Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Ongelogen (en andere onwaarheden)

Door J.W. Rijneveldshoek

Aanvankelijk wist Anna niets van de zwangerschap van haar zus. Noch van mijn aandeel daarin.
“Vertel jij het haar?” vroeg Hanna mij. “Of moet ik het zelf doen?”

Anna had me nog zo voor haar gewaarschuwd.
“Nu we verloofd zijn zal het niet lang meer duren voordat zij je belt.”
“Hoezo?”
“Omdat zij geilt op mannen die iets met mij hebben.”
“Spannend!” probeerde ik nog te grappen.
“Maak je geen illusies. Dat heeft het verleden wel uitgewezen. Op het moment dat ik het uitmaak, droogt haar kut acuut voor je op.”

Eigenlijk was ik destijds voor Hanna gevallen. Dat ontdekte ik later pas, op dezelfde dag dat ik Anna ten huwelijk had gevraagd.
“Op die avond in juli? Dat kan niet. Toen was ik op vakantie in Berlijn. Waarschijnlijk stond Hanna toen achter de bar.”
Zij had slechts even naar me gelachen maar mijn hart had vuur geslagen. Ik was echter veel te bang de laatste trein te missen. Daarom vertrok ik. Terwijl ik gehaast het café verliet keek ik nog één keer om. Het mannenvolk dromde rond de bar. Haar aandacht ging al weer naar iemand anders uit.
“Drie bier? Komt eraan.”
Hierna nam ik me voor zo snel mogelijk naar Nijmegen terug te keren. Door allerlei gedoe op mijn werk duurde het bijna een half jaar voordat ik haar terugzag. Achter diezelfde bar.
Haar donkerbruine haar was misschien iets korter dan voorheen, maar verder leek ze nauwelijks veranderd te zijn. Mooie grote donkere ogen in een albastbleek gelaat, een ietwat gebogen neus, hoge jukbenen en felrood gestifte lippen. Ze droeg een strak zwart jurkje dat me deed dromen van het slanke lichaam dat eronder schuil ging. Ja, ik fantaseerde al hoe het zou zijn om zachtjes in die kleine borsten te bijten.
En dan die lach van haar. Die klaterende lach. Die heerlijke, alles en iedereen veroverende lach. Die lach die mij zo was bijgebleven. Die lach die maakte dat ik toen in dat overvolle café geen enkele andere vrouw meer zag. Alleen zij had zo’n lach. Alleen zij.
Alleen, zij was het helemaal niet. Het was Anna die nu naar me lachte, haar tweelingzus. Hanna was namelijk net naar New York verhuisd. Ik wist dat niet. En ik zag het niet. Op mijn verdorde grond vlamde de liefde gretig op.
Ik besluit te liegen.
“Nee, jij was het. Zeker weten. Dan moet ik Nijmegen later in dat jaar hebben bezocht, ergens in september.”
Ze kust me. Opgelucht.

Anna kreeg gelijk. Nog geen drie weken daarna belde Hanna mij.
“Ik moet je echt even spreken. Het is dringend. Ik logeer in Hotel Bellevue.”
Twee keer klopte ik. Wachtend beet ik op mijn lip en staarde wat afwezig naar de Hotel Bellevue folder in mijn hand.
‘Hier in dit moderne hotel, gelegen op een unieke locatie langs de Waal, kunt u genieten van een onvergetelijke aanblik….’
De deur zwaaide open. Daar stond ze. Bloedmooi. Met natte haren en een grote, witte douchehanddoek losjes om haar heen gewikkeld.
“En, heb je al eeuwige trouw gezworen?”
Ze lachte zoals alleen zij kon lachen en mijn hart sloeg vuur.
Ik schudde het hoofd, zwijgend.
“Kom dan maar gauw binnen.”
Zij deed enkele stappen achteruit in de schemerig verlichte kamer en liet langzaam de handdoek van haar lijf af glijden. De PR-folder van het hotel had niet gelogen…

Dertien weken later vertelde Hanna me dat ze toch een abortus had laten plegen. Weer een week later reed ik met een verhuisbus vol eigendommen weg uit Nijmegen.
Anna was woest geweest. Binnen 24 uur stond ik op straat. Ze bezwoer me dat ze me nooit meer wilde zien. Zo geschiedde.
En nu is ze dood. Ik weet niet precies waarom ik naar de crematie ben gekomen. Toen Hanna aan longkanker was overleden had ik de plechtigheid ook aan mij voorbij laten gaan. Dit keer ben ik er wel. Achterin de aula zit ik te somberen. Het verleden gaat definitief in as op. Mijn leven is een aaneenrijging van verkeerde keuzes, laffe leugens, gemiste kansen en te veel, veel te veel eenzame nachten.
De eerste klanken van Mozart’s Lacrimosa vullen de ruimte. Voorin begint iemand te snikken. Een ander snuit zijn neus. Tranen op afroep. De dubbele deuren van de aula worden wijd opengezet. Met ingehouden tred probeer ik schielijk, langs de kist, richting de koffie en de cake te schuifelen.
Dan zie ik haar staan, tussen wat treurig kijkende familieleden die inmiddels te oud zijn om mij nog te herkennen. Zij lacht en mijn hart slaat vuur. Die ogen, die lippen, dat lichaam. De gelijkenis is onloochenbaar. Hanna had een dochter.
“Hallo, ik ben Eva,” begroet ze me. “Mijn tante heeft veel over u verteld.”
“Gecondoleerd,” zeg ik.

Het café draagt een andere naam. Ook de inrichting is geheel gemoderniseerd. Alleen de bar staat nog op dezelfde plek. Het voelt alsof ik hier voor de eerste keer kom. Ik besluit er niets over te zeggen. 

Eva komt terug met twee glazen wijn. We toosten op haar tante, op het leven en op haarzelf. Ze is namelijk net dertig is geworden. Vandaar.
Dertig. Dertig jaar en zo’n zes maanden geleden reed ik uit Nijmegen weg. Het kan niet. Toch herken ik veel in haar. Vooral van Hanna, maar ook wel van mezelf. Die abortus was een leugen en zij kent de waarheid niet.
“Weet je… ik val op oudere mannen,” fluistert ze me na zeven glazen wijn in het oor.
Ik zou meteen moeten weglopen of haar van mijn vermoedens moeten vertellen. Maar ik kan het niet. Niet nu.
“Ik logeer in Hotel Bellevue,” zeg ik.
“Wat toevallig,” glimlacht zij ondeugend en reikt naar haar jas.

De nacht viel over Nijmegen. De maan scheen kringelend vanuit het kabbelende zwarte Waalwater. Het heden is een valse weerspiegeling van het verleden… of omgekeerd, zo oreerde ik. Zij lachte klaterend. Het echode in mijn hoofd. De alcohol begon de werkelijkheid te verdraaien. Ik verloor alle grip op de tijd. Wat was waar en wanneer? Wie was nu wie? Drie vrouwen werden één. Eén in één. Ineen.
Tot zij later die nacht haar nagels diep in mijn rug klauwde, voor de tweede keer klaarkwam en opeens bijna smartelijk uitriep:
“Toe, papa!”

1 reactie

J.W. Rijneveldshoek

Auteur donderdag, 05:48

Als lezer (of als kijker van een film) ga je altijd op zoek naar iemand om je mee te identificeren.
Een verhaal in de ik-vorm versterkt dat identificatieproces. Maar wat doet het met jou, als lezer, als de hoofdpersoon helemaal niet zo sympathiek is en zelfs – op het einde – iets lijkt te doen wat tegen je eigen moraal in gaat?

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch