Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Neem jij de rottweiler

Door EM Lepoutre

Er wordt geklopt op mijn etalage. Een vrolijke roffel. Ik ben net bij rijstkorrel nummer vijfenzeventig en wil doorgaan met tellen. Eindelijk lukt het om de stroom gedachten in mijn hoofd tot bedaren te brengen en ik heb goede hoop de duizend te halen. Bij de tweede klop is het lastiger het geluid te negeren en ik raak de tel kwijt. Een- of tweeëntachtig? Bij de derde keer geef ik me gewonnen en sta op van mijn krukje. Ik weet wie het is. De cafébaas klopt altijd op dezelfde manier aan en op dezelfde plek, niet bij de deur maar aan de zijkant van het raam, de kant die aan zijn café grenst. Ik woon in een oude lampenwinkel.

Het is inderdaad Alexander. Toen ik hier een jaar geleden kwam wonen, dacht ik dat hij een man van veertig was, maar hij bleek zesentwintig te zijn, vijf jaar ouder dan ik. Hij heeft een kaal hoofd en draagt een synthetische jas met bontkraag. Hij komt naar mijn winkeldeur, ik ben niet van plan een voet uit mijn huis te zetten. Buiten heerst de chaos, brommers die over je tenen scheuren, auto’s met tetterende luidsprekers op het dak die stapvoets rijden, dronken cafébezoekers. Het vuilnis woekert als onkruid. Macho is niet aangelijnd maar loopt met Alexander mee naar mijn voordeur alsof dat wel zo is. Zijn zwarte oren hangen slap, boven zijn ogen heeft hij twee bruine vlekjes. Hij steekt zijn neus door de deuropening en likt kruimels van de vloer. Een stofzuiger heb ik niet.

Lucinda, ik ga in de rij, zegt Alexander zonder verdere inleiding. Neem jij Macho onder je hoede?

Het spijt me, en terwijl ik praat komt de smoes vanzelf: Ik ga vanmiddag ook naar de centrale om me te laten synchroniseren. Wat kan ik anders tegen hem zeggen? Ik wil niet de laatste uren tot aan de meteorietinslag doorbrengen als huisdier-eigenaar.

Alexander houdt zijn hoofd scheef, alsof hij me wil verleiden, en zegt: Hij is altijd zo op jou gesteld. En als op commando likt Macho mijn hand. Ik adem uit en laat mijn lippen licht trillen, zo van: doe niet zo raar. In mijn buik voel ik de spanning. Niet laten merken dat je bang bent. Juist dan valt hij aan.

Laat hem gewoon los, zeg ik zonder nadenken. Niemand die ervan opkijkt, een loslopende hond.

Alexander legt zijn hand op de deurpost en steunt ertegen alsof hij zojuist extreem dramatisch nieuws heeft gehoord. Dat is onmogelijk, mompelt hij, Macho heeft een maatje nodig. Ik dacht dat jij niet zo geloofde in het plan om alle mensen te evacueren, dat je gewoon hier thuis het einde zou afwachten.

Is er niets geregeld voor huisdieren?

Die moeten maar zien te overleven. Of sterven als de inslag zo groot is als voorspeld.

Het spijt me, zeg ik en stap achteruit.

We zijn altijd goede buren geweest, hè.

Ik knik en om aardig te doen voeg ik eraan toe: Ik weet nog dat ik hier wilde gaan wonen, vorig jaar net na de Switch. Je brak het pand voor me open met een koevoet.

Nee, joh, dat deed je zelf, ik leende je het ding alleen maar uit.

Ik glimlach, dit keer oprecht. Da’s waar, en ik bleek er nog goed in te zijn ook.

Je bent opgegroeid op een boerderij, toch? Rauw volk, echte aanpakkers.

Alexander heeft me vaak verteld dat zijn familie altijd een kroeg heeft gehad, in zijn ogen ben ik een dorpsmeisje. Hij weet geloof ik niet dat ik bang ben voor honden.

Macho snuffelt aan mijn kruis. Ik moet verder, zeg ik, nog wat dingen voorbereiden voordat ik ga.

Hij draait zich half om, Macho blijft staan. Alsof hij weet dat zijn baas altijd nog een laatste zin zegt voordat hij echt wegloopt.

Ik heb laatst gedroomd, zegt Alexander met zijn rug naar me toe gekeerd. Het is de eerste keer dat ik droomde sinds, nou ja, sinds de Switch. Hij pauzeert even en gaat op zachtere toon verder. Sinds we op deze planeet leven als een kopie. Zal ik het vertellen?

Ik geef geen antwoord. Hij heeft me in het begin een keer gezegd dat hij nooit droomt. Hij maakte zich er druk om, hij had gehoord dat mislukte kopieën niet dromen. Ze zeggen dat de mislukten zich van kant maken, zei hij met een kraak in zijn stem. Ik denk dat het door dat gesprek komt dat ik geen hekel heb aan Alexander, ondanks dat hij al die dronken, schreeuwende mensen veroorzaakt. Toen stonden we op precies dezelfde plek bij mijn voordeur.

Alexander draait zich weer om en komt ongemakkelijk dicht bij me staan. Wat is een normale afstand voor twee mensen die als kennissen met elkaar omgaan? Vijftig centimeter? Even denk ik dat hij me wil zoenen.

Hij kijkt me in de ogen. Ik kan niet anders dan mijn blik afwenden.

Het was vreemd, hoor, jij lag in het ziekenhuis, dat was me verteld door iemand. Ik had mijn auto op de stoep geparkeerd, vlak voor de voeten van een oud dametje met een infuuspaal en ik sloot het autoportier niet eens en rende naar de draaideur. Het was geen gewone draaideur. Hij ging razendsnel rond, je kon hem bijna niet meer zien. Ik stopte. Er waren mensen die er met gemak in stapten, alles leek digitaal versneld. Ik bleef staan. Voor mij was het onmogelijk naar binnen te gaan. Er lag een onzichtbaar krachtveld voor de deur. Verder gebeurde er niets in die droom. Ik stond daar maar te kijken naar het gedraai van de glazen deur, wetend dat jij zwaargewond daarbinnen lag.

Hij legt zijn hand op mijn schouder. Ik laat hem begaan, het voelt niet eens onaangenaam. Er hangt een lichte zweetgeur om hem heen. Even sluit ik mijn ogen. Ik voel Macho tegen mijn been drukken.

Je leeft nog, wil ik zeggen. Weet je nog dat je bang was dat je jezelf iets aan zou doen. En kijk nu eens, je hebt het tot het eind uitgehouden. Misschien, als de inslag meevalt, kun je over een paar dagen gewoon verder met je leven. En ik ook.

Ik zwijg.

Je hebt Macho nodig, Lucinda. Blijf bij hem deze laatste twee dagen.

Ik probeer vastberaden te kijken terwijl ik mijn hoofd langzaam schud. Sorry, ik heb echt veel te doen, zeg ik nog eens. Ik kan er geen hond bij hebben. Ik stap naar achteren en duw de deur dicht, daarmee de neus van Macho en die van Alexander naar buiten duwend. Hij moest eens weten dat ik rijstkorrels zit te tellen.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam