Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Onherkenbaar

Door Alexander Roessen

’Hé, pa. Hoe gaat het vandaag?’ De deur van het verzorgingsappartement valt achter mij dicht en ik loop langs het keukenblok de woonkamer in.
Mijn vader zit in zijn favoriete stoel, de draaistoel van lichtbruin ribfluweel die alle verhuizingen sinds de jaren ’70 heeft overleefd. Haar stoel.
’Hoi pa, hoe gaat het met je?’ Geen reactie. Met een grauwe staar, kijk hij afwezig door het raam naar het park tegenover de flat. Op zijn schoot ligt een puzzelboekje, in zijn linkerhand rust een pen. Mijn vader was altijd al gek op kruiswoordpuzzels, het hield zijn hersenen gezond. Ik geef hem een kus op zijn wang, maar het dringt niet tot hem door. Ik doorbreek zijn trance door een hand op zijn schouder te leggen en hem zachtjes te schudden.
’Dirk, jongen. Ik hoorde je niet binnenkomen. Ben je er allang? Zal ik koffie voor je zetten?’ Hij kijkt me aan alsof hij uit een diepe droom is wakker geworden. Van schrik valt de pen uit zijn hand.
’Peter, pa. Blijf zitten, ik zet wel koffie voor ons.’ Ik pak het puzzelboekje, raap de pen van de grond en leg ze op de salontafel.
’Mooi, mooi. Goed je te zien. Dat is een tijd geleden, hè.’ Met een diepe zucht zakt hij terug in de stoel.
’Pa, Dirk is gistermiddag nog geweest,’ roep ik vanuit de keuken. Ik leg twee koffiepads in de houder en wacht tot het water kookt.
’Gistermiddag?’ Even blijft het stil. ’Nee, dat klopt niet. Ik krijg nooit visite.’
De ongewassen kopjes op het aanrecht vertellen een ander verhaal. Mijn broer Dirk en ik wisselen elkaar elke dag af. Dirk blijft nooit lang. Hij heeft er ook veel moeite mee om onze vader zo te moeten zien: hulpeloos, een schim van de energieke man die onze vader was toen we opgroeiden.
Ik zet de koffiekopjes op het lage tafeltje naast de draaistoel en neem plaats op de bank naast mijn vader.
’Dankjewel, Dirk.’ Het oude draaimechanisme van de stoel kreunt als hij trillend zijn kop en schotel van het tafeltje pakt.
’Heb je Peter de laatste tijd nog gezien? Ik hoor zo weinig van hem.’
’Ik ben Peter, pa.’
’Hoe is het met je vrouw?’
’Merel is overleden. 4 jaar geleden. Met Mark is alles goed.’
’Ach, ach. Verschrikkelijk. Gecondoleerd.’
’Ik zal het aan Dirk doorgeven.’ Ik neem een slok van de hete koffie en verbrand het puntje van mijn tong.
‘Ben je gisteravond nog naar de zaal geweest, pa? Het was toch bridgeavond?’.
Pa plaatst het kop en schoteltje terug op het tafeltje. ‘Bridge? Nee, jongen. Ik bridge al jaren niet meer. Niet sinds je moeder is overleden.’
Tien minuten zitten we zonder een woord te wisselen in de woonkamer. Ik laat een hoorbare diepe zucht, pak onze lege kopjes en loop naar de keuken om de vuile vaat af te wassen.
Ik heb geen idee wat er nog te zeggen valt. Alles is al gezegd. Wat ik nog wil zeggen, is niet tegen de man die in de stoel zit. Ik ben boos op wat hij is geworden, niet op de mens die hij was.
Ik plaats het puzzelboekje en de pen terug op zijn schoot, geef hem een zoen op de wang en loop naar de deur.
Ik plaats mijn hand op de deurklink en kijk achterom naar mijn vader.
’Tot overmorgen, pa.’ Een traan rolt over mijn wang.
’Dag, Dirk.’

geen reacties
0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch

0 Toneel

Stukje

Bauke Vermaas