Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Nieuw pak

Door Michael Abessijn

Geheel zoals te verwachten viel vroeg een collega mij bij het koffieapparaat of ik een nieuw pak had. Het was die blonde, slanke collega waarvan ik net vernomen had dat ze over een maand met zwangerschapsverlof zou gaan, terwijl ik nog niet eens doorhad dat ze zwanger was. Ik zei ja.
‘Mooi hoor. Echt van die mooie, strakke lijnen. Vast heel duur.’
‘Geen flauw idee,’ antwoordde ik naar waarheid. ‘Ik heb het gekregen van een onbekende vrouw.’ Ik besefte meteen hoe stom dat klonk. M’n collega keek me dan ook verbaasd aan.
‘Gister was ik kerstinkopen aan het doen in de stad. In de Bijenkorf stond ik te kijken naar dure pakken. Armani, Boss. Plots kwam er een vrouw naar me toe. Een jaar of zeventig, bruine bontjas.’
‘Dat pak zal je heel goed staan,’ zei ze.
‘Dank u,’ antwoordde ik.
De oude vrouw nam me geamuseerd op van top tot teen.
‘Wat dacht je ervan, ik geef je dit pak cadeau,’ zei ze. ‘Het enige dat ik ervoor terug wil hebben, is dat je een maand lang elke zaterdagochtend om tien uur koffie bij mij komt drinken in mijn huis aan de Herengracht. Laten we zeggen, vier zaterdagen.’
‘Ik geloof dat ik mijn eigen pakken wel betalen kan.’
‘Neem er ook maar een paar schoenen bij. Wat dacht je van die daar? En een jas, wat dacht je van een goede, lange jas?’
‘Pardon,’ zei ik, ‘gaat u mij aankleden alsof ik een paspop ben? En dan bij u thuis, wat moet ik daar dan doen?’
‘Alleen maar koffiedrinken. Met dit pak aan.’
‘Zaterdag is het eerste kerstdag.’
‘Geeft dat? Had je dan al wat?’
‘Eh nee,’ mompelde ik. ‘Maar zoals ik al zei, kan ik heus mijn eigen pakken kopen.’
‘Je hebt gelijk, je kunt best je eigen pakken kopen. Maar wat als ik het echt leuk zou vinden? Als ik jou heel graag zie in dat pak.’ Ze wreef eventjes over de fijne donkerblauwe stof. ‘Met een paar mooie manchetknopen, een wit overhemd, een mooie rode das. Toe pas het eens aan. Trek het alleen eens eventjes aan om te beginnen. Als je het niet mooi vindt staan, kun je je altijd nog bedenken.’
M’n collega bij het koffieapparaat keek me na deze uiteenzetting nog verbaasder aan. Ondertussen roerde ze met het plastic staafje door haar koffie. Ik zette een kartonnen bekertje in de automaat en drukte op de knop.
‘En?’
‘Je ziet het,’ zei ik, terwijl ik demonstratief op mijn pak wees. De luxe, zwarte schoenen knelden een beetje bij de wreef.
‘Maar ik bedoel, ga je ook bij haar langs zaterdag?’ Ze bracht het kopje naar haar mond – een hand op haar nauwelijks uitpuilende buik -, maar vergat een slok te nemen. Echt een mooie mond, volle, rode lippen.

Ik trok de knoop van de wijnrode stropdas nog eens strak. Mijn handen gleden over mijn lange, wollen jas. Opnieuw controleerde ik de manchetknopen. Nog nooit van mijn leven had ik manchetknopen gehad. Zilveren nog wel. Ik drukte op de bel. Een man in een zwart pak opende de deur. Hij droeg witte handschoenen, zijn zwarte haar strak naar achter gekamd met brylcreem. Ik volgde hem naar de bel-etage.
‘Neemt u hier maar plaats.’
Ik liet me zakken op de donkerpaarse, fluwelen fauteuil. Overal om me heen extreem glanzend donker hout. De knoppen op de metershoge kast waren van ivoor. Het zware, donkere gordijn werd bijeengehouden met koorden met goudkleurige kwasten. Op de vloer lag een eveneens hevig glimmend visgraatparket. Voor mij stond een salontafel op gekrulde poten met een glazen, goudomrand blad.
De butler kwam terug met een dienblad met daarop een koffiekannetje, een kopje, een kannetje melk en een suikerpotje. Alles van delicaat porselein.
‘Dank u wel,’ zei ik, terwijl hij mijn kopje volschonk.
‘Suiker, melk?’
‘Nee, bedankt.’
De butler draaide het kopje met het oor naar mij toe. Erop gokkend dat ik rechts was. Of nee, dat had hij vast al gezien, want zo alert leek hij mij wel.
‘Komt mevrouw zo?’ vroeg ik.
‘Mevrouw komt niet.’
Ik keek de butler aan, in de hoop dat hij iets van mijn verbazing zou bemerken en daarop reageren zou. Maar zijn gezicht bleef uitdrukkingsloos. Hij pakte het dienblad op van de salontafel en liep de kamer uit. Zachtjes trok hij de deur achter zich dicht.
Daar zat ik. Mevrouw zou niet komen. De koffie rook verleidelijk. Een minuut of zo zat ik roerloos op mijn fauteuil. Langzaam ademend, mijn gedachten leken wel bevroren. Toen overwoog ik om op te stappen. Maar ik bedacht me dat dat vast en zeker door de butler aan de oude vrouw zou worden doorgegeven en ik wilde niet onbeleefd overkomen. Afspraak was afspraak. Maar hoelang moest ik dan blijven zitten om beleefd te zijn? Een uurtje? Dat leek me een acceptabele tijd voor een koffiebezoekje. Ik nam een slok van mijn koffie. Hij smaakte net zo verrukkelijk als hij rook. Ik stond op en liep naar de zware klapdeuren die toegang gaven tot de voorkamer. Ik tuurde door de kier tussen de deuren. Al net zo’n kamer vol duur, antiek meubilair. Donker en glimmend. In een woord imposant. Het raam van die kamer bood uitzicht op de gracht. Ik liep vervolgens naar de andere kant van de kamer waarin ik was geparkeerd door de butler, schoof de vitrage voor het raam iets opzij en wierp een blik op de achtertuin. Tot in de puntjes verzorgd. De tegels, de lage hegjes, de bomen, alles was compleet symmetrisch. Ik ging weer zitten op de fauteuil en nam nog een paar slokjes koffie. Toen viel mijn oog op een foto die verderop aan de muur hing. Ik liep erop af. De vloer kraakte zachtjes onder mijn leren zolen. Het was een zwart-witfoto van een vrouw in een zomerjurk naast een fiets. De jurk woei iets op. Met een hand hield ze haar hoed vast, de andere hand aan het stuur. Het was een slanke vrouw met licht haar, een mooi klassiek gezicht.

‘En?’ vroeg m’n zwangere collega die maandagochtend bij het koffieapparaat, nadat we elkaar beleefd hadden gevraagd of we fijne kerstdagen hadden gehad, en zij had uitgelegd dat ze het dit jaar klein hadden gehouden, zo met de kleine op komst. Wat dat ook mocht inhouden, klein houden. Maar ik was niet alert genoeg om dat te vragen, want ik was weer eens geobsedeerd door haar lippen. ‘Ben je nog langs geweest?’ Ik had m’n prachtige pak weer aan. Ze knikte ernaar om haar vraag te verduidelijken. Ik vertelde wat er gebeurd was.
‘Ga je de komende zaterdag weer? Een maand lang, was toch de afspraak?’

De volgende zaterdag meldde ik me weer stipt om tien uur bij het herenhuis aan de Herengracht. Dit keer had ik iets te lezen meegenomen. Een klein boekje dat in de binnenzak van mijn mooie pak paste.
De butler schonk koffie in. Hij draaide het oor weer precies in de goede richting en vertrok. Ik las in mijn boek, dronk mijn koffie, wierp nog een blik op de achtertuin, om te zien of die er nog steeds zo mooi symmetrisch bij lag, en vertrok na precies een uur.

Tijdens mijn derde bezoek werd ik wederom alleen gelaten. Ik zat mijn uur weer uit, wierp een blik op de achtertuin en ging er vandoor.

Het begin van het laatste bezoek voltrok zich op geheel identieke wijze. De butler deed zwijgend open en ging me voor naar de bel-etage. Ik nam plaats op de fauteuil. De butler kwam terug met het dienblad, schonk koffie in en draaide het oor van het kopje zo dat ik mijn rechterwijsvinger alleen maar uit hoefde te steken. Ik zette de dunne porseleinen rand tegen mijn lippen en nam een slok van de kruidige koffie. Ik liet mijn boekje deze keer in mijn binnenzak zitten. Ik bleef lange tijd naar de symmetrische achtertuin staren en nam ten slotte weer plaats. Het uur was bijna voorbij. Mijn ogen gleden nog een laatste keer over de details van het interieur. De krullerige poten van de salontafel. Het koele ivoor van de knoppen op de donkere, metershoge kast. Het hypnotiserende patroon van het hevig glimmende visgraatparket. Toen viel mij een kleine verandering op. De foto van de mooie, jonge vrouw met de bijna wegwaaiende hoed en de fiets aan haar hand, was verdwenen. Het spijkertje waar de lijst aan had gehangen stak schuin de lucht in. Tegen beter weten in stond ik op en liep ik eropaf, alsof ik van dichtbij moest controleren of er echt geen foto meer hing.
De butler kwam binnen. Op een dienblad reikte hij mij het fotolijstje aan. Ik nam het bedremmeld aan. Misschien nog wel het meest van slag door zijn onberispelijke timing.
‘Wie is de jonge vrouw op de foto?’ vroeg ik de butler terwijl ik hem volgde naar de voordeur. Het was de eerste keer dat hij met mij opliep, alle voorgaande keren was ik er stilletjes tussenuit gepiept.
‘Dat is mevrouw,’ zei hij.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch