach en houd mijn handen achter mijn rug.
‘Ik doe niks, laat nou maar zien.’
Mick knoopt zijn broek los en laat zijn broek zakken.
‘Eeehmm, tja,’ mompel ik. ‘Hij lijkt wel groter te zijn geworden… Ik bedoel niet je lul, maar je rechterbal.’
‘Die broek zit ook steeds strakker in mijn kruis,’ zegt Mick terwijl hij zijn broek weer dichtknoopt. Ik strek mijn armen naar hem uit. Hij trekt mij overeind en omhelst me.
‘Merkte je vorige week voor het eerst dat je bal pijnlijk was?’
‘Ja,’ antwoordt hij terwijl hij me dichter naar zich toe trekt. Ik geef hem een kusje op zijn wang en begraaf daarna mijn neus in zijn hals. Heerlijk om zijn geur te ruiken. Zo vertrouwd.
Afgelopen week gaf Mick na het seksen aan dat zijn rechterbal pijn deed en groter aanvoelde. Raar, maar hij wilde het nog even aankijken. Het is er alleen niet beter op geworden. Hij heeft ook al een week of twee last van zijn rug. En hoe hij ook rekt en strekt, het gaat maar niet weg.
‘Het is zo’n rare pijn. Het voelt alsof ik een ontzettend volle zak heb.’
‘Ooeeh lekker,’ kreun ik in zijn oor. ‘Zal ik dan toch maar even op mijn knieën gaan…’
Mick onderbreekt me lachend en trekt me tegen zich aan.
‘Schiet op, we gaan naar de huisarts.’

De huisarts is een uiterst vriendelijke en grijzende man. Hij luistert aandachtig naar Mick zijn verhaal, vraagt hem zijn broek uit te doen en plaats te nemen op de behandeltafel. Hij voelt aan Mick zijn liezen en zijn ballen en schijnt er vervolgens met een lichtje op. Een leuk effect geeft dat, sommige delen lijken nu wel doorzichtig. Ga ik thuis ook eens doen.
‘Kleed je maar weer aan.’
De huisarts kijkt mij over de rand van zijn hoornen bril veelbetekenend aan.
‘Ik denk dat het iets van een verdraaiing is, het is wel handig als daar snel naar gekeken wordt. Ik ga gelijk met het ziekenhuis bellen.’
Een beetje ongelovig kijk ik van de huisarts naar Mick. Mick kijkt gespannen. Hij heeft zijn broek weer aan en komt naast me zitten. Zou het echt ‘slechts’ een verdraaiing kunnen zijn? Dat zou wel heel goed nieuws zijn. Dan hebben we ons voor niets zorgen gemaakt. Ik vraag me af hoe ballen kunnen verdraaien. Hoe krijg je eigenlijk je ballen in de knoop? Dat ga ik straks even vragen. De huisarts overlegt inmiddels met een specialist over de klachten van Mick.
‘Kunnen jullie over een half uur in het ziekenhuis zijn?’
Ik schrik op en kijk naar de huisarts. Hij kijkt ons vragend aan terwijl hij zijn hand over de hoorn houdt.

Op de zesde etage stappen we uit de lift. Een bordje met daarop ‘Urologie’ stuurt ons een lange schemerige gang in. Het is een oud ziekenhuis dat flink is afgeleefd. Nou ja, eerder ‘afgeziekt’. Halverwege de gang vinden we de balie ‘Urologie’. We melden ons bij de vriendelijke assistente en nemen plaats in de wachtkamer. Een oudere man die zijn dikke buik in een bandplooibroek heeft gesnoerd en een hip uitziend stel van in de dertig zitten al te wachten. Dat kan dus nog wel even duren. Mick pakt een boekje en bladert erin. Ik vis net een oude Story van de stapel wanneer een man met een grote snor in een witte jas in de deuropening van de wachtkamer verschijnt. Hij roept Mick zijn naam, knikt vriendelijk naar ons en loopt met ferme pas weer naar zijn spreekkamer. Gauw gaan we achter hem aan en nemen plaats. We zitten nog niet of hij vraagt al of Mick zijn klachten kan beschrijven en daarna zijn broek kan laten zakken. Dit keer zing ik maar niet: ‘Drop your pants, do a little dance’. De arts trekt een latex-handschoen aan, kijkt tien seconden naar de bal van Mick, voelt er aan, knikt dan met zijn hoofd.
‘Ga maar weer zitten.’
Mick knoopt zijn broek dicht, komt naast me zitten en knijpt zachtjes in mijn hand. De arts neemt weer plaats achter zijn bureau en kijkt Mick recht in zijn ogen.
‘Het spijt me te moeten zeggen, maar dit is niet goed. Je hebt kanker.’
Het zijn maar drie woorden, maar wat een kracht hebben ze. Of is het stiekem een universele regel dat de krachtigste statements bestaan uit drie woorden? I love you, ik haat je, het is uit, je bent lief, jij bent af, je hebt kanker….
Het voelt alsof ik net uit een vliegtuig ben gesprongen en een vrije val maak. Zo voelt het dus, denk ik nog. Ik hap naar adem, de tranen lopen al over mijn wangen. Mick knijpt hard in mijn hand. Auw. Ook bij Mick zie ik een traan over zijn wang rollen.
‘Oké, en nu? Wat gaan we doen?’ vraagt Mick.
Slimme vraag, denk ik. Mijn vrije val stopt.
‘Woensdagochtend word je geopereerd, dat ga ik nu regelen. Ik leg het zo verder uit.’
Daar zitten we dan. Met rode ogen en een neus vol snot.
Enkele minuten later heeft de arts alles geregeld. Morgen moet Mick terugkomen om een scan te laten maken en overmorgen lepelt hij de kanker uit Mick zijn bal en plaatst er siliconen voor terug. Ik heb ballen altijd al rare dingen gevonden, maar ik heb er nooit bij stilgestaan dat je daar ook siliconen in kunt stoppen. Anyway, deze al wat grijzende meneer gaat dus de bal van mijn vriendje eraf hakken. Daarmee wordt hij niet echt mijn beste vriend, deze dokter Ballenhakker. Het mooie aan dokter Ballenhakker is dat hij het allemaal zo daadkrachtig weet te brengen dat ik er bijna zin in begin te krijgen. Bij alles wat hij zegt, knik ik braaf.
Stilletjes lopen we door de lange gang terug naar de lift. We lopen weer langs de balie met de aardige assistente. Ik knik haar gedag en weet nog net een glimlach op mijn gezicht te toveren. Mick kijkt strak voor zich uit. Hij heeft mijn hand gepakt en knijpt er af en toe in. Bij de lift staan nog meer mensen te wachten. Met z’n allen proppen we ons in de lift. Verstikkend. Ik vraag me af waarom die andere mensen ook net deze lift hebben genomen of waarom wij niet met de trap zijn gegaan. Wel fijn dat ik zo dicht tegen Mick sta gedrukt. Hij voelt warm en gespannen. Niet zo gek. De liftdeuren gaan weer open. Mick sleurt me haast mee de ziekenhuishal door, de draaideur door. Frisse lucht, eindelijk frisse lucht. Mick stopt. Daar staan we dan, hand in hand op de parkeerplaats van het ziekenhuis. We hebben nog geen woord tegen elkaar gezegd sinds we de spreekkamer van dokter Ballenhakker hebben verlaten.
‘Shit zeg, je hebt kanker.’

2 reacties

Mi Lena

Auteur vrijdag, 07:39

Dag Tammie,

Dank voor je reactie!
De afloop is eigenlijk ook wel een boek waardig, ik voel een trilogie aan komen 😉

Tammie

maandag, 19:35

Dag M,

Goed geschreven. Mooi hoe je humor inzet om de pijn en schrik te onderstrepen. Dat het verhaal een goede afloop mag hebben.

Groet, T.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch