Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Oktoberfest

Door Ellen van der Zwaan

Oktoberfest

De stampende Duitse hits teisteren mijn oren en het zweet loopt in een gestage straal langs mijn rug en verdwijnt onder mijn Dirndl. Wat doe ik hier bij dit feest met dit polyester gedrocht aan mijn lijf?

“Schat, we hebben een feest van de personeelsvereniging in Oktober, ik heb ons opgegeven” verkondigde Wim tijdens het eten. “Wat voor feest?” vroeg ik. “We gaan met ons allen naar Duitsland om Oktoberfest te vieren! De bus haalt ons rond drie uur op in Enschede en brengt ons naar Aken om daar in een Bierstube te feesten, en rond tien uur brengen ze ons weer terug naar Enschede. We kunnen blijven slapen bij Ans en Jan.” Ans is een collega van Wim waarmee hij ook wel hardloopt. Zij en haar man Jan ken ik redelijk goed, we zijn een paar keer uit eten geweest met ons vieren en gaan af en toe bij elkaar op de koffie. Wij wonen nog een uur rijden van Enschede af, dus het aanbod om daar te logeren is heel aardig, anders moeten we na zo’n avond nog naar huis met de auto en kan één van ons niks drinken.

Toch twijfel ik, Ans ligt me niet zo. Ans weet haar mondje te roeren en is uitgesproken in haar meningen, een pittig type. Jan is haar partner, een beer van een kerel. Hij gedraagt zich rustig, praat niet veel en is verzorgend. Ze vullen elkaar mooi aan. Toch heb ik stiekem wel eens medelijden met Jan, zij heeft zo overduidelijk de broek aan in huis.

“Hoezo kun je niet oppassen?” vraag ik aan mijn zus. Zuchtend zegt ze dat ze de volgende ochtend vroeg weer moet werken. Ze werkt in de zorg, en ze zou een middagdienst draaien die is omgezet naar een ochtenddienst. Ze wil wel op onze dochter passen, maar niet de hele nacht. Of we toch naar huis kunnen komen. Ik baal, maar begrijp haar standpunt. Ik geef aan dat het wel één uur, half twee kan worden, maar dat vindt ze niet erg. Zij blijft logeren en kan vroeg naar bed in onze logeerkamer. Voor ons zit logeren bij Ans en Jan er niet in en ik zal terug moeten rijden.

Op de parkeerplaats in Enschede staan er al een aantal collega’s van Wim klaar. Iedereen is in stijl, de mannen in lederhose met geruite overhemden, de vrouwen in hun dirndls. Het ziet er grappig en feestelijk uit. Als we compleet zijn, gaan we met ons allen de bus in. De stemming is uitgelaten, en de eerste biertjes en flesjes wijn worden al uitgedeeld. Dat gaat hard denk ik nog. Ik doe rustig aan met mijn flesje spa rood. Ans hangt bij ons over de leuning, ze praat met Wim terwijl haar borsten er bijna uitvallen en het rokje van haar Dirndl omhoog schuift.

Als we in Aken aankomen, zijn de meesten al lichtelijk aangeschoten. Dat beloofd nog wat. We komen aan bij het schitterende vakwerkhuis met bijbehorende schuur en Bierstube die is afgehuurd voor ons gezelschap. Buiten een terras, waar het al koud is. Binnen staan de tafels met banken voor ons klaar. Een dansvloer is vrijgehouden en er staat een DJ Duitse hits te draaien. We krijgen allemaal pretzels en Jägermeister. Buiten mogen we met een luchtbuks op een nepvogel schieten, degene die de vogel naar beneden schiet heeft gewonnen. Ik schiet raak, maar het ding is zo vast gespijkerd dat hij niet naar beneden valt.

Het is koud, dus de meesten gaan weer snel naar binnen. Terwijl ik binnenkom, zie ik dat we gaan eten. Het buffet staat klaar. Ans zit tegenover Wim, haar man Jan zit verderop. Ik ga maar naast Wim zitten, tegenover lukt niet meer. Ik praat met Monique, een andere collega. Onder tafel voel ik dat dat Ans met haar voet langs Wim zijn kuit strijkt. Ik kijk haar geschokt aan. “sorry” zegt ze, terwijl ze knipoogt naar Wim. Mis ik hier iets? Ze trekt het lijfje van haar dirndl nog maar eens wat lager. Ik zie de rand van haar tepels. Ik kijk naar Jan, wat vindt hij van het vreemde gedrag van zijn vrouw? Hij drinkt verderop zijn biertje en heeft niks door lijkt het. Wim zit schaapachtig te lachen.

Na het eten gaat het feest helemaal los, er wankelen collega’s lachend door de zaal en Leo, de jongste collega, staat buiten te kotsen in de struiken.

Ans springt als een Duracellkonijn rond op de dansvloer. Ze flirt schaamteloos met alle mannen en is overduidelijk erg dronken. Jan zit zwijgend toe te kijken. Dan loopt Wim over de dansvloer, hij neemt de kortste weg naar de bar. Ans springt op hem af en begint tegen hem op te rijden. Ze wrijft haar kruis tegen hem aan terwijl ze haar mond in zijn nek drukt. WTF! Ik zie Wim zijn dubbele reactie. Hij voelt zich gegeneerd, maar ook gevleid. Ik staar hem aan. Hij pakt Ans bij haar bovenarmen en duwt haar van zich af. Ze roept nog “ik wil seks met die kale!”. Dat is duidelijk, Jan heeft een volle bos haar, Wim scheert zijn hoofd omdat hij kalend is. Ik ben tegelijkertijd boos en verdrietig. Mijn ogen zoeken Jan, wat vindt hij er nou van? Ik zie hem aan de andere kant van de dansvloer peinzend naar zijn vrouw kijken, zijn hoedje met veer clownesk op zijn hoofd.

Het wordt steeds warmer in de zaal, iedereen loopt in en uit naar het terras om af te koelen. Ik ook, de muziek en warmte is verstikkend.

Ik wil naar huis en ben blij dat we niet blijven logeren bij Ans en Jan, ik tel af totdat het tien uur is. Eindelijk is het zover, de bus staat klaar en Paul, de directeur, die zelf ook niet al te nuchter is, probeert iedereen in de bus te krijgen. De buschauffeur telt de koppen. Het blijkt dat Ans ontbreekt. Jan ligt te slapen met zijn hoofd tegen het raam en als we hem wakker maken, weet hij ook niet waar ze is. Een aantal van ons gaat de bus uit om te zoeken. “Laat d’r maar hier” roepen er lachend een paar. Van je collega’s moet je het maar hebben.

Jan, Paul, Monique, Wim en ik gaan zoeken. De toiletten zijn leeg, het terras ook. We lopen het terrein af, we verspreiden ons rondom het gebouw. Het is pikkedonker. Ineens horen we Monique gillen achter de schuur. We rennen er naartoe. Hijgend kom ik tot stilstand naast Monique. In het schijnsel van de zaklamp op haar telefoon, zie ik een diepe greppel. Er staat geen water in, de droogte van deze zomer is ook hier nog voelbaar. Ik zie niet goed waar we nu naar kijken. De bodem van de greppel is bedekt met stenen en keien. Ineens een glimp van iets wits op de bodem. Monique gilt niet meer, maar huilt met lange uithalen. Ik neem haar telefoon van haar over. De anderen komen er inmiddels ook aan. Ik richt de lamp nogmaals op de bodem, en ineens, links van me, zie ik Ans liggen onderin de greppel. Het wit van de onderrok van haar Dirndl goed zichtbaar in het licht.

Ze ligt wel 2 meter diep met haar gezicht naar beneden. Paul, de directeur en oud militair, laat zich zakken de greppel in. Hij draait Ans voorzichtig om. Hij houdt zijn adem geschrokken in, haar gezicht is bedekt met bloed en ze ademt nauwelijks. Jan heeft inmiddels 112 gebeld en probeert uit te leggen waar we zijn. Allerlei gedachten schieten door me heen. Wat doet ze hier? Was ze zo dronken dat ze de verkeerde kant is opgelopen? Gaat ze dood?

Het lijkt heel lang te duren maar inmiddels horen we de sirenes van de brandweer en de ambulance dichterbij komen. Bijna iedereen is weer de bus uit en ze staan nieuwsgierig te kijken, één collega staat zelfs te filmen.

Langzaam wordt er ruimte gemaakt en twee brandweermannen pakken een wervelplank en laten zich zakken de greppel in. Ans wordt er voorzichtig opgelegd en ingesnoerd. Bijna verticaal wordt ze langzaamaan omhoog gehesen langs de wand van de greppel. De ambulanceverpleegkundige onderzoekt haar en geeft aan dat ze met spoed naar het ziekenhuis moet. Met vereende krachten wordt ze in de ambulance getild. Jan mag mee. De deur van de ambulance staat open, vlak voordat deze sluit maak ik oogcontact met Jan. Hij geeft me een vette knipoog….

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch