Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Nino

Door Merei Lubbe

Naarmate het moment van zijn vertrek dichterbij komt wordt de stemming iets lichter. Zelfs het weer lijkt er gevoelig voor te zijn. Tussen de donkere wolken zijn voor het eerst dat weekend vegen zonlicht te zien. Hij staat voor het raam van het voormalige boswachtershuis, dat ze een week hebben gehuurd om het begin van zijn pensioen te vieren, en staart over de hei. Zijn tas staat al klaar in de slaapkamer waar hij de afgelopen nacht in zijn eentje heeft gelegen. Achter hem ruimt Loes de vaatwasser uit, het bestek klettert in de la. Ze vraagt niet of hij ook nog een cappuccino wil, naar schuimt alleen voor zichzelf de melk op.

De geboortedag van Nino was zonnig. Ze hadden de raampjes in hun oude Toyota Corolla open gedraaid toen ze bij de eerste weeën naar het ziekenhuis reden. Hij was nerveus, maar vol verwachting. De bevalling duurde lang, te lang. Hij had zichzelf gerust proberen te stellen, hij had gelezen dat het heel normaal was bij een eerste kind. Maar de arts en de verpleegkundigen werden steeds onrustiger, en toen Nino er eenmaal was, schudden ze hun hoofd. Nino, hun Nino. Blauw en stil had hij op de buik van Loes gelegen. ‘Mijn jongetje’, fluisterde ze, ‘daar ben je dan eindelijk’.

Het was een bescheiden dood. Er waren weinig plichtplegingen, geen gedeelde rouw, geen kaarten en geen ceremonie. Wel een grafje, op het kinderdeel van de Nieuwe Ooster. Hij had het geregeld en de grafrechten betaald, maar was er nooit naar toe gegaan. Loes voor zover hij wist ook niet. Na een paar weken hadden ze besloten dat het beter was om gewoon door te gaan. Ze spraken niet meer over Nino. Hij had Loes ook nooit verteld over die brief van tien jaar geleden.

Vrijdagmiddag waren ze, meteen nadat ze hun spullen in het boswachtershuis hadden neergezet, een stevige wandeling gaan maken. Hij vond het heerlijk om zo te lopen, ondanks de regen en de wind. Hun dure wandelschoenen en Gore-Tex jassen waren ertegen bestand. In de druipende bossen kwamen ze, behalve twee reeën, die op grote afstand even bleven staan, niemand tegen. Geanimeerd had hij Loes verteld over de mooie wijn die hij in gedachten had voor bij de paddenstoelenrisotto die zij ’s avonds zou maken. Hij verheugde zich op deze week en op het houtkacheltje dat hij in de woonkamer had gezien.

Weer bijna terug kwamen ze het tegen. Een klein monument voor een meisje, op een kruispunt van een fietspad en een autoweg. Margriet heette ze volgens de donkerrode steen op de bosgrond. Op haar zevende omgekomen tijdens een vakantie. Er waren alleen een simpele houten bank en die steen, met een uitgehouwen bloem. Loes had niets gezegd, maar was gaan zitten op de natte bank. Hij stond er zo’n beetje bij, bestudeerde de mossen en de paddenstoelen om zich heen en keek tenslotte maar gewoon voor zich uit.

Toen ze eindelijk iets zei, waren haar ogen nat. “We praten nooit over hem. We gaan nooit naar hem toe. Maar er is geen dag dat ik niet aan hem denk. We worden ouder Frits, en zo wil ik niet sterven. Ik wil een steen en een bankje bij zijn graf. Zodat ik bij hem kan zitten en hem alsnog een plek in mijn leven kan geven.” Hij had geknikt en zich snel omgedraaid. Zijn benen voelden slap.

Later, toen Loes in het kleine keukentje in de weer was met bouillon en cantharellen, had hij strijkkwartetten van Schubert opgezet. Maar hoe hoog hij het volume ook draaide, de muziek kon zijn angst niet overstemmen. En toen hij bij nummer 14 in D mineur begon te huilen, liet Loes zich niet langer om de tuin leiden. Ze kwam voor hem staan, met haar armen over elkaar en een koude blik in haar ogen. “Zeg het maar, wat houd je voor me achter?” En terwijl de klanken van de viool en de cello elkaar tot een lyrisch hoogtepunt dreven, vertelde hij haar dat er geen graf meer was om te bezoeken. Tien jaar geleden was het geruimd, omdat de gebruikelijke termijn van de grafrechten was verlopen. De brief met de vraag of hij wilde verlengen had hij nooit beantwoord.

Hij werpt nog een laatste blik op de hei, zucht en draait zich om. Zijn bus gaat over een kwartier.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch