Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Onuitgesproken

Door Sabine Brosius

Almere, Kerstavond 24 December 2017

Opa Aad en oma Janny wachten de kinderen en kleinkinderen op. Het is kerstavond.

Voorafgaand heeft Janny geïnventariseerd wie waar is, want de planning is ieder jaar weer een uitdaging. Rekening houden met de familie van de aanhang. Het wordt steeds lastiger. Vorig jaar waren haar zoon Bas en vriendin Maartje in Curacao, en de moeder van schoonzoon Eelco is momenteel erg ziek. De kinderen zijn nog klein, en schoondochter Annemarie hecht erg aan structuur. Janny gaat sowieso niet goed met Annemarie. Ze is uit heel ander hout gesneden. Kleinzoon Tim is 4 jaar en ze ziet hem veel te weinig. Annemarie en Edward werken allebei 5 dagen in de week, daarom moet Tim 5 dagen naar de BSO en in het weekend hebben ze het altijd maar druk met vrienden en uitjes. Tim gaat wel regelmatig naar zijn andere oma, ze vraagt het nooit aan Aad en haar. Ze heeft weleens voorzichtig geprobeerd om hierover in gesprek te gaan, maar dan wordt ze meteen heel fel. Haar zoon Edward houdt zich erbuiten en lijkt dan nog afweziger. Ze zou hem soms weleens wakker willen schudden. Waar is haar kind toch gebleven? Die leuke vrolijke jongen van vroeger. Ze ziet er niets meer van terug. Hij is zo afwezig en hij laat zich helemaal overrulen door die feeks van hem. Met kerstavond zal ze wel weer iets te klagen hebben over het eten, of ze laat de helft van haar eten staan. Of Tim moet op tijd naar bed. Of ze is moe, heeft een slechte bui en zit met een chagrijnig gezicht aan tafel. Maar Janny heeft besloten zich er helemaal niks van aan te trekken deze kerst. Ze gaat haar bui niet laten verpesten dit jaar. Nu vandaag op de dag voor kerst heeft ze alles goed voorbereid, de bedjes voor de kinderen staan klaar, de kado’s zijn ingepakt, en net als alle andere jaren heeft ze een rijm gemaakt voor iedereen. Ze verwachten dat ook van haar, want dat doet ze ieder jaar. Maar soms knaagt er iets. Ze ziet ze zo weinig. Vroeger was dat toch anders? Wij zochten onze ouders toch altijd op? We maakten tijd en zin. Aad zegt altijd, laat die kinderen toch. We hebben het toch goed zo. We zijn allemaal gezond, we maken mooi reizen, en we zijn nog samen. Kijk eens naar Henk en Violet. Zij zien helemaal geen kinderen meer. Ruzie en verkast naar het buitenland. Of kijk naar Marie, weduwe, haar zoon werkt bij de politie in Hilversum. Die ziet ze nooit, altijd aan het werk. Ja, dat is allemaal waar. Ik moet ook niet zo zeuren, denkt Janny.

Opa en oma staan klaar met een prosecco. Opa heeft er heerlijke sushi bij gemaakt. Voor de kinderen is er verse jus d’orange en een stokbroodje met smeerworst en smeerkaas. Ze toasten. Wat ziet iedereen er prachtig uit! De mooie vrouwen prachtig in de make-up, rode lippen, zwarte hakjes en glitterjurkjes en tops. De mannen in pantalon en gladgestreken overhemden. De kindjes zijn om op te eten in minipakjes met strikjes en Elsa heeft een petticoat aan. Opa Aad speecht, geniet zichtbaar van zijn kroost en nakomelingen. “Wat een prachtig gezin heb ik toch”, zegt hij met tranen in zijn ogen. “Wat fijn dat we dit zo met elkaar kunnen doen lieve kinderen. We zien elkaar niet zo heel veel, we hebben allemaal een druk leven, maar de kerst met elkaar vieren, houden we erin! Proost en een Vrolijk Kerstfeest!” Op dat moment valt er een glas op de grond. Kleindochter Elsa begint heel hard te huilen. Annemarie pakt Tim. Oma Janny pakt snel een keukendoek uit de keuken en denkt nee hè, daar gaat mijn kleed. “Het was niet Tim”, zegt Annemarie. Dochter Mariska zegt niks en probeert Elsa te troosten. “Stil maar liefje, dat kan gebeuren.” “Ik heb niks gedaan”, zegt Elsa, “Tim stootte het glas om, maar ik schrok en ben bang dat oma nu boos is.” “Tim was het niet”, zegt Annemarie opnieuw. Mariska kijkt niet. Ze voelt zich heel boos worden. Zit ze nu serieus te beweren dat Tim het niet deed, terwijl mijn dochter hier aan het huilen is. Alsof mijn kind zit te liegen. Oma komt de kamer in met de keukendoek en weer zegt Annemarie, “Tim was het niet”, “kom maar hier met die doek, ik zal je even helpen.” “Nu moet je echt normaal doen, Annemarie”, zegt Mariska. “Wat een engnek ben jij! Je beweert dat mijn kind zit te liegen, en vervolgens ga je zitten slijmen bij mijn moeder. Je bent het plaatje van een perfecte vrouw wel aan het hooghouden hè? Jouw kind doet nooit wat, je hebt een topjob, perfecte gezinnetje, maar weet je, het heeft toch geen zin, want je hebt al lange tijd geleden afgedaan bij mijn moeder. Ze vindt je een egoïst, er is altijd wat, je stelt je aan, en bent alleen maar bezig met jezelf. Weet je, als jij denkt dat Tim niks gedaan heeft, prima! dan heeft hij niks gedaan, maar ik weet wel beter!” Mariska rent de gang in en gooit de voordeur achter zich dicht. De mannen kijken elkaar vragend aan, Eelco gaat achter Mariska aan naar buiten en Elsa stopt met huilen. “Is dat zo?”, vraagt Annemarie aan Janny. “Ja, dat is zo”, zegt Janny. “Ik ga me ook niet meer inhouden. Ik vind je inderdaad erg egoïstisch. Ik zie of hoor je nooit. Je bent alleen maar met jezelf en jullie vrienden in de weer. Tim zie ik nooit en hij gaat alleen maar naar jouw moeder. En daarnaast, ik heb geen idee wat je met Edward doet, maar er is niks meer van die jongen over. Hij straalt niet meer, ik ben mijn kind kwijt”. “Is dat dan mijn schuld?”, zegt Annemarie? “Ik sta hier echt van te kijken. Het is nogal wat wat je hier allemaal tegen me zegt. Ik geloof dat ik maar mijn spullen moet pakken. Edward, ga je mee?” “Uh..tja”, zegt Edward. “Twijfel je?”, zegt Annemarie. “Even serieus, twijfel je? Dus je kiest hier voor je moeder en niet voor mij? Nou weet je, zoek het uit. Jullie zijn toch allemaal slappe happen. Wat een suffe boel hier altijd bij jullie. Zo, dat moest IK dan eens kwijt. Jullie ondernemen niks, ook die zoon van je niet. Dat suffe heeft hij altijd al gehad, ik ken hem niet anders. Wat bedoel je met stralen? Hij steekt geen hand uit naar ons kind, is alleen maar druk met zichzelf en zijn werk. Moet ik dan moeite doen om naar jullie te komen? Ik ben blij dat ik mijn hoofd boven water kan houden en dat mijn moeder er is om me soms te ontlasten. Hier bij jullie moet ik eerst een uur op de koffie en dan met ophalen weer een uur. Weet je wat voor tijd me dat kost? Weet je, zoek het uit allemaal. Ik ga wel alleen naar huis. Kom Tim!” Annemarie vist haar spullen bij elkaar, tilt Tim op, steekt haar hand in de lucht bij de deur en slaat de voordeur dicht. “Is dit nou wat je wil mam?”, zegt Edward. “Lekker! Ja, nee, dit is echt gezellig en op deze manier maak je vrienden, bedankt!” Ook Edward trekt zijn colbert aan en slaat de voordeur dicht. “Jezus!”, zegt Bas, “lekkere familie dit. Dit was nou de reden dat wij vorig jaar in Curaçao zaten. Altijd broeit er wat. Ik voel altijd die opgefokte sfeer hier. Volgend jaar weer weg dus Maart”, zegt hij en hij kijkt geërgerd naar zijn vriendin. Ik vind het echt vervelend, Janny”, zegt Maartje en ze slaat een arm om haar heen. “Ik zie dat je zo je best doet, ik zie ook dat je worstelt met Annemarie en ik voel je verdriet, omdat je Tim zo weinig ziet. Het is ook lastig allemaal. Ik weet ook niet goed hoe je dit moet oplossen. Annemarie is gewoon een stevige tante en jij bent zo lief. Misschien moet je iets meer opeisen en gewoon vragen wanneer Tim kan komen? Laat Annemarie lekker haar ding doen, maar dan zie je in ieder geval Tim wel. Je bent zijn oma, je hebt daar recht op.” Janny begint heel hard te huilen. “ Het zit me al zo lang dwars. Ik weet gewoon niet hoe ik ermee om moet gaan en Aad zegt nooit wat. Die vindt alles altijd maar goed.” Pffff”, zegt Bas, “doe niet zo moeilijk, mam. Pap, doet ook gewoon wat hij kan en wil geen ruzie.” “Klopt”, zegt Aad. “Ik snap heus wel wat je moeder bedoelt, maar wat moet ik ermee? Ieder heeft toch z’n eigen leven. En iedereen heeft het druk. Ik ben blij dat we zelf gezond zijn en samen mooie reizen kunnen maken, anders zouden we hier maar zitten met z’n tweeën.” “Kom”, zegt Maartje, “we gaan het voorgerecht maken. Elsa, help je me even?” In de keuken zegt ze, “weet je Elsa, ik zal je een geheimpje vertellen; jij bent oma’s lievelingskleinkind. Je bent de oudste, je was er als eerste en dat zal altijd zo blijven!! Ssssst……niet doorvertellen hoor….”

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch