Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Ontsnappen

Door Wietse Venema

Het is koud buiten. Er staat een koude wind en het miezert. Een jonge man in een donkere jas steekt gehaast het plein over naar het café op de hoek. Hij loopt naar binnen en kijkt om zich heen terwijl zijn ogen wennen aan het donker.

Aan de bar zitten twee jonge meiden met lang blond haar. Naast hen staan twee grote rugzakken. Ze voeren een levendig gesprek, in een taal die niemand hier goed kan verstaan.

Op een kruk naast de biertap zit een man van middelbare leeftijd. Zijn ogen staan flets en zijn rug is gebogen. Er staat een halve liter bier zonder schuim voor hem.

Achter de bar staat een dikke man met een baard en een vrolijk gezicht. Hij is duidelijk een type dat makkelijk met iedereen een praatje maakt. De jonge man loopt doelgericht op hem af.

“Snel, ik heb niet veel tijd. Kan je dit voor me bewaren?” De jongen heeft een klein vierkant kartonnen doosje in zijn handen en toont het aan de barman.

De barman, Olaf, zit al bijna tien jaar in het vak. Hij probeert de jongen tegenover hem in te schatten. Zijn uitstraling is sympathiek. Hij heeft een fijn gezicht. Zijn kleding is duidelijk niet goedkoop.

Olaf twijfelt, maar voor hij kan beslissen wordt de deur van het café met een klap open gegooid en komen drie mannen naar binnen. Twee blijven bij de ingang staan en de derde loopt naar de jongen toe, die zich geschrokken omdraait.

“Kom mee. Je weet dat vluchten geen zin heeft.” De man pakt de jongen hardhandig bij de arm en sleurt hem mee naar buiten.

Olaf blijft beduusd achter. De twee meiden kijken hem vragend aan. Olaf haalt zijn schouders op. De mannen droegen insignes van de Nationale Politie.

De rest van de avond verloopt zoals iedere andere woensdagavond. Het wordt steeds rustiger. De twee backpackers vertrekken en vragen om de snelste weg naar het station.

De stille man op middelbare leeftijd blijft zitten. Olaf begint een gesprek met hem. Met een kwinkslag weet Olaf toch een glimlach op zijn gezicht te toveren. Hij belt een taxi voor hem en om half twaalf doet hij de voordeur op slot.

Tijdens het schoonmaken valt hem pas het kleine vierkante kartonnen doosje op. Het lag onder een kruk.

Olaf pakt het doosje op en staat er twijfelend mee in zijn handen. Zal hij het openmaken? Het doosje voelt zwaar aan. Waarom ligt het nog hier? Blijkbaar wisten de agenten die hier vanmiddag naar binnen stormden niet van het doosje, anders waren ze zeker nog teruggekomen om het op te halen.

Uiteindelijk wint zijn nieuwsgierigheid het van zijn angst. Hij stopt het doosje in de zak van zijn jas en sluit de zaak af.

Hij fietst zijn normale route naar zijn huis. Het kleine appartement waarin hij woont staat in een ongure buurt van Amsterdam. Niet dat dat hem iets kan schelen, want hij woont toch alleen. Zijn kat Frans wacht hem hongerig op en blijft tegen zijn benen springen totdat Olaf hem eten heeft gegeven.

Hij schenkt een glas rode wijn in en gaat aan de keukentafel zitten terwijl hij het raadselachtige doosje uit zijn broekzak pakt. Hij legt het voor zich op tafel. Eigenlijk zou hij nu gewoon het meldnummer van de Nationale Politie moeten bellen om te vertellen wat hij heeft gevonden. Hij pakt zijn telefoon en begint het nummer op te zoeken. Maar op het laatste moment bedenkt hij zich. Ze zullen vragen waarom hij niet direct heeft gebeld. Hij zal onmiddellijk verdacht zijn. Straks halen ze hem ook op.

Plotseling heeft Olaf het koud en hij krijgt een vervelend gevoel in zijn maag. Hij beseft zich dat er nu geen weg meer terug is. Het enige dat hij nu kan doen is het doosje openmaken en uitzoeken wat er in zit, zodat hij kan besluiten wat hij ermee moet doen.

Voorzichtig maakt hij het doosje open. Er zit een aluminium voorwerp in. Het heeft afgeronde hoeken en voelt koud aan. Er zijn geen naden zichtbaar, maar in het midden zit een kleine ronde knop met een onbekend symbool.

Verbouwereerd zit Olaf aan de tafel met het apparaatje in zijn handen. Hij weet niet precies wat hij had verwacht, maar dit zeker niet. Wat moet hij nu doen? Hij kijkt nog eens in het kartonnen doosje. Dit is echt alles wat er in zat. Een vierkante aluminium kubus met een knop in het midden.

Er gaan minuten voorbij terwijl Olaf bedenkt wat hij gaat doen. Hij kan op de knop drukken. Of hij kan nu naar buiten lopen en het ding in de gracht gooien. Dan gaat zijn leven weer door zoals het altijd is gegaan. Zeven dagen per week in het Vliegend Hart bier tappen en glazen spoelen.

Nee, weggooien is geen optie. Er was iets bijzonders in de blik van de jongen die in het café werd opgepakt. Hij had een hele heldere oogopslag. Zo’n blik die direct tot je doordringt, een blik die je nog voor je kan zien als je je ogen sluit. Er was iets bijzonders met hem.

Uiteindelijk hakt Olaf de knoop door. Hij drukt op de knop.

De knop begint zacht te knipperen, steeds sneller, totdat hij continu brandt. Plotseling valt de stroom uit in zijn appartement. Een zachte stem klinkt uit het apparaat: “Voldoende potentieel voor activatie. Verlaat deze locatie”.

Olaf zit nog steeds op zijn stoel en kan niet bewegen van schrik. Alle lichten zijn uit en het is helemaal donker. Er komt ook geen licht van buiten. Olaf pakt zijn telefoon om licht te maken, maar die doet het ook niet meer. Op de tast schuifelt hij naar het raam en schuift het gordijn open. In de hele straat zijn de lichten uit. Hij schuift het raam open en kijkt naar links. Ná de brug over de gracht lijkt de verlichting het weer te doen.

Verlaat deze locatie. Plotseling beseft Olaf dat hij in actie moet komen. Hij steekt zijn handen voor zich uit en loopt naar de stoel waar hij zijn jas over had gelegd. Zijn sleutels zitten nog in zijn jaszak. Hij trekt de voordeur achter zich dicht en loopt de drie trappen naar beneden terwijl hij zich vastklemt aan de leuning.

Hij raakt buiten adem. Door het donker loopt hij in de richting van de brug. De lichte miezer is inmiddels aangesterkt tot regen, maar de wind is gelukkig gaan liggen.

Als hij bij de brug staat ziet hij een elektrische Mercedes die met hoge snelheid aan komt rijden. De auto stopt vlak naast hem. Het portier zwaait open. De bestuurder, een man die een zwarte coltrui draagt, wenkt hem om in te stappen.

Olaf aarzelt even, maar stapt dan in. De auto zet zich in beweging. Geen van beiden zegt een woord. Pas als ze op de A2 richting Utrecht rijden spreekt de bestuurder. “Je hebt geluk gehad dat we je zo snel hebben gevonden. Als ze de transportknop bij je hadden gevonden was je nooit meer thuis gekomen.”

Olaf beseft zich plotseling dat hij een fout heeft gemaakt.

“Ik… heb het laten liggen in mijn huis”, stamelt Olaf. Geschrokken kijkt de bestuurder naar Olaf. “Dat was het enige exemplaar! Heb je geen instructies gekregen?”

“Hoe bedoel je, instructie? Ik ben een barman! De jongen die vanmiddag werd gearresteerd in mijn zaak, hij heeft dat ding achtergelaten. Ik heb het gevonden!”

De bestuurder kijkt grimmig en remt plotseling krachtig, terwijl hij de Mercedes de vluchtstrook op stuurt.

“Uitstappen, nu.” De man verheft zijn stem niet eens. Het is Olaf duidelijk dat er geen andere mogelijkheid is dan te gehoorzamen. Hij doet het portier open en stapt uit de wagen, die onmiddellijk weer in beweging komt.

Daar staat Olaf. In de berm van de de A2. De regen slaat tegen zijn jas. Er loopt een straaltje water via zijn kraag over zijn rug.

Twee ongemarkeerde zwarte wagens met blauw zwaailicht passeren op hoge snelheid. Dan is het stil.

Olaf denkt aan zijn vruchteloze studie Economie waar hij na 11 jaar maar mee is gestopt.

Hij denkt aan het huis dat hij wilde kopen. De bank wilde dat hij spaargeld inbracht, maar zijn studieschuld, huur en eten waren al duur genoeg.

De vrienden van zijn studie, die altijd beloven om weer eens langs te komen en ‘zoals vroeger’ een biertje te drinken. Ze komen nooit. Ze zijn te druk, waarschijnlijk.

Zijn moeder, die elke keer vraagt of hij al een echte baan heeft gevonden en wanneer hij eens zijn vriendin meeneemt.

Olaf grinnikt. Zijn vriendin. De reeks mislukte Tinder dates heeft hij maar afgebroken, het lijkt wel of alle normale vrouwen vergeven zijn. Zelfs de seks werd raar. Liever oud worden samen met kater Frans, liegt hij nu tegen zichzelf.

In zijn linkerhand heeft hij een aluminium kubus. Op de tast voelt hij de knop. Hij drukt en Olaf verdwijnt in het niets.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam