Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Naar huis

Door Ursula Grotenhuis

‘VZDOR’, de Rus slaat het Nederlandse paspoort uit zijn handen. Jos voelt dat hij knalrood wordt, maar de neiging terug te slaan drukt hij snel de kop in bij het zien van het boze gezicht en het geweer tegenover hem. Hij verroert zich niet. Dan krijgt hij een duw, valt, voelt dat hij opgevangen wordt en staat weer in de groep. Iemand heeft snel zijn paspoort opgeraapt en duwt het hem in handen. En dan moet hij wel meelopen, als gevangene nu. Dat besef komt als een mokerslag binnen. ‘Ik had me eerder bij de stroom vluchtelingen moeten aansluiten, dan was ik de Russen voorgebleven.’ Het huilen staat hem nader dan het lachen. ‘De vrachtwagen om ons hier weg te krijgen komt echt nog op tijd’ had Alfred gezegd. Alfred, zijn mentor vanaf het eerste moment dat hij als boekhouder in Stuttgart aankwam. Bij de overplaatsing van het kantoor naar Tsjechië had Alfred zijn vrouw meegenomen en ze hadden hem vaak uitgenodigd om te komen eten. Hij had er schaken geleerd, filosofieboeken bestudeerd en besproken. En dus had hij op Alfred vertrouwd en gewacht. Hij voelt de hand van Alfred op zijn schouder. ‘Er komt wel een keer iemand die jou wél laat gaan. Hou je nu maar even gedeisd.’ Hij schudt de hand van zijn schouder af.

‘Morgenochtend gaat het gebeuren. Gewoon blijven liggen, er wordt niet gericht geschoten maar alleen ter afschrikking. In het bos kunnen we ons ingraven, dan moet het lukken.’ Dietrich is aan het woord. Soldaat, ondanks zijn burgerkleren, iemand met ervaring wat overleven betreft. Jos vertrouwt Dietrich niet, maar hij wil kost wat kost naar huis. En dit lijkt de kans. Er zijn nog drie andere mannen die mee gaan doen, maar daar zit Alfred niet bij. Zijn vrouw is ook gevangen genomen en loopt in de vrouwencolonne. ‘Het zou hetzelfde zijn als haar in de steek laten, dat kan ik niet. Maar jij moet gaan Jos, je haalt het wel.’ Met een bemoedigende omhelzing nemen ze afscheid. Die ochtend drukt Jos zich zo diep in de kuil dat hij bijna geen adem meer krijgt. Hij ruikt de natte aarde, voelt de klamme kou en het vocht dat zijn kleren langzaam doorweekt. Jos ligt bewegingsloos. ‘Was ik maar nooit in Stuttgart gaan werken. Maar wat was het alternatief geweest? Onderduiken? Oh, ik moet stoppen met denken. Ik wil, ik moet dit overleven. Al weet ik niet of Martha nog leeft, maar ik wil naar huis, IK WIL NAAR HUIS.’ Rondom hem lopen de mensen naar de weg om in de lange rij aan te sluiten. Slepende voeten, moedeloos gemompel, krakende takken, stampende laarzen die de laatste mensen opjutten. Het schieten begint en Jos drukt zich nog een stukje verder in de grond. Knallen, fluiten, ketsen van kogels tegen de bomen.
Stilte.
En dan het geschreeuw om de colonne in beweging te zetten.
‘Blijven liggen, niet bewegen, blijven liggen,’ het angstzweet prikt in zijn nek.
Afspraak was dat Dietrich het sein veilig zou geven. ‘Als ze hem maar niet geraakt hebben’, alle ellendige scenario’s flitsen door zijn hoofd. En na wat een werkelijk eindeloze tijd lijkt te zijn hoort hij de stem van Dietrich: ‘opstaan mannen, we zijn vrij’. En even later staan ze elkaar aan te kijken en beginnen te lachen. ‘Het is gelukt, nu eerst ontbijten.’

‘Rustig blijven lopen, niet de bewoonde wereld opzoeken, dan halen we Linz zonder problemen. De Amerikanen daar helpen ons wel verder.’ Dietrich klinkt opgewekt. ‘Alleen de voornaam, dat is genoeg’ had hij gezegd. Ze lopen door frisgroen bos, langs kale velden, een enkele groene wei. Jos zwijgt vooral, net als Gillis. Meer dan dat Gillis uit Hasselt afkomstig is weet hij niet van hem. Dietrich zal wel in Rusland geweest zijn want hij spreekt de taal. Bruno en Otto zijn allebei jonger dan de vierentwintig jaar die hij zelf is en praten aan één stuk door.
Na een ontmoeting met een Russische patrouille waarbij ze zelfs soep hebben gekregen, wordt Dietrich overmoedig. ‘We gaan gewoon een lift vragen naar Linz.’ En niet veel later zitten ze inderdaad bij zeer vrolijke Russen in een vrachtwagen. Jos kijkt naar buiten en bij iedere afslag wordt de knoop in zijn maag groter. ‘We gaan de verkeerde kant op’ fluistert hij. ‘Welnee, dat lijkt maar zo’ stelt Dietrich hem gerust.
Ze stoppen bij een Weingut en de Russen worden nu echt enthousiast. Ze bevestigen een slang aan het kraantje van een wijnvat, vullen jerrycans en dan wordt er gedronken, heel veel gedronken. Iedereen moet meedoen. Jos zet de slang aan zijn mond maar drinkt niet. Als de Russen luidkeels gaan zingen sluipt Jos de kelder uit op zoek naar de boer. ‘Waar zijn we?’ zijn stem trilt. ‘Kirchberg, vlak bij Wenen. Zorg dat je wegkomt.’ Jos twijfelt net iets te lang, er klinkt ‘VOYTI’ en ook Jos moet instappen, Dietrich deze keer voor bij de chauffeur. Ze komen bij een splitsing, op de wegwijzer naar rechts staat “Wien 33”. Jos slaat zijn handen voor zijn gezicht en zakt in elkaar. Dan een luidkeelse woordenwisseling voor in de cabine, de auto stopt, Dietrich springt eruit en sommeert de rest snel van de vrachtwagen af te komen. Verbijsterd staren ze de vrachtwagen na en lopen dan mopperend de andere kant op. ‘Door jouw stommiteit kunnen we driehonderd kilometer verder lopen’, maar Dietrich haalt zijn schouders op. En zo lopen ze weer verder, van het ene dorp naar het andere.

In Ottenschlag, een klein dorpje in het glooiende landschap van Neder-Oostenrijk, voelt Jos een steek van heimwee. Dit kon zijn geboortedorp zijn: een verzameling kleine boerderijen met een wit kerkje en een school die het pleintje samen delen, een paar gewone huizen en een winkel met café. In een van de boerderijen krijgen ze onderdak voor de nacht. Bruno heeft een ongebruikte lichtkogel gevonden. ‘Daar zit een klein parachuutje in, van zijde, prachtig spul. Laat mij maar doen, ik weet hoe ik dat eruit kan krijgen.’ Daar zal hij nu wel mee bezig zijn. Jos en Gillis zitten bij de boerin in de keuken.
Een knal.
De boerin schiet overeind, ‘wat was dat? Het kwam uit mijn schuur!’ Ze rennen alle drie naar buiten. Dietrich en Otto staan lijkbleek in de deuropening van de schuur naar de gillende Bruno te kijken die halverwege het erf op de grond ligt. Zijn linkerhand is één grote bloederige klomp, met zijn rechterhand houdt hij zijn buik vast. De boerin schiet weg om hulp te halen. Dietrich komt in actie en probeert de linkerarm van Bruno af te binden zodat het bloeden stopt. Otto houdt Bruno vast, Gillis gaat naar binnen om water te halen. Jos staat in bevroren verbijstering toe te kijken. Na wat een eeuwigheid lijkt te zijn komt de boerin terug, samen met de onderwijzer van het dorp. Ze leggen de nu alleen nog kreunende Bruno op een wagen, spannen het paard ervoor en vertrekken.
De volgende ochtend is de stemming in het groepje meer dan bedrukt, zelfs Dietrich is terneergeslagen. ‘Zo gaat het niet verder’ begint Gillis en als de anderen zwijgend knikken hakt Dietrich de knoop door: ‘we gaan apart verder.’ Iedereen zwijgt en Jos voelt de tranen in zijn ogen prikken. ‘Ik red het nooit in mijn eentje.’ ‘Er zijn zoveel mensen onderweg, je vindt wel weer een groepje om bij aan te sluiten.’ Dietrich klinkt alweer optimistisch.
Natuurlijk had Dietrich gelijk, nog dezelfde avond zit hij met zes anderen in een schuur en bespreekt met hen de mogelijke routes. Met zijn nieuwe reisgenoten bereikt hij al na een paar dagen Linz. Jos is diep geschokt bij het zien van de naargeestige, geblakerde puinhopen, de spookachtige ruïnes van statige huizen in stoffige straten. Gedesoriënteerd loopt hij strak achter het groepje aan in de richting van het centrum. Hij merkt te laat dat hij in een stroom van mensen terechtkomt waar hij niet meer uitkomt. ‘Waar gaan we naar toe?’ brult hij. ‘Het station, er gaat een trein.’ Hij laat zich meevoeren, er is gewoon geen ontkomen aan, en wordt in een treinwagon gepropt. Hij heeft niet kunnen zien waar de trein naar toe gaat. Met kloppend hart leunt hij tegen een raam en sluit zijn ogen. Hij kan alleen maar bidden dat de trein niet weer naar Wenen gaat. Na het aarzelende vertrek durft hij eindelijk aan iemand te vragen waar de trein naar toe gaat. ‘Regensburg, als het gaat lukken’ is het antwoord. Wat een opluchting. Het is niet de kortste weg naar huis, maar in ieder geval de goede kant op. Hij ziet het landschap aan zich voorbijtrekken. Kraters, boerderijen, bossen, verbrande velden, kleine intacte dorpen, kapotte steden, de eindeloze rijen van koffers-slepende mensen. ‘Daar had ik ook kunnen lopen’ en beseft dat het na Regensburg nog een heel eind is voordat hij thuis zal zijn.
‘Ik vertrouw vanaf nu alleen nog op mezelf. Hoe lang het ook gaat duren, ik zal er komen. Thuis, bij Martha. Om weer te gaan leven in plaats van te overleven.’

9 reacties

Gonnie Meijer

zondag, 16:07

Een zeer pakkend verhaal. Zou het hele boek graag lezen. Leest ook makkelijk.

Betty van Waesberghe

vrijdag, 13:54

Spannend verhaal. Maakt nieuwsgierig naar de hele reis van Jos.
Hoop dat je dit verder beschrijft.

Ben Buiting

vrijdag, 11:15

Een tragisch, boeiend en dynamisch verhaal. Na deze verkorte versie ben ik er niet klaar mee; dit vraagt om een vervolg! Heel veel succes gewenst!

Peter Ewals

woensdag, 17:04

Een mooi kort verhaal over een vertwijfeld man die “de stal” ruikt na jaren ontheemd te zijn met een sterk overlevingsinstinct. Hij zal het halen terwijl zoveel anderen ……

Eddy Veenhoven

dinsdag, 21:41

Indrukwekkende beschrijving van een onwaarschijnlijke reis. Een reis die ons als lezer terugbrengt naar het verleden en waarin de hoofdpersoon op zoektocht gaat naar zijn toekomst. Een meeslepend verhaal, boeit van begin tot eind waar je als lezer graag wil weten hoe het verhaal verder gaat.

Zelf heb ik geen Facebook waardoor ik niet kan liken, maar ik wens de schrijfster veel succes met de rest van het boek.

Floris

dinsdag, 15:27

Klinkt erg spannend. Leest makkelijk. Ik hoop dat ik ooit het hele verhaal van Jos kan lezen. Een dikke like! (heb helaas geen facebook meer)

Femke

maandag, 21:44

Vanaf de eerste regel een spannend en meeslepend verhaal. Heb de indruk dat dit echt een klein stuk van een veel groter verhaal is. En ik ben echt benieuwd naar dat grotere verhaal.
Eén groot minpunt. Je kunt alleen maar liken via Facebook, en laat ik dat nou net niet kunnen…
Dus nu maar via deze weg: LIKE!

Wil Toussaint

maandag, 13:43

Spannend en en pakkend verhaal over de terugweg naar huis na de oorlog.Met veel inlevingsgevoel geschreven. Ik wens je veel succes met het schrijven van je boek en ik hoop dat het uitgegeven wordt, zodat ik het lezen!

R. Weber

maandag, 13:02

Wow! Je wordt vanaf het eerste woord meegesleept in het verhaal, voêlt de wanhoop en frustratie van Jos bij elke wending in het stuk!
Ik ben benieuwd naar het vervolg van dit verhaal!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch