Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Natte foto’s

Door Lex Noteboom

Ik heb alle natte foto’s voorzichtig losgehaald en op de woonkamervloer uitgestald. Ik heb ze zo recht mogelijk neergelegd, precies even ver van elkaar en allemaal met de afdruk naar boven. Het was een ongelofelijke klus, het zijn honderden foto’s, maar ik wilde niet slordig worden. Ik wilde zo goed mogelijk proberen te helpen. Nadat ik vier albums had leeggehaald, trok ik al mijn kleren uit behalve mijn onderbroek. De thermostaat stond op vijfendertig en het zweet stond op mijn rug. Daarna was ik nog zeker vier uur bezig. Misschien wel langer. Ik zie nu dat de gordijnen nog openstaan en het is pikdonker geworden, dus de buren zullen wel gedacht hebben. Ik was blijkbaar zo geconcentreerd dat alles om me heen vervaagde.

Sommige albums kon je bijna niet meer uit de tas halen zonder ze kapot te maken. De kaft viel tussen mijn vingers uit elkaar als een slappe cake. Toch heb ik de meeste foto’s losgekregen zonder al teveel achter te laten. Daarna heb ik ze allemaal geföhnd. Mijn broer zei aan de telefoon dat dat het beste was. Ik moest de rode föhn uit hun badkamer meenemen. Het hielp, de foto’s werden meteen minder slap. Maar de hoeken begonnen wel naar boven te krullen. Misschien had ik dat kunnen voorkomen, ik weet alleen niet hoe. En in plaats van te zoeken naar een oplossing sta ik een beetje ontheemd te kijken. Ik sta in mijn onderbroek in het midden van een bloemenveld van foto’s die langzaam dichtvouwen terwijl de avond valt. Hoe langer ik ernaar kijk, hoe vreemder het wordt. Die foto’s horen hier niet. Ik neem nooit foto’s. Van de meeste begrijp ik ook niet waarom ze zo belangrijk zijn. Van de meeste begrijp ik niet waarom ze gered moesten worden van het water. Foto’s van de Eiffeltoren of een hoge berg of een smal steegje dat vol hangt met witte lakens. Waarom neemt hij die foto’s? Er bestaan waarschijnlijk al duizenden perfecte foto’s van de Eiffeltoren. Genomen door topfotografen met professionele apparatuur, die de hele dag hebben staan wachten op het mooiste licht. Waarom neemt iedereen die foto steeds opnieuw?

Er zijn een paar foto’s die ik wel begrijp. Zoals eentje van zijn vriendin die zichzelf vingert op de kleine rode bank in hun woonkamer. Die was deel van een serie naaktfoto’s. Ze zaten bij elkaar in een grote bruine enveloppe. Ik vraag me af waarom alle foto’s netjes zijn ingeplakt, behalve de naaktfoto’s. Het was één grote natte homp geworden, een grote homp nat vlees. Ik moest een pincet uit de badkamer halen om de lichamen voorzichtig uit elkaar te halen. Ik moest mijn broer langzaam lostrekken van zijn eigen vriendin, als een pleister van een ontstoken wond. Dat hoor je volgens mij niet te doen, als broertje.

Op sommige foto’s hebben ze ook echt seks met elkaar, maar die zijn gelukkig allemaal scheef of onscherp. Waarschijnlijk is het moeilijk om een camera vast te houden terwijl je seks hebt. En het is een beetje raar om iemand erbij te halen. Ik vind het al ongemakkelijk als mijn moeder aan de ober vraagt of hij na het opdienen een foto van het gezelschap aan tafel wil maken. Laat die man zijn werk doen. Waarom wil iedereen precies dat moment laten vastleggen? En waarom bij ieder restaurant weer opnieuw?

De laatste foto die ik van de bruine envelop moest losmaken was die van mijn broers vriendin op het rode bankje. Ze paste er bijna niet op en lag heel onhandig met haar benen over de leuning, maar dat heeft juist wel wat. Die foto begrijp ik. Die zou ik ook maken. Maar ik denk niet dat mijn vriendin dat wil. Die zou schrikken van het voorstel. Mijn vriendin zegt dat ze precies weet wat ze aan me heeft, dat ze dat zo leuk aan me vindt.

Ik vraag me af welke foto’s zij wel wil maken. Wil ze een foto van ons aan tafel in een restaurant? Wil zij foto’s van de Eiffeltoren en van de smalle steeg waar de witte lakens hangen? Ik zie mijn grote broer die zijn pasgeboren dochter vasthoudt en ik vraag me af of mijn vriendin de foto’s wil nemen die alle mensen voor ons ook hebben genomen.

En welke foto’s verwacht ze van mij? In mijn woonkamer liggen misschien wel dertig plaatjes van mijn broers vriendengroep. Samen op vakantie of samen in de club of in de sportschool. Dat zijn het soort jongens die allemaal dezelfde kleur overhemd kopen en stopwoordjes van elkaar overnemen; net vrouwen die tegelijk ongesteld worden als ze in hetzelfde huis wonen. Mijn vriendin zegt dat ze het leuk vindt dat ik altijd thuis ben. Ze zegt dat ze het gezellig vindt dat ik de hele dag zit te coderen, dat de toetsen tikken als druppels tegen het raam. Terwijl ik naar deze foto’s kijk voel ik me eerder een tikkende tijdbom. Ik voel me een mens dat zich niet gedraagt als een mens.

Ik wil niet meer nadenken over mijn broers leven en over mijn leven en ik kijk weg. Ik kijk naar beneden en zie vlak naast mijn blote voet een foto die ik niet herken. In een witte ruimte ligt iets van vlees en bloed, maar ik weet niet wat het is. Ik pak de foto voorzichtig op, hij is bijna droog. Van dichtbij begrijp ik nog steeds niet wat ik zie. Het is een soort massagetafel: een platte lichtgroene tafel waar dun, wit papier overheen ligt. Op het papier ligt iets dat lijkt op een hart of een maag. Ik zie de aderen lopen en ik herken de kleur van het vlees. Maar ik ken het orgaan niet. Het is niet iets dat in mijn lichaam thuishoort. Het lijkt buitenaards. Ik zie een dikke, roze leiding die zich om het orgaan heeft gewikkeld en buiten de foto verdwijnt. Het is plat, alsof er water uit is gelopen. Of iets anders. Ik kijk misschien wel een half uur naar die ene foto. Ik sta in mijn onderbroek tussen een drogend leven en ik kijk en ik kijk, maar ik zie het niet. Wat is dit? Waar komt dit vreemde rode ding vandaan? Waarvan is het losgetrokken?

Ik kan het niet aan mijn broer vragen. Hij is op Ibiza, daar is hij ieder jaar. Daarom kon hij niets doen toen hij vanmiddag hoorde dat het water uit zijn muur kwam. Daarom moest hij mij bellen. Ik moet hem straks laten weten dat ik de foto’s heb kunnen redden. Het wordt een ongemakkelijk gesprek want dat is het altijd. En ik durf hem niet te vragen wat het mysterieuze orgaan betekent, want ik durf hem nooit iets te vragen.

Hoe kom ik er dan achter? Waar kan ik beginnen met zoeken naar deze groene tafel? Ik kijk de kamer in. Misschien moet ik alle foto’s nemen die de mensen voor mij ook hebben genomen. Misschien kijk ik op de verkeerde manier naar al deze momenten. Het zijn aanwijzingen, de gebouwen en de steegjes en de restaurants; het geheel vormt een route. Al die mensen met camera’s proberen samen iets in kaart te brengen. Daarom doen ze elkaar na. Als ik mijn broers pad volg, zoals hij het pad van zijn vrienden volgt, dan kom ik vanzelf bij het moment dat ik naast de groene tafel sta en mag zien waar het geheime orgaan toe dient. Het enige dat ik hoef te doen, is de route volgen.

Ik pak mijn kleren bij elkaar en loop op mijn tenen naar de keuken. Nadat ik me heb aangekleed ga ik aan mijn eettafeltje zitten en bel mijn broer. Terwijl de telefoon overgaat oefen ik het slechte nieuws zachtjes tegen mezelf.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch