Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Nemesis

Door Heyta Melssen-Rynja

Er komen soms vreemde bezoekers in het park en deze avond is daarop geen uitzondering. Danny had dat kunnen beamen, als hij de kans had gekregen om zijn ontmoeting na te vertellen.

Danny de V., zoals hij meestal wordt aangeduid in de korte berichtjes in de krant, is een kruimeldief, een draaideurcrimineel. Maar hoewel hij vaak tegen de lamp loopt kan hij toch aardig leven van zijn roeping. Vandaag is bijvoorbeeld tot nu toe zeer lucratief verlopen. De mensen letten wat minder op als ze haast hebben en zo’n dag als vandaag, de dag voor kerstmis is wat dat betreft ideaal. Iedereen moet nog snel even op pad voor de laatste cadeaus, het is overal druk en chaotisch en het weerbericht voorspelt flinke sneeuwbuien.

Danny heeft zijn zakken dus goed kunnen vullen: portemonnees, telefoons, sleutels, kleine cadeautjes. Dat wordt ook voor hem een vrolijk kerstfeest. Daarom loopt hij nu door het park. Hij ontwijkt daarmee de laatste mensenmassa’s die zich naar huis spoeden (en hem misschien herkennen van een ontmoeting eerder op de dag, altijd een gevaar als hij langer bezig is) en bovendien is het de kortste weg naar Harry. Hij kent niet eens zijn achternaam, Harry de Heler noemt hij hem altijd. Harry is vooral blij met sleutels in combinatie met een portefeuille waaruit de identiteit van de eigenaar blijkt. Vaak zitten er autosleutels aan zo’n bos zodat Harry meteen een mannetje kan sturen om de auto mee te nemen. En op een dag als deze hebben mensen geen tijd om hun slot te veranderen. Misschien hebben ze afspraken buiten de deur. Ook daar heeft Harry zijn mannetjes voor, om te posten bij de huizen en zijn slag te slaan als ze niet thuis blijken. Danny heeft daarom een ingenieus systeem bedacht: de tegelijk gestolen sleutels, portemonnees en telefoons heeft hij allemaal in een aparte zak opgeborgen. En het geld uit de portemonnees en de kleine cadeautjes houdt hij lekker zelf.

Danny loopt over het pad langs de vijver. Het is stil in dit gedeelte van het park en donker, er staan weinig lantarens. Het enige geluid is het kraken van de sneeuw onder zijn voeten. Dan hoort hij een ander geluid. Een geknars als van slecht gesmeerde wielen nadert vanuit een zijpad. Er staat een lantaren vlak voor het kruispunt, die een lange schaduw op het pad werpt. Even aarzelt Danny of hij rechtsomkeert zal maken. Maar de kans dat er een agent aankomt lijkt hem klein, dus hij trekt kraag omhoog en wandelt met zijn handen in zijn zakken door. Het geluid komt dichterbij en de schaduw wordt steeds korter. Totdat om de hoek een oud dametje verschijnt met naast haar een klein, pluizig hondje dat één scherpe kef geeft als het Danny in het oog krijgt.

Het oude dametje kijkt niet op of om maar duwt haar rollator hardnekkig door de sneeuw. De wielen blokkeren af en toe en ze komt moeizaam vooruit. Danny haalt opgelucht adem. Hij is dol op oude dames. Ze zijn zo heerlijk onvoorzichtig en er is geen enkel risico dat ze hem achterna komen. En ook al zou ze het op een schreeuwen zetten, dan is de kans behoorlijk klein dat iemand haar te hulp schiet.

Zonder zijn pas te versnellen loopt Danny door. Hij doet zijn best haar niet aan te kijken zodat ze niet onrustig wordt, maar richt zijn aandacht op het mandje van haar rollator. Dat is meestal een goudmijn voor mensen zoals hij: ze hebben altijd hun hele hebben en houden in een tas die in het mandje staat. Ook nu meent Danny hengsels te zien die verleidelijk boven de rand uitsteken. Maar juist als hij de oude dame passeert en wil toegrijpen voelt hij een enorme dreun tegen zijn hoofd. Zijn oor suist en hij ziet letterlijk sterretjes. Als zijn blik weer wat verheldert, ziet hij een snelle beweging in zijn rechterooghoek. Instinctief deinst hij achteruit en dan voelt hij hoe zijn voeten onder hem vandaan glijden. Hij is achteruit gestapt op de schuine kant van de vijver en verliest bijna zijn evenwicht. Een paar onhandige trippelpassen brengen hem achteruit op de vlakke ijsvloer. Het kraakt vervaarlijk, maar het ijs houdt.

Hij moet nu iets omhoog kijken naar de oude dame en ziet dat zij een wandelstok in haar hand heeft die zij zwiepend in het rond zwaait. Bijna heeft hij weer een klap te pakken. Hij doet snel een stap achterwaarts. Het hondje keft en dan is het weer stil. Op de scherpe knal na van een barst die door het ijs schiet, van onder zijn voeten naar het midden van de vijver.

Daar staat Danny, een halve meter uit de kant terwijl op de besneeuwde oever een petieterig oud dametje met haar wandelstok staat te zwaaien. Als hij niet zo geschrokken was, zou hij in lachen zijn uitgebarsten. Hij denkt alvast hoe hij dit verhaal straks aan Harry zal vertellen: “nou, en toen schold ik dat ouwe wijf verrot, verkocht die rothond een rotschop en pakte haar tasje uit haar rollater. Nee, ik heb het ouwe besje verder ongemoeid gelaten. Ze kan haar huisje niet meer in dus dat wordt een kouwe kerst voor d’r. Hahaha.” En dan zou hij de tas leegschudden, waar natuurlijk al haar spaarcentjes in zaten.

De werkelijkheid ziet er anders uit. Als Danny voorzichtig een stapje naar de walkant zet, begint de oude dame weer met haar wandelstok te zwaaien. En als hij een stap opzij doet, doet zij dat ook en blokkeert zodoende zijn weg. Bovendien begint er water op te borrelen tussen de rand van het ijs en de wal. En als Danny ergens een hekel aan heeft, dan is het aan koude natte voeten. Dus blijft hij staan. Dat ouwetje zal toch op een goed moment genoeg krijgen van dat gezwaai en dan zal ze toch wel doorlopen. Dan kan hij de kant weer op en zal haar verder met rust laten. Hij opent zijn mond al om haar dit aanbod te doen maar ziet dan tot zijn stomme verbazing dat zij zich bukt en een steen opraapt. En voordat hij een woord kan zeggen heeft zij die steen met een ongekende kracht tegen hem aangeworpen. Het is dat hij net op het laatste moment kon wegduiken, anders had zij hem recht in zijn gezicht geraakt. Nu schampt te steen langs zijn slaap, op dezelfde plek als waar zij hem eerder raakte met haar wandelstok. Weer duizelt het hem en opnieuw doet hij een stap achteruit.

Krak … zjinngggg …. Er schiet een barst door het ijs en in een wak, onzichtbaar in de verte, beginnen een paar eenden te snateren.

Bevend blijft Danny staan en kijkt naar de oude vrouw boven hem. Onbewogen kijkt zij terug. Het hondje danst keffend op en neer. Danny kijkt over zijn schouder om te zien hoever de andere oever is, maar die is in het donker niet te zien. Als hij weer voor zich kijkt ziet hij dat ze iets anders in haar hand heeft dan de wandelstok. Het is zo’n plastic werpding om ballen voor je hond weg te gooien. In plaats van een bal heeft ze nu echter de steen erin gelegd. Terwijl Danny probeert opzij te schuifelen haalt de oude dame uit en zwiept de steen zijn richting uit. Hij voelt geen pijn, zijn voorhoofd is verdoofd van de klap.

Danny schudt zijn hoofd om zijn zicht weer terug te krijgen, net op tijd om de oude dame weer te zien uithalen. De steen treft hem vol op de borst en Danny wankelt achteruit. Zijn voet schiet onder hem vandaan en hij valt met een dreun op het ijs. Er klinkt een onheilspellend gekraak en de eenden beginnen opnieuw te snateren. Dan voelt Danny hoe het koude water omhoog kruipt langs zijn billen, zijn rug, zijn bovenbenen. Langzaam zakt hij weg in een vers wak. De zwaarte van zijn buit keert zich nu tegen hem. Terwijl hij vruchteloos probeert houvast te krijgen op het gladde ijs voelt hij dat zijn parka en zijn broekzakken hem onweerstaanbaar naar beneden trekken. Als laatste blijven zijn in witte sneakers gestoken voeten op het ijs liggen, alsof die niet nat en koud willen worden.

De oude dame ziet dit alles onbewogen aan. Als tenslotte ook de voeten in het wak verdwijnen stopt zij de ballengooier weer weg en keert langzaam haar rollator in de richting waar ze vandaan kwam. Terwijl het hondje keffend voor haar uit rent begint het te sneeuwen. Eerst zachtjes, een paar vlokken, maar al snel valt er een dichte sneeuwbui die de sporen op het pad en op het ijs bedekt.

Bij de bocht in het pad draait de oude dame zich nog een keer om. Vanuit de verte is nog net de donkere vlek van het nieuwe wak te zien maar het zal niet al te lang duren voordat dat bedekt is met een vliesje ijs waarop de sneeuw kan blijven liggen.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch