Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Onderworpen

Door Debbie Lager

Terwijl hij opstaat, drukt Harmen Kuiken met zijn duim op de uitknop van de afstandsbediening, die hij zonder achter zich te kijken op de bank gooit. Elke zaterdagochtend mist hij de laatste acht minuten van de avonturen van Cousteau’s Calypso. Het is 08:17 uur, tijd om naar zijn werk te gaan. Harmen grist zijn zwart-oranje PostNL-jack van de bank. Uit de koelkast pakt hij een blikje energydrank.
Aangekomen op het sorteercentrum wordt Harmen op gebruikelijke wijze begroet. Haring vouwt zijn handen onder zijn oksels en klappert driftig met zijn armen op en neer. ‘Pieppieppiep, morguh Uilskuikuh!’
Met in beide handen een fietstas loopt Harmen met voorover hangende schouders het sorteercentrum binnen. Hekkarren met postzakken worden heen en weer gereden en grote plastic bakken worden richting de sorteervakken gesmeten.
Harmen staat naast Peter. ‘Ha die Harmen, hoe staat het er eigenlijk voor met je banenzoektocht. Je had toch iets met ICT gestudeerd bij de LOI?’
Harmen schrikt op, bij welk huisnummer was hij nou gebleven? Hij houdt niet van de bemoeizucht van zaterdagmedewerkers. Ze stellen vragen waarover hij niet wil nadenken. ‘Uh, nou, ik ben mij momenteel nog aan het oriënteren.’

Geeuwum, de wijk is hem bekend, hij woont er zelf. Soms loopt hij in zijn eigen straat de post en kan hij thuis een broodje shoarma in de magnetron doen en chatten met zijn webcamgirls. Hij geeft ze bevelen: doe je hand in je slipje, spreid je benen.
Vandaag is er geen tijd voor een tussenstop. In de pauze zal er een mededeling gedaan worden. Mededelingen zijn niet goed, denkt Harmen. Als er iets wordt medegedeeld, dan zal er iets veranderen. Dat is niet wenselijk, tenzij er weer biggetjes in de snoepautomaat komen. Maar over snoepautomaten worden nooit mededelingen gedaan.
In gedachten verzonken loopt Harmen zijn ronde. Ineens is daar de biels van Maduheerd 203, glimmend van de algen. Het is te laat om er overheen te stappen. Instinctief drukt Harmen de post tegen zijn lijf en valt recht voorover met zijn hoofd tegen de deur.
De deur gaat open. ‘Ach jongen, ik zag het gewoon gebeuren. Gaat het een beetje?’
Harmen kijkt op, recht in het decolleté van Dina Wubbolt. Haar grote borsten wiebelen heen en weer voor zijn ogen. ‘Uh, ik heb nog post voor u.’
‘Kom maar binnen, doen we even wat ijs op je voorhoofd’ zegt Dina moederlijk.

Met een bonkend voorhoofd fietst Harmen terug naar het sorteercentrum aan de Passeweg. Hardhandig had Dina een zak ijs op zijn voorhoofd gedrukt, daarna was het zwart. Toen hij weer bijkwam hing ze over hem heen. Een web van fijne lijnen tekenden haar decolleté. Had hij haar hand op zijn kruis gevoeld?
De drukkende stilte van de mededeling hangt in de lucht. De stoelen en tafels in de kantine zijn in rijen neergezet, richting een scherm waarop de slogan ‘Een Duurzame Toekomst’ geprojecteerd is, vergezeld door afbeeldingen van vrolijke schilders, buschauffeurs en conciërges.
Er zit geen gel in het haar van locatiemanager Klaas, zijn normaal zo bombastische stem klinkt hol. ‘Het zat er al aan te komen jongens, maar het is met pijn in mijn hart dat ik jullie moet meedelen dat de Passeweg over drie maanden de deuren sluit. Een aantal van jullie kunnen mee naar Zwolle, de rest kan van het loopbaanprogramma gebruik maken.’
Gemompel. Een mix van ontsteltenis, angst en woede vult de kantine. Daarna verslagenheid, er wordt overgegaan tot de orde van de dag. De middagwijk moet voorbereid worden.
Harmen probeert zijn broodjes te eten, maar het is alsof hij op een prop papier kauwt. De mededeling heeft alle levensenergie uit het sorteercentrum gezogen. De beige linoleumvloer oogt sleets nu zijn dood nadert. Efficiëntiemaatregelen en gestroomlijnde werkprocessen hebben het vonnis kunnen uitstellen, maar niet kunnen afwenden.

In de dagen die volgen op de mededeling loopt Harmen in de onaangename hitte van juli zijn vaste rondes. Sinds hij tegen Dina’s deur gevallen is, is er bijna dagelijks post voor haar. Twee keer kwam ze naar buiten om hem een helft van een dubbelijsje te geven, de andere helft stak ze gretig in haar mond.
‘Harmen was het he? Ik zie dat je zoveel elastieken om je stuur hebt hangen. Nou vroeg ik me af of ik daar wat van mag hebben, voor een projectje.’ De vragende toon ontbreekt in Dina’s stem.
‘Uh, ja hoor, hoeveel wilt u er?’
‘Zeg maar je he, we kennen elkaar al wel een beetje toch? Een stuk of tien is wel goed.’ Dina loopt zonder af te wachten haar huis in.
Harmen blijft buiten staan met een hand vol elastieken, maar Dina komt niet naar buiten. Aarzelend steekt hij zijn hoofd om de voordeur. ‘Uh, de elastieken.’
‘Kom maar binnen, kan je me direct even helpen.’
Harmen loopt de hal door naar de woonkamer. Dina heeft haar top uitgedaan en zit puffend in haar bh op de bank. Er gaat een rilling door Harmen heen bij het zien van de striae op haar slappe buik. Zo zien zijn webcamgirls er niet uit. Hij probeert een gevoel van opwinding te onderdrukken.
‘Ik wil dat je ze op me afschiet,’ Dina wijst naar de elastieken.
Heb ik dit goed verstaan, denkt Harmen. Hij draait zijn hoofd naar de voordeur terwijl hij zijn nek voelt verkrampen.
‘Ik zie dat je het wil, je hoeft niet bang te zijn,’ Dina trekt haar bh uit terwijl ze hem zonder knipperen aan blijft kijken. ‘Ik zal je straks belonen.’
Het voelt als een half uur, maar in werkelijkheid staat Harmen hoogstens een minuut bewegingsloos in Dina’s woonkamer. Nauwkeurig schiet hij een voor een de elastieken op haar borsten af, waarop zich rode plekken vormen.
Dina staat op en duwt Harmen op de bank. Ze trekt zijn broek naar beneden en pijpt hem. Het duurt twee minuten voordat Harmen tot zijn hoogtepunt komt. Zijn sperma vangt ze op in een koffiekopje.
Harmen heeft zich nog nooit zo opgelucht gevoeld. Hij vertelt Dina dat hij niet in aanmerking komt voor het loopbaanprogramma van de post, dat hij niet mee kan naar Zwolle, maar dat eigenlijk ook niet wil omdat het zo ver weg is, en dat hij gewoon bij de post zou willen blijven. ‘We vinden er wel iets op’ antwoord Dina.

In de weken die volgen komt hij na zijn middagwijk bijna dagelijks bij Dina thuis om haar te helpen met het maken van een website voor haar bedrijf PGB-door-Zee. Hij moet nog even wachten op zijn geld, dat zal niet lang meer duren volgens Dina. In de tussentijd volgen de beloningen. Een keer legde Harmen zijn hand op een van haar borsten. ‘Dat doe je niet,’ zei ze met ingetogen woede, terwijl ze zijn hand wegsloeg.

Harmen staat voor Dina’s deur, hij heeft vandaag met haar afgesproken. Het is drie uur ’s middags, maar de gordijnen zijn dicht. Hij belt aan en wacht. Ook na een tweede keer aanbellen wordt er niet opengedaan.
Via de brandgang loopt hij naar de achtertuin, waar een oud konijnenhok staat. De cavia die erin zit kijkt Harmen met doffe ogen aan. Harmen kijkt door het raam de woonkamer in, de computer is verdwenen.
Dina’s buurman komt naar buiten. ‘Die is er niet meer hoor. Je moet je niet inlaten met zulke types, krijg je alleen maar problemen van.’ Het klinkt als een verwijt.
Harmen voelt zijn keel dichtknijpen. ‘Ik maakte een website voor haar, ze zei dat ik haar hielp en goed was voor het bedrijf, dat zou zich later uitbetalen.’
‘Daar kan je wel naar fluiten, die is met de noorderzon vertrokken,’ de buurman sjokt zijn huis weer naar binnen.

Het is 08:17 uur. Cousteau en zijn bemanning bevinden zich in een onderzeese grot, bedwelmd door de grote diepte. Harmen staat op en drukt met zijn duim op de uitknop van de afstandsbediening, die hij op zijn bank gooit. Zijn PostNL-jack hangt niet meer op de kapstok.
Hij pakt zijn fiets. Zesenzestig dagen geleden fietste hij voor het laatst naar de Passeweg. Hij voelt zich naakt zonder de fietstassen die hem dagelijks vergezelden.
Een rolwolk volgt Harmen richting het sorteercentrum, voor hem is het licht. De lucht is gevuld met onweersvliegjes en de geur van hortensia’s.
De toegangscode van de deur van het sorteercentrum doet het nog: 8357. Harmen opent de deur, de hal is leeg, op een paar verloren elastieken na. Hij pakt er een op om uit te rekken, maar het rubber is uitgedroogd en verkruimelt in zijn handen.
Waarom was hij bij Dina naar binnen gelopen met de elastieken? Hij had ze bij haar voordeur kunnen leggen. Dan zou hij nu niet worden beschuldigd van het frauderen met PGB-budgetten.
Naar beneden kijkend loopt Harmen over de gekleurde lijnen op de vloer van het sorteercentrum. De bakken met gesorteerde post stonden binnen de rechthoekige rode vierkanten. In de blauwe vierkanten stonden de bakken voor de grote poststukken. De gele lijnen gaven aan waar de bakken ten opzichte van de zitplekken moesten staan. Alles had zijn plek. Nu laat het kleurige lijnenspel Harmen cirkelen rondom de leegte.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch