Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Nagalm..en

Door ria streng

Nagalm …en

Carola steekt de sleutel in het slot en gaat haar appartementje binnen.

Zingend loopt ze de keuken in, zet haar tas met boodschappen op de aanrecht, pakt een fles en een glas uit de kast en loopt daarmee naar de kamer. Ze schopt haar schoenen uit en strekt zich languit op de bank, tevreden kijkt ze om zich heen.

Alleen wonen heeft veel voordelen.

In de hoek van de kamer staat een grote grenen kast. Grenen vindt ze het mooiste hout, het is warm. De kast puilt uit van boeken, geen boeken die zo interessant staan, maar boeken die zo heerlijk lezen.

Hans is geen lezer, nooit geweest, bij de scheiding heeft hij de ecyclopedie meegenomen. Er is nooit in gekeken maar hij vond het geleerd staan.

Onder het genot van haar glaasje mijmert Carola over het verleden. Haar ouders hadden het altijd druk met zichzelf, problemen kenden ze niet, wilden ze niet kennen. Je problemen hield je voor jezelf. ‘Met huilen schiet je niks op,’ zei haar moeder altijd.

Ook op de slaapkamer kon ze niet huilen, het was een gedeelde slaapkamer. Haar zusjes die nuchterder waren dan zij, zeiden dat ze een beetje gek was.

Meenden ze dat? Carola wist het niet, ze wist wel dat het haar angstig maakte. Ook toen al had ze last van onbestemde angsten. Ze stopten de angsten weg. ‘ Jakkes, wat heb jij een vieze natte handen,’ dat zeiden haar zusjes ook. Dan werd het nog erger.

Een jeugd kan gelukkiger zijn.

Het had zich gewroken, ze raakte in de war, kreeg buikpijn, en pilletjes waarvan het niet overging.

Bezorgde blikken gingen van moeder naar vader, blikken die ze opving, maar praten over haar angsten mocht niet..

Ze heeft het één keer geprobeerd bij haar moeder. ‘ Ik heb nu geen tijd hoor. Al die onzin, daar moet je niet over denken, daar word je nog eens gek van,’ De antwoorden op vragen of God wel bestond, waar de hel was, waar de pastoor het steeds over had. De hemel kon ze zich nog wel voorstellen, dat was daarboven, maar iedereen die onder de grond gestopt werd, was toch niet in de hel? Haar ouders wisten met haar geen raad.

Als moeder zag dat ze na zat te denken, piekeren, noemde ze dat, kreeg vader een seintje en kwam het ganzenbord op tafel. Bezig zijn, vooral niet denken, dat was de oplossing thuis altijd geweest.

Naderhand had ze haar vragen en twijfels in een dagboek opgeschreven, haar zussen hadden haar dierbare dagboek echter gevonden. Carola snapte het geginnegap pas toen ze ‘s avonds haar dagboek met een geforceerd slotje vond.

Toen, jaren later, kwam haar huwelijk. Hans bleek anders te zijn dan ze had gedacht. Haar eigen schuld? De onzekerheid bij haarzelf wilde ze misschien onbewust compenseren met zijn zekerheid. Bovendien hadden haar zusjes haar van jongs af aan verteld dat zij nooit zou trouwen, zo’n lelijkerd.

Daar kon ze gelukkig inmiddels wel om lachen.

Helaas was die zekerheid van Hans gebaseerd op lucht.

Haar buikpijnen kwamen terug. Diverse onderzoeken volgden. ‘Aanstellerij,’ zei Hans, en ‘moeder had gelijk, je leest teveel,’ dan trok hij de deur achter zich dicht en ging weg.

Weer kreeg ze medicijnen en de buikpijnen verdwenen. Ze werd alleen wat slomer, tot ze ontdekte dat de ‘medicijnen’ slechts kalmerend waren. Ze stopte er direkt mee.

Toen kwamen de klokken! De klokken van de kerk die ze vroeger in het echt hoorde kwamen nu in haar hoofd tot leven. Overal hoorde ze die.

AL denkend aan haar verleden schenkt Carola nog een glaasje in. Verrek, ze is alweer op de helft van de fles. Eigenlijk drinkt ze erg gemakkelijk tegenwoordig, een poosje stoppen zal niet verkeerd zijn. Ze begon met regelmatig drinken toen ze ontdekte dat Hans een vriendin had, of nee, eigenlijk al toen ze van de kalmerende middelen af was.

Ze gaat met haar handen door haar korte blonde haar, Vijftig is ze nu. Al tien jaar gescheiden.

En nu neemt ze nog een glaasje. Morgen niet meer.

Koken heeft ze eigenlijk geen zin meer in, ze neemt wel een cracker met kaas en een boek..

De volgende middag zit Carola ongeduldig heen en weer te wiegen, vijf uur, tijd voor een portje, maar ze heeft het zichzelf beloofd.

Morgen dan maar.

Als ze ‘s avonds haar slaapkamer binnenkomt ontdekt Carola dat haar lakens nog niet op bed liggen. Ze wordt wel vergeetachtig, zitten natuurlijk nog in de wasmachine. En ze is al zo moe, natuurlijk weer teveel gedronken. Stomme trut! Waarom heeft ze zich niet aan haar voornemen gehouden. Dat zal morgen weer koppijn zijn.

Zuchtend loopt ze naar de kast, pakt twee lakens van het keurige stapeltje beddengoed en gooit ze nonchalant op bed. Ze kleedt zich uit, werpt de kleding in een hoek, net naast de stoel natuurlijk. Ze heeft nog net het benul om de wekker op zeven uur te zetten, duikt in bed en weet niets meer.

Gelukkig is ze vergeten de zware velours gordijnen te sluiten, zodat de zon de kans krijgt om haar ‘s morgens te begroeten. Merkwaardig genoeg wordt Carola fit wakker. Geen hoofdpijn, ze is zelfs opgewekt. Ze kijkt haar kamer rond en denkt, wel een zootje, vandaag maar eens aan de schoonmaak.

Vol goede moed springt ze uit bed.

Vijf uur!

Happy hour.

Gek eigenlijk, want zo lekker is het niet, een gewoonte, als niets om handen heeft. Zomaar niets doen heeft ze nooit geleerd. Immers: ‘ledigheid is des duivels oorkussen,’ en met een glas in de hand heeft ze altijd het idee dat ze bezig is.

Ze kan beter even naar buiten gaan, een wandeling in de zon maken.

Het lijkt wel of de hele wereld op een terrasje aan een glas bier zit. Niemand zit alleen.

Carola ziet een lege stoel, gaat zitten en hoort zichzelf ‘ een Spaatje graag,’ zeggen.

Iedere dag om vijf uur is die strijd er weer, maar ze vindt er iets op.

Als ze thuiskomt gaat ze gelijk aan het werk, niet eerst even zitten, maar gelijk poetsen, schrobben, boenen en ramen zemen.

Een collega op het werk is ziek geworden en Carola neemt haar werk erbij.

Razend druk heeft ze het, eenmaal thuisgekomen blijft ze tot diep in de nacht aan de gang, badkamer dweilen, gordijnen wassen, kortom alle werkjes die ze tot nu toe met de Franse Slag deed, wordne nu uittentreure herhaald.

Overdag de zaak.

‘s Avonds het huis.

Vooral niet denken. Piekeren?

Maar oh God wat is ze moe.

Carola kan zich totaal niet meer ontspannen, Alle angsten van vroeger komen terug. Het gezicht van haar chef lijkt soms te veranderen in dat van de pastoor, dreigend.., dat van haar collega’s in die van Hans en haar vader .. haar moeder.

En haar hoofd.. de klokken galmen nu dag en nacht. Ze loopt maar weer de stad in, ondanks die herrie.

Ze schrikt als ze in een winkelruit haar lijkbleke gezicht ziet. Wat ziet ze eruit! Carola haalt diep adem, naar huis moet ze, verwilderd, niemand ziend loopt ze naar huis.

Dit houdt ze niet vol.

In huis loopt ze te ijsberen, slapen kan ze al nachten niet meer.

Weer gaat ze de stad in, ze loopt langs de singels,

Zwemmen moet ze, met haar hoofd onder water, dat is een idee.

Vroeger kon ze klokken stilkrijgen door uren onder de douche te staan.’Wat is die waterrekening toch hoog, Carool, je moet minder water gaan gebruiken hoor!’ maar Hans is er niet meer.

‘Kind wat is er met jou aan de hand?’ Carola voelt zich weggetrokken van de waterkant. Wat doet ze daar? Wilde ze echt springen?

Ze ontwaakt langzaam uit de nachtmerrie van de laatste dagen. Heeft ze gewerkt?

Ingestort is ze, dat is zeker, maar verder?

Ze wrijft over haar bonkende voorhoofd, een kalmerende stem dringt langzaam tot haar door. ‘Carooltje, meisje, wat is er toch?’ ze herkent haar tante Lea, die immers ook in de stad woont.

Bij het zien van zo’n vertrouwd gezicht barst Carola in tranen uit, al het verdriet van de laatste jaren, al het verdriet, dat weggedrongen zit, weggestopt onder spelletjes en stapels werk, weggestopt in glazen port. alles komt eruit.

‘Oh, tante Lea, help me toch! ik word gek.’

Tante Lea brengt Carola naar huis, stopt haar in bed met een kruik en een slaappil. Een week lang verzorgt Lea haar nicht op een rustige manier.

Ontspannen kan Carola, na de rustige avonden met haar tante, slapen.

Tante Lea vertrekt en Carola gaat weer rustig aan het werk.

Een paar weken later realiseert Carola zich dat ze al die tijd niet aan een drankje heeft gedacht

Een gevoel van overwinning.

Als ze thuiskomt, zet ze de tv aan.

Reklame..

Een detective er achteraan, haar held loopt onderzoekend rond met een groot glas Whiskey, Carola verdiept in het verhaal, grijpt achter de bank, waar fles en glas trouw staan te wachten.

De port verspreidt een weldadige warmte in haar.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch