Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Omwegen

Door Natasja Kraijer

Omwegen

Het is elf uur ’s avonds. Daan is de enige persoon in de wachtkamer. Hij legt zijn handen onder zijn kont om zijn vingers langzaam gevoelloos te laten worden.

Het beeld van zijn vader die twee uur geleden in het ziekenhuisbed naar de operatiekamer werd gereden, trekt opnieuw aan hem voorbij. Ze zouden kijken wat ze konden doen, in ieder geval hun uiterste best, had de arts gezegd.

Toen de auto over de kop sloeg en tegen de vangrail tot stilstand kwam, was hetzelfde met zijn vaders hart gebeurd. Die reactie had echter ook met dichtgeslibde aderen te maken, iets waar Daan zijn vader nooit over had gehoord. Het was Daan wel opgevallen dat zijn vader de laatste tijd erg snel moe en buiten adem was, maar de overtuiging dat hij als zwakke zoon ook zijn vaders hart zwak heeft gemaakt, leidde ertoe dat hij geen vragen over de conditie stelde.

Tijdens het wachten op een teken van leven of dood, lijkt de tijd even stil te staan en zowaar ook even de gedachtentol die alsmaar in zijn hoofd ronddraait.

De afgelopen jaren was altijd wel een angst. En als die zo’n beetje voorbij was, nam een nieuwe, of juist weer oude, het stokje over. Het was eigenlijk meer zichzelf voortslepen dan leven.

Therapieën passeerden de revue. Rebirthing kwam aan de orde en Daan onderging een klankschaalmassage. De trillingen die de klanken veroorzaakten, moesten voor meer interne harmonie zorgen, maar in plaats daarvan ontstond er alleen maar meer chaos in zijn hoofd.

Tijdens een geleide meditatieoefening schrok hij steeds op zodra degene die hem door de oefening moest loodsen weer begon te spreken. En als hij tijdens het mediteren alleen op zijn ademhaling moest letten, kreeg hij het benauwd.

Een ontspanningsoefening die de bodyscan werd genoemd, waarbij hij bij elk lichaamsdeel van zijn lijf stil moest staan, grepen de gedachten aan wat er allemaal mis met hem kon zijn hem naar zijn keel.

Afrikaans dansen had hem losser moeten maken, een vreugdevuur in hem moeten laten ontspringen, maar de opzwepende klanken van de djembé’s en een handjevol antroposofische en resocialiserende mensen lieten hem juist verstijven als een geschrokken hagedis.

Er werden naalden in hem gestoken om andere connecties te maken, of ze om juist te verbreken, maar Daan raakte bij elke prik in hem steeds meer uit contact met zichzelf.

Vooral er meer over praten moest hij, en dat gebeurde tot op zekere hoogte ook. De grootste angsten verzweeg hij echter, te bang om het daarover te hebben. Daan had eens gelezen over exposure, maar hij stelde zich liever niet bloot aan wat dan ook, laat staan aan zijn angsten en trok zich liever terug.

Als hij niet met zijn vader was meegereden, zou er vast niks zijn gebeurd. Misschien ging het vanochtend al mis toen hij zijn zwarte sneakers aantrok. Zwart staat voor macaber en nu gaat zijn vader misschien wel dood. Terwijl in de operatiekamer voor diens leven wordt gestreden, heeft Daan geen schrammetje aan het ongeval overhouden. Dagelijks voert hij allerlei bezweringen en rituelen uit om ongelukken en ziekten van zichzelf en zijn ouders te voorkomen. Wat heeft wie nu geholpen…

Sommige mensen zeggen dat je in het licht moet leven, maar Daan kruipt daar juist bij weg. In het licht zie je meer, maar hij ziet al zoveel. Ook dingen die er niet zijn. Het is een schemergebied waarin hij al jaren ronddoolt.

Zojuist liep er een verpleegster, maar langs hem heen. Ze glimlachte wel naar hem. Daan zou graag ooit een vriendin hebben.

Daans vingers voelen inmiddels in plaats van gevoelloos vooral erg pijnlijk aan, net als het besef van zoveel. Het is tijd voor een andere houding.

Er is bijna weer een uur verstreken. Daan loopt als een gekooid dier heen en weer.

En dan klinkt het gezoem van de automatisch openslaande deuren. De arts die hem eerder te woord stond nadert hem. Hij heeft donkere kringen onder zijn ogen en laat een glimlachje zien. ‘De operatie is goed gegaan. We hebben een open hart operatie moeten toepassen en er zijn een aantal omleidingen aangebracht.’

Er wordt nog meer verteld, maar Daan is ongekend opgelucht en hoort nu vooral zijn innerlijke stem die schreeuwt dat het echt tijd is om andere wegen in te slaan.

Vink.

De diepte laat hem duizelen en de wind slaat hem zo hard in zijn gezicht dat het zijn adem beneemt. Achter hem overlegt een man schreeuwend met iemand die niet te zien is of het wel door kan gaan.

‘Er staat een harde wind,’ verduidelijkt hij schouderophalend en hij wijst naar de golven waarop witte schuimkoppen te zien zijn.

Het maakt Daan niet zoveel uit, hij wil de sprong wel wagen.

Tijdens het aftellen trillen zijn knieën onbedaarlijk, maar niemand hoeft hem een zetje te geven nu het eenmaal zover is. Daan bungeejumpt zestig meter naar beneden en als hij met zijn hoofd kopje onder gaat, voelt hij zich als herboren.

Vink.

Bij het autoverhuurbedrijf heeft Daan een auto met flink wat pk en een open dakje uitgekozen. Ruiken wil hij, en voelen en proeven en dat tijdens de hele rit. Zelf achter het stuur zitten, is iets sowieso iets dat hij al jaren niet meer heeft gedaan.

Vink.

Een paar uur later neemt hij op de kermis in Tilburg plaats in een van de stoelen van de hoogste zweefmolen die Nederland bezit. Zijn bezwete handen klampen zich vast aan kettingen als er beweging in de attractie komt.

Hoger en hoger gaan ze, tot aan het hoogste punt waar Daan zich na wat rondjes als een adelaar voelt. Koning van de lucht. Hij spreidt zijn armen en omarmt.

Vink.

In een viszaak bestelt Daan oesters en gebakken mosselen. Over het eten van schaaldieren hoorde hij als kind al verhalen over voedselvergiftiging, waardoor hij consequent afstand tot de zee en alles dat daarin leeft hield. Het was ondenkbaar dat hij moedwillig iets uit die zee in zichzelf zou laten verdwijnen, te angstig voor wat er als gevolg daarvan uit hem zou kunnen komen.

Nu betast Daan met trillende vingers het interieur van een oester en kiepert vervolgens de voormalige bewoner in een keer naar binnen. De zilte smaak is zo heftig dat hij erom moet lachen.

Op de tweede oester kauwt hij, zich verwonderend over de structuur en ervaring.

Daarna pakt hij twee gebakken mosselen en stopt ze in zijn mond. De smaak bevalt hem wel. Nieuwsgierig gaat hij over tot het lospeuteren van de gefrituurde deeg laag. Hij buigt zich grijnzend over de mossel. ‘Het lijken wel schaamlippen… Met clitoris en al…’ mompelt hij voor zich uit en stopt de blote mossel in zijn mond.

Tijdens de bezoekjes aan zijn vader worden hun afgelopen activiteiten besproken.

‘Dit wil ik ook doen, als het straks mag,’ zegt zijn vader wijzend op de Wil En Ga Ik Nog Doen-lijst van zijn zoon.

Daan leest voor: ‘Naar het Omniversum en daar op de hoogste rij zitten? Nou, zullen we dat dan een keer samen doen?’

Ze knikken naar elkaar, allebei wat onwennig en blij met de nieuwe situatie.

‘En weet je wat ik ook nog wil doen?’ Zijn vader tikt op een regel.

Daan kijkt ernaar. ‘Ik begrijp het niet, daar staat helemaal niks.’

‘Precies.’ Met zijn wijsvinger prikt hij in de schouder van zijn zoon. ‘Het is een onbeschreven regel waar nog van alles kan staan. Iets dat mag en niet moet, het staat ons vrij. Maar dat we ervan zullen gaan genieten, dat staat vast.’

Natasja Kraijer

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch