Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Niets is wat het lijkt

Door Ghislaine Bergen

Niets is wat het lijkt

Rudi Vanaveren stapte uit zijn dienstvoertuig, een witte Skoda bij het kerkhof en sloot hem af. Hij had al een keer problemen gekend, door vandalen, die zijn wagen met rotte eieren versierden.
Niet dat er in zijn wijk zoveel van dat soort mensen woonden, toch waren ze hem niet onbekend. Hij stak het straatje over en wandelde naar het allerlaatste huis. Een volledige open bebouwing vlak voor de brughelling van de autosnelweg, waarvan de geluidsmuren het huisje voor het grootste deel van de dag in de schaduw stak. Waardoor de grijze bepleistering bijna zwart leek, en het hekwerk een zekere afstand tot de rest van de woningen uitstraalde. Hij kende de nieuwe bewoners nog niet. Of dat ooit tot een goede verstandhouding zou komen, kon hij nu al met zekerheid in twijfel trekken. Dit was het derde bezoek om de inschrijving in het bevolkingsregister te bevestigen. Hopelijk was er iemand thuis vandaag. In niets kon hij het huisje van Cleymans Hilde nog herkennen, zo flink was het verbouwd. Het dak had geen leien meer maar echte donkere dakpannen. De open inrit geflankeerd door honderden bloemen, omgetoverd tot strakke koude gebetonneerde lijnen. Het donkere meters hoge hekwerk node geen bezoekers uit. Vanuit de woonkamer waarvan het raam aan straatzijde openstond loeide muziek. Een deuntje waarvan hij wel de uitvoerder maar de titel niet kende. Eminem.
“Yeah, It’s been a ride. I guess I had to go to…”
Yes, dit was typisch iets voor Eminem. Een muziekstijl die hij niet echt waardeerde.
Op het woordje ‘Mayhem’ belde hij aan. Gelijk viel hem de titel in. ‘I’m not afraid.’
Wie was er bang en waarom?
Hij drukte voor een tweede keer op de bel. Er zat niets anders op dan te wachten tot het gekrijs stopte. Dit kon hij met de beste wil van de wereld geen muziek noemen. Hij hield van Vangelis en Mozart. Liefst geen menselijke aanwezigheid in muziek. Emimen’s stem stopte en hij drukte twee keer op de bel. Het poortje schoof open en gelijk stoof een Duitse herder op hem af.
Vlak voor de opening ging het beest zitten en zwierde met zijn zwiepende staart de kiezelsteentjes op het gazon.
“Mylo! Achter,” commandeerde het jong meisje, waarna de hond met gekke sprongen weer terug ging.
Rudi dacht dat dit kind toch op school behoorde te zijn, of was ze misschien ouder dan ze leek.
“Vanaveren Rudi, wijkagent. Is uw vader thuis?”
“Neen, die heb ik al verschillende dagen niet meer gezien.”
“Euh? En u verwittigd de politie niet?”
“Waarom? Ben blij dat die zeurkous even weg is. Hij duikt wel weer op. Doet ie vaker.”
“U bent de dochter des huizes?”
“Ja.”
“Naam?”
“Scralan Stephanson.”
“Leeftijd?”
“Dat vraagt een heer niet aan een dame?”
“Neen? Gezien u minderjarig bent, is er geen sprake van een dame,” repliceerde Rudi, de in het zwart geklede blaag, die heel wat van zichzelf vond. Zwarte mascara, zwarte kanten jurk die weinig aan de fantasie over liet, en zwarte lange haren die in het zonlicht blauw kleurden. Een Gothic. Veel te jong om deze levensstijl erop na te houden.
“Komt er nog wat van juffie?”
“Eergisteren veertien geworden,” kwam er aarzelend uit.
“Dan weet u ook dat alleen blijven in het ouderlijk niet is toegestaan. U bent schoolplichtig en blijkbaar vaak afwezig niet?”
Het stond haar niet aan, dat hij gelijk had. Maar ondanks alles was dit probleem niet helemaal van de baan. Ze had een onderkomen nodig.
“Kan jij jouw moeder niet vragen om een paar dagen bij haar te logeren?”
“Dah, ben je ziek of zo? Het is niet voor niets dat ik bij papa woon. Moeder wil me niet.”
“Oma of opa?”
“Ik heb alleen papa. En ik kan best voor mezelf zorgen.”
“Ik maak hier melding van. Je doet er best aan om morgen op school te zijn.”
Rudi vond het welletjes. Dit gesprek leidde tot niets. Deze juffrouw deed toch haar eigen zin. Veel kon hij daar toch niet aan veranderen, afgezien van een melding van spijbelen. Zelfs daar gebeurde zelden wat mee.
“Ik kom nog een keer terug.”
“U doet maar,” zei ze terwijl ze al terug ging naar de achterkant van het huis. Op haar rug stond een groot sierlijk kruis getatoeëerd. Een nodeloze versiering want als deze jonge dame zich behoorlijk kleedde, zag niemand het. Het poortje schoof weer langzaam op zijn plaats en creëerde afstand. Misschien via de school het jeugdrecht activeren, want verwaarlozing had veel vormen. Nog voor hij zijn wagen bereikte, brulde Eminem weer door de straat. Hij stapte niet in zijn wagen. Even bij de buren navraag doen over het reilen en zeilen van dit klein gezin, leverde misschien toch weer een andere kijk op de zaak. Of misschien juist niet, dan een pak gedonder. Iets waar hij niet op zat te wachten. Niet zijn taak. Hij kwam enkel kijken of het gezin hier effectief woonde en daarmee zat zijn taak erop. Duidelijk niet, want de vader was er niet. Hij stapte in zijn dienstvoertuig, maar vertrok niet. Via de zender verzocht hij om wat meer inlichtingen. Misschien stond de man geseind of was hij toch opgegeven als vermist. Er leek niets abnormaals in zijn personalia terug te vinden. Thor Stephanson baatte een klein tuincentrum uit waar vooral de nadruk lag op vijver en aquaria. Enkel het bericht dat hij weduwnaar was, deed hem de wenkbrauwen fronsen. Had de juffrouw hem niet gezegd dat haar moeder haar niet wilde? Hoe kwam het dat dit meisje niet wist dat haar moeder dood was?
Of waren er zoveel spanningen in dit gezin geweest dat dit feit er voor haar niet doe deed? Hij had intussen meer vragen dan antwoorden. Zijn buikgevoel vertelde hem toch even bij de buren navraag te doen. Hij bedankte de transmissiekamer en haakte de microfoon weer in de houder. Intussen was het gaan miezeren. Regen waar je doorweekt van geraakte. Hij ging naar het huis op de hoek. De bewoners zaten in het veranda en zwaaide naar hem.
“Niets is wat het lijkt,” kruiste zijn gedachten, terwijl hij het tuinpoortje opendeed.
“Lang geleden,” bromde Marcel Cuppens die hem hartelijk de hand schudde.
“Een flinke koffie gaat er zeker in,” zei Clothilde op een toon die geen tegenspraak duldde.
“Doe maar vrouwke. Doe er een schepje chocoladepoeder in als het kan.”
“Nogal tijd die rare fratsen jong?”
“Dat ben ik, rare fratsen en kuren. Zo ken je me toch al jaren Clothilde,” zei hij en liet zich in de rieten bank neervallen.
“Dat viel niet mee met dat zwart spook,” viste Marcel nieuwsgierig.
“Eigen gereide jeugd, blijkbaar is dit mode.”
De klanken van een of andere heavy metal groep bulderde door de straat. Niet zijn muziek en aan het gezicht van Marcel te zien ook het zijne niet.
“Dat kind maakt de hele dag een klere herrie,” vond Clothilde die gelijk een flinke mok gitzwarte hete koffie voor zijn neus plantte.
“Hebben jullie al gebeld?”
“Ach, het is maar een arm schaap. Haar man is vaak weg en dat zit hier de hele dag te niksen, want aan dat shortje van een huis is geen werk,” constateerde Clothilde.
“Haar man?” weerklonk het ongelovig van hem, “Dat wicht is net veertien, zei ze me juist.”
Beide oudjes keken hem ongelovig aan.
“Kan niet. Tegen ons heeft ze verleden week gezegd, dat ze al drie jaar getrouwd is en dat haar man Yvo Derison heel veel reist voor zijn bedrijf. We zijn haar gaan helpen. Onze Frans was juist uitgestapt toen ze ons is komen vragen. Die knoert van een aquarium kregen de twee mannen niet gehoffen,” klonk het verbolgen van Clothilde.
Hij verbrandde bijna zijn tong aan de hete koffie, maar zijn argwaan was wel gewekt. Ofwel had het meisje tegen hem gelogen ofwel tegen deze lieve oudjes.

geen reacties
1 Poetry slam

Samen Slapen

Ben Oranje

0 Poetry slam

Ik ben net niet

Reinier Punt

0 Fictie

De dijk

Wendy Wierdsma

0 Non-fictie

Kwijt

ANJA KWARTEN

0 Fictie

Stromen

Sonja Coenen

0 Non-fictie

Als ik ga

Heidi Hulst

2 Poetry slam

kindje

Jacqueline Brouwers