Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Nacht in Finis Terra

Door Gerrit gerritsen

Als zo vaak in zijn leven zocht hij het bij de zee. Op een rots bovenop  de granieten kust bij de ‘Baie des Tréspassés’ zat hij deze nog vroege augustusmorgen zijn jongste verdriet te verwerken. De dag na overmorgen zou hij zijn  kantoorwerk in Noord- Nederland moeten hervatten. Minder dan ooit had Robert daar zin in; maar hier kon hij ook niet blijven.

De gedachte dat hij Francoise niet meer zou zien, kwelde hem. Zijn verstand zei hem dat het onzinnig was warme  gevoelens te koesteren voor een vrouw die hij slechts enkele uren kende. En… waar was zij nu? Hij staarde naar beneden, diep onder hem bewoog de oceaan, dicht bij de kust blauw grijs, verder weg staalblauw. Verraderlijke stromingen; hij had erover gelezen. Op de rotsen te pletter geslagen schepen, verdronken zeelieden, de Tréspassés , de overgegane. Wat was er precies gebeurd vannacht? Wat dreef Francoise?

Op het terras aan de baai van Douarnenez zat hij gisteravond na zijn avondmaal aan de koffie. Hij talmde met het aansteken van zijn sigaret. Het getinkel van touwen tegen scheepsmasten had zijn aandacht. Het kalme concert van de vissersboten deed hem aan bellen denken. Bellen die werden geluid voor de vele gebeden die de Katholieken kenden. ‘For whom the bells toll!’ schoot hem te binnen. Hij schudde de melancholieke gedachte van zich af.  “Kom steek die sigaret op! “sprak hij tot zichzelf. En het was alsof in de brand steken van zijn sigaret en het opduiken van de vrouw causaal verknoopt waren. Of dat hij een magische handeling had verricht. Hij kon haar eerst niet goed zien: aan zijn rechterzijde in oranje tegenlicht betrad zij het terras. Een veelbelovend silhouet.

Er stond slechts een tafel tussen die van haar en die van hem. Ze was mooi, vond hij. Een donkerharige vrouw van een jaar of veertig met een diepe blik in bruine ogen. In zijn beste Frans sprak hij haar aan. En wat anders zelden makkelijk liep, ging nu vanzelf. Op zijn uitnodiging dronken ze aan zijn tafel een glas rode wijn. “Er is magie, hier in dit oude land,  zo komt het mij vreemdeling voor, ten minste.” “Ook als je hier leeft… en als je zo van het oude houdt, dan nodig ik je uit. “ Hij keek haar aan. “Nu, ga je mee? “ Ze stond op en stak haar hand uit.

Als in een droom volgde hij haar. De schemering was ingevallen en zij klommen door allerlei kronkelende straten en stegen naar het centrum, hand in hand. Ze staken de hoofdstraat over, passeerden het ‘Hotel de Paris’ en liepen plots een binnenplaats op. Voor hen stond een stevig vierkant gebouw met een eikenhouten deur in het midden waarop Francoise nu afliep. Ze aarzelde geen moment en liet de klopper op het houtwerk los. De deur opende zich , in de opening stond een  kale man van middelbare leeftijd die hen zwijgend monsterde en met een hoofdknik te kennen gaf dat zij binnen konden komen. In de smalle gang ging Francoise hem voor. Aan de zeer solide muren branden flambouwen die de ruimte die ze nu betraden in een okeren gloed zette. “Zo, chérie, hoe vind je ons voormalig knekelhuis? Is het geen aparte night club geworden? Bestel ons een whisky, ik zie je bij de bar. “

Op een kruk aan de bar , met twee whisky naast hem, nam Robert de omgeving in zich op. De bar was achterin het keldergewelf geplaatst , zodat de langwerpige ruimte voldoende plaats bood voor de bezoekers en een soort podium in het midden. Een zangeres op cd zong weemoedig begeleid door trompet en piano. Niemand van de aanwezigen danste . Voor hem aan de linkerkant stond een tiental mannen verspreid in groepjes bij elkaar, rechts van hem aan de bar zaten twee vrouwen in zwarte jurk bij elkaar. Er werd vrijwel niet gesproken. Robert huiverde; het was hem of er ieder moment een mis met offergave zou worden gecelebreerd. Vrijwel gelijktijdig kriebelde iets in zijn nek en werd hij een lichtzoet parfum gewaar. Hij draaide zijn hoofd en ontving een kus van Francoise op zijn oor. “Jij begrijpt veel , toch, kan ik je vertrouwen, schrik je niet als ik je met iets pijnlijks confronteer later? “     “Je kunt me vertrouwen, maar ik wil hier zo snel mogelijk weg, Francoise.”

“Eerst een dans, Robert!”  Op het moment dat een geschikt instrumentaal nummer begon trok hij haar mee naar het podium. Ze bleken de enigen die dansten. Voordat hij zijn ogen sloot, om haar zachte lijf  en de muziek dieper te ondergaan, viel hem op hoe zij door allen werden aangestaard. Hij gaf zich over aan de bewegingen en de aanraking. Hij voelde dat de begeerte wederzijds was; haar onderlijf drukte nog meer tegen het zijne.

“Laten we naar jouw onderkomen gaan!” zei ze na de dans.  “Goed, óp naar de camping en de tent, “was zijn antwoord. In de auto schakelde hij na de lange zoen die zijn hele lijf deed trillen de cd-speler aan, waarna Beethovens vierde pianoconcert de auto vulde. Hij reed Douarnenez uit en op de donkere straatweg die parallel liep aan de kust ,zag hij hoe sterrengevuld deze nacht was. Hij keek opzij: Ze had haar ogen gesloten, haar hand lag op zijn bovenbeen. Hij kon niet bepalen of ze nadacht of zich zorgeloos overgaf aan de nachtelijke rit. Hij voelde opeens een steek in zijn borst; op hetzelfde moment trok een scène van de vorige winter door hem heen. Zijn geliefde van toen haalde haar sigaret uit de mond en met een uitdrukking van afschuw sprak ze . Robert duwde de beelden en klanken terug, en ademde dieper in en uit. De treurige tonen van het tweede deel losten op en  een huppelend ritme zette in.

“Stop hier, Robert! “   Francoise zat recht overeind. Ze waren hooguit vijf minuten van de parkeerplaats verwijderd. Aan de linkerkant van de weg waren bosjes, rechts was een uitgestrekt veld. Hij minderde vaart, en parkeerde waarop Francoise haar deur opende en het op een lopen zette. In het midden van het veld hield ze halt; ze trok haar jack uit en gooide het op de grond. Robert stapte uit, voelde hoe mild de avond was, en zag, op haar afstappend, hoe ze zich ontdeed van haar laarzen en begon haar broek uit te trekken. Hij wachtte, keek om zich heen, blikte naar boven en zag hoe de Grote Beer de nachthemel domineerde. “Die wagen daarboven moet niet vallen, dan zijn we er geweest.”

Francoise stond op een bloesje en een slip na bloot  in het gras. “Come , Robert, make love to a wounded woman! “  Het voelde alsof hij een stomp in zijn maag kreeg. Hij ging verder; ze was bloot ontroerend mooi. Hij ademde zwaar.  Ze lag nu op haar rug op het jack. Terwijl hij boven haar stond, ontdeed ze zich van haar slipje. “”Come be my lover!  Hij kleedde zich uit maar was ondanks zijn harde opwinding niet helemaal met zijn aandacht erbij. Hij draalde; het was allemaal zo veel. Haar opmerking van zoëven, het eenzame veld met het enorme uitspansel erboven, de pianoklanken vermengd met de branding verderop, een zurig gevoel in zijn maag van whisky die verwerkt wilde worden.

Maar nu liet hij zich zachtjes op de vrouw zakken. Hij lag op haar en streelde haar gezicht. “Come , lover, action!” “Lieve Francoise, ik kan het hier niet, laten we naar de tent gaan! “  Francoise kwam met een ruk overeind, duwde hem van zich af, griste haar kleren en laarzen van de grond en begon te rennen. “You don’t want me. No man wants a woman with breast cancer! “ Ze was al ter hoogte van de auto en ging steeds sneller rennen richting Douarnenez. Enkele momenten stond Robert als aan de grond genageld.   “Néee, stop, Francoise, kom terug ! “ Hij schoot slip en broek aan en propte de andere spullen onder zijn arm, terwijl hij naar de auto rende. Het kostte minder dan een halve minuut om de auto te bereiken, te starten , op te trekken, en te keren, maar toen hij de plek bereikte waar net nog Francoise had gelopen, was het enige wat hij zag struiken, bosjes, bomen en duisternis. Hij reed enkele kilometers, stopte verscheiden malen, stapte uit en riep haar naam. Maar ze leek in rook opgegaan. De slotakkoorden van de vierde stierven weg ; hij draaide de wagen en reed ontnuchterd , ontgoocheld naar de kampeerplaats.

Dat was minder dan een half etmaal geleden gebeurd. “Waar was ze nu? Waarom weggerend? “ Hij  staarde in de blauwe diepte voor hem. “Waarom?” mompelde hij. Hij stond op. Vóór hem lag de oceaan, achter hem de zo lange weg naar huis. De weg die leidde naar het stomme kantoorwerk dat hij al zo lang deed en dat hij geacht werd de dag na overmorgen te hervatten. Hij deed enkele passen naar voren, de lippen samengeknepen. Hij hoorde een onzichtbare vogel schreeuwen.

geen reacties
1 Poetry slam

Samen Slapen

Ben Oranje

0 Poetry slam

Ik ben net niet

Reinier Punt

0 Fictie

De dijk

Wendy Wierdsma

0 Non-fictie

Kwijt

ANJA KWARTEN

0 Fictie

Stromen

Sonja Coenen

0 Non-fictie

Als ik ga

Heidi Hulst

2 Poetry slam

kindje

Jacqueline Brouwers