Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Oma

Door Eddie van Sliedregt

Dordrecht, 1989. Het is een gure najaarsdag als oma van vaders kant onder zachte dwang uit huis wordt gehaald. Ze kijkt op van haar breiwerk als een auto voor haar deur parkeert. Haar oudste dochter stapt uit, de jongste wacht achterin. Oma legt de bol wol en pennen naast zich neer en komt moeizaam overeind. Ze is slecht ter been en sinds het hartinfarct mag ze zich niet al te veel meer inspannen. Of ze zin heeft om een eindje te rijden. Oma is niet verbaasd, ze gaan er wel vaker op uit. Elk verzetje is welkom. Mijn tante helpt haar moeder in haar jas en strikt haar hoofddoek onder haar kin. Buiten draait oma de voordeur op slot en trekt haar eigen gebreide handschoenen aan. Arm in arm schuifelen moeder en dochter het tuinpad af. Dan verstijft oma, alsof de wind haar influistert.
‘Waar rijden we naartoe?’
‘Dat is een verrassing.’
‘De rozen stonden afgelopen zomer prachtig in bloei. Moet je nu eens kijken, overal woekert onkruid.’
‘Kom ma, daar hebben we nu geen tijd voor.’
‘Je vader had een hekel aan dit jaargetijde, wist je dat? Alles gaat dood.’
Het begint te motregenen. De ruitenwissers zwiepen heen en weer als een verhuiswagen de straat inrijdt. Onderweg zegt oma dat sneeuw in de lucht hangt. Ondanks haar hoge leeftijd wil ze er niet aan, maar de zorg is de familie tot last. In de lift van het bejaardentehuis trekt ze haar neus op. Er hangt een oude mensen geur. Op de verdieping schrijdt een verzorgster mee naar de flat. Het naamplaatje van de vorige bewoonster steekt nog in de houder. Mijn tantes stuiven naar binnen en richten de ruimte denkbeeldig in. Oma klampt zich vast aan de deurpost. De vloerbedekking en het zeil in de keuken zien er als nieuw uit. Ze openen de deur naar het balkon, een strook beton waar amper een tuinstoel past. Oma zit graag in de zon. Een koude wind waait naar binnen en zet haar op de tocht. Als de deur met een klap dichtslaat, vraagt oma zich in stilte af waar ze dit aan heeft verdient en begint te snikken. Haar dochters omarmen haar met woorden van troost. Het is voor haar eigen bestwil. Hier is ze onder de mensen en in de kapel kan ze elke dag een kaarsje branden. De bejaardenhelpster legt haar krachteloze hand in de hare. Ze zegt dat ze begrijpt hoe moeilijk het voor haar is. Oma trilt en zet haar bril af. Ze droogt haar tranen met haar zakdoek. Verslagen sloft ze naar het raam. In de verte steekt de pijp van de centrale boven de stad uit, de kolenfabriek waar opa tot zijn pensioen stoker was. Zijn nabijheid stelt haar gerust.
In het restaurant prijkt rodekool en een gehaktbal op het menu. Oma moppert over de karige uitjes en prakt de krieltjes fijn. Ondertussen sjouwen de verhuizers haar boedel het tehuis binnen. Terug in de flat kijkt oma beduusd in het rond. Op het dressoir na is alles nieuw. Mijn tantes trekken het plastic van de matras en maken het bed op. Oma pakt een fotolijstje uit de doos met curiosa en poetst met de schone kant van haar zakdoek het glas op. Op de foto staat ze met opa tussen een berg kunstbloemen die een goochelaar op hun diamanten bruiloft uit zijn hoge hoed toverde. Wanneer de gordijnen hangen en oma de planten in de vensterbank van oud stof heeft ontdaan, drinken ze een kopje thee en eten roomsoesjes. De walm van sigaretten hangt in de lucht als mijn tantes met tranen in de ogen afscheid nemen.
Het begint te sneeuwen als oma haar breiwerkje weer oppakt.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch