Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Olaf, de stenenteller

Door An Coenen

Olaf, de stenenteller

Olaf was al acht jaar oud. Samen met zijn opa en oma woonde hij in een lief wit huisje in de Wemellaan. Zijn ouders had hij nooit echt gekend, want ze waren gestorven toen hij nog een baby was.

Overal waar hij kwam, telde Olaf stenen. Hij telde de stoeptegels als hij naar school liep en telde ze opnieuw als hij weer naar huis liep. Hij telde de bakstenen in de tuinmuurtjes die rond de huizen stonden en de kiezels op het pad naar de voordeur (daar had hij wel enkele dagen voor nodig, want het waren er veel). Hij telde de keien die op de speelplaats lagen als het pauze was en zelfs de kasseien op het marktplein.

Al gauw werd Olaf er zich van bewust hoeveel stenen er wel niet waren op de wereld en dat er ook stenen waren op de vreemdste plekken. In het bos bijvoorbeeld. Op de bodem van de rivier. Boven op de Holderberg. Die steen leek meer op een rotsblok en Olaf vroeg zich af hoe hij daar in ‘s hemelsnaam geraakt was. Was hij naar bòven gerold? En één keer lag er zelfs een steen in het hok van zijn cavia, die er zelf ook verbaasd naar keek. Maar de vreemdste plek ontdekte Olaf toen hij op een avond televisie zat te kijken en zijn opa vertelde dat hij naar het ziekenhuis moest.

‘Ik heb nierstenen’, zei opa. ‘Dus ze gaan me morgen opereren.’ Olafs maag kromp ineen. Hij keek naar oma, die naar hem glimlachte en knikte.

‘Wat gaan ze dan doen, opa?’ vroeg hij zacht.

Opa keek Olaf even aan, stond op, pakte een blad papier uit de kast en legde het op tafel terwijl oma hun glazen limonade aan de kant schoof. Hij nam ook twee potloden; een rood en een zwart. Met het rode potlood tekende opa twee nieren. Ze deden Oscar denken aan de bonen in de chili con carne die zijn oma soms maakte. Daarna tekende hij met het zwarte potlood vijf kleine cirkels in de nieren. ‘Dat zijn de stenen’, zei hij. ‘Als je me komt bezoeken, zal ik ze je laten zien.’

Urenlang dacht Olaf aan de stenen in opa’s buik. Hij vergat soms zelfs om stenen te tellen. De belangrijkste vraag was natuurlijk: hoe waren de stenen in opa geraakt? Oma zei dat opa te veel zout at en te weinig water dronk en dat de stenen er zo gekomen waren, maar Olaf vermoedde wat anders, want stenen konden toch niet zomaar in buiken groeien? Iemand moest ze er ingestopt hebben toen opa op een dag zijn middagdutje deed. Maar waarom?

In de dagen die volgden, deed Olaf precies wat hij altijd deed; hij ging naar school, kwam weer thuis, maakte zijn huiswerk en at zijn avondeten. Daarna keek hij televisie. Maar ergens, helemaal achteraan in zijn hoofd, dacht hij de hele tijd aan de stenen in opa’s buik.

Soms, als hij al in bed lag, kwam oma nog even bij hem zitten om een praatje te maken. Dan vertelde ze verhalen over dingen die Olaf leuk vond. Over buitenaardse wezens en raketten, bijvoorbeeld. Of over bijzondere vissen. En heel soms, als hij het durfde te vragen, ook over zijn ouders. Nu opa in het ziekenhuis lag, kwam ze elke avond. Dan kroop Olaf lekker tegen haar aan en luisterde hij stil naar verhalen over een verdrietige haai en een doperwtje dat verdwaald was in de puree.

Toen Olaf na drie dagen naar het ziekenhuis ging, zat opa hem al op te wachten. Hij droeg de blauwe pyjama die oma hem voor zijn verjaardag gegeven had. Zijn grijze haar piekte alle kanten op en in zijn ogen gloeiden vlammetjes. Breed glimlachend haalde hij een klein doorzichtig potje vanachter zijn rug tevoorschijn. Er zaten inderdaad vijf kleine stenen in.

Olaf draaide het rode deksel van het potje en liet ze voorzichtig in zijn hand rollen. Aandachtig bekeek hij ze. Bruingeel waren ze, en een beetje korrelig. Ze deden hem denken aan stenen van een andere planeet, of hoe hij het zich toch voorstelde dat stenen van een andere planeet eruitzagen.

‘Mag ik ze hebben, opa?’ vroeg Olaf.

‘Ja hoor, schat’, lachte opa.

Die avond lag Olaf in zijn bed naar de stenen te kijken die op zijn nachtkastje lagen. Hij had gehoopt dat ze licht zouden geven, maar dat was niet zo. Misschien worden ze vannacht wel in mijn buik gestopt, dacht hij. Maar hij was niet bang, want hij dacht niet dat, wie ze ook in opa had gestopt, slechte bedoelingen had. Tenslotte was opa nu toch weer helemaal in orde?

Hij stond op om de gordijnen dicht te doen. Het was volle maan en het maanlicht viel zijn kamer binnen, recht op zijn nachtkastje en recht op de stenen. Door het maanlicht zagen ze er nog geheimzinniger uit. Hij bleef een poosje naar ze kijken. En plots wist hij het! Olaf lachte en sprong weer in bed.

De volgende morgen zat hij al vroeg aan het ontbijt.

‘Oma?’ vroeg hij terwijl hij een dun laagje aardbeienjam op zijn boterham smeerde. ‘Vertel nog eens over mama en papa?’

Oma keek hem een beetje geschrokken aan. ‘Heb je over hen gedroomd?’ vroeg ze zacht.

‘Nee, maar ik vraag me gewoon wat dingen af.’

‘Wat voor dingen?’

Olaf sneed zijn boterham doormidden en legde zijn mes weer neer. Hij keek naar zijn boterham, zonder er in te bijten. Zijn wangen kriebelden. ‘Vertel nog eens over hoe ze gestorven zijn?’

Oma zuchtte en keek naar de kruimels op haar bord. ‘Wil je dat echt nog eens horen, jongen?’

“Ja, alsjeblieft.”

Oma streek het tafelkleed glad en goot nog wat fruitsap in Olafs glas. ‘Het was een ongeluk’, begon ze. ‘Ze zaten in de auto, er kwam een tegenligger aan en die botste tegen hen. En toen waren ze zwaargewond.’

‘En waar zijn ze dan naartoe gegaan?’ Onder tafel kneep Olaf in zijn arm.

‘Eerst nog naar het ziekenhuis.’

‘Nee, ik bedoel, niet hun lichaam…’ Oma keek Olaf even aan. ‘Ah, je bedoelt hun ziel of zo?’ Olaf knikte.

Oma zweeg een poosje en keek door het raam naar de tuin. Twee kraaien wiegden zachtjes heen en weer op de bovenste takken van de oude lindeboom. Ze keek weer naar Olaf. ‘Dat weet ik natuurlijk niet zeker, maar ik denk wel naar een fijne plek.’

‘Waarom denk je dat, oma?’

‘Wel, ze waren heel lief, je ouders. Ze zouden het in elk geval verdiend hebben om naar een fijne plek te gaan.’ Haar stem werd zacht. ‘En ze hielden heel veel van je, Olaf.’

‘Oma?’

‘Ja?’

Olaf voelde zijn bloed tot in zijn oren bonzen. ‘Zou het ook kunnen dat mama en papa op een andere planeet terecht zijn gekomen? En dat ze ons van daaruit proberen te zien?’

Oma glimlachte en aaide hem even over zijn wang. ‘Waarom niet? Zoals ik al zei, we weten het allemaal niet, maar als die planeet een fijne plek is, dan weet ik wel zeker dat ze er zouden kunnen zijn.’

Olaf haalde opgelucht adem. Het zou dus kunnen. Het zou wel eens helemaal kunnen dat mama en papa de stenen in opa hadden gestopt om te kijken hoe het met hen ging. Ze hadden natuurlijk stenen gebruikt, omdat ze wisten hoeveel Olaf van stenen hield. Het klopte, het klopte allemaal!

‘Eet je boterham nu maar, schat’, zei oma. ‘Anders kom je nog te laat op school.’

De hele dag dacht Olaf na over wat oma had gezegd. Toen hij ‘s avonds weer thuiskwam, liep hij meteen naar zijn kamer. Voorzichtig pakte hij de stenen op en legde ze in de palm van zijn hand.

‘Horen jullie mij?’ fluisterde hij tegen ze. ‘Ik weet dat jullie het zijn.’ Even wist hij niet meer wat hij nog meer kon zeggen, maar dan ging hij verder: ‘Alles gaat goed, hier. Ik woon graag bij oma en opa. Opa mag morgen weer uit het ziekenhuis.’ Hij aarzelde, maar zei toen langzaam en duidelijk: ‘Jullie moeten niet ongerust zijn.’ Hij legde de stenen weer neer. Nu waren ze vast gerustgesteld.

Olaf glimlachte en sloot heel even zijn ogen. Ik voel me zo’n kei uit de rivier, dacht hij. Zo’n gladde witte waar het water overheen stroomt.

In de weken die volgden, merkte Olaf op dat hij steeds minder stenen telde. Ze boeiden hem gewoon niet meer zo. Waarom zouden ze ook? Hij had al de meest bijzondere stenen bij hem thuis. Maar dat was zijn- en is jullie- geheim.

4 reacties

Mary Boon

zaterdag, 09:55

heel mooi verhaal en prachtig opgeschreven.

An Coenen

zondag, 15:47

Dankjewel!

Suzy

zondag, 12:10

Een mooi ontroerend verhaal!!

Simonne

donderdag, 15:10

Mooi verhaal !!!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch