Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Op de tram

Door Liliane Melis

Op de tram

Op de tram loopt ze hem onverwacht tegen het lijf. Had ze geweten dat ze hem daar zou ontmoeten, ze had de volgende tram genomen.

Ze had enkele weken geleden een blind date met hem gehad en die was zo tegengevallen dat ze zichzelf beloofd had hem niet meer te contacteren.

Hij had haar nog verscheidene brieven gestuurd met de wanhopige vraag of ze nog iets van zich zou laten horen. Maar ze had zijn brieven onbeantwoord gelaten in de hoop dat hij de boodschap zou begrijpen.

En nu staat hij plotseling voor haar. Het bekende lelijke lijf. Het grote brede hoofd. Ze bekijkt hem met lichte walging in haar ogen. Zou hij dat merken?

Neen, hij lacht zijn mond in de bekende brede grijns. De grijns van het monster. De grijns van: zie je wel, het heeft zo moeten zijn dat we elkaar weer ontmoeten. Dit kan geen toeval zijn.

Hij vraagt haar hoe het met haar gaat en of ze met hem wat wil gaan drinken? Ze zegt hem dat het beter is dat niet te doen. Dat ze niet bij elkaar passen. Dat ze te verschillend zijn.

Ze verzwijgt de kwetsende waarheid. Dat ze walgt van zijn grote hoofd. Van zijn brede grimas die een lach moet voorstellen. Van heel zijn verschijning. Ze walgt van de man in hem en dat staat in haar ogen te lezen. Hij merkt dat niet. Zou liefde dan toch blind zijn?

Hij houdt niet op met dat belachelijke grijnzen en dat maakt hem er niet mooier op. Nog nooit heeft ze zulk een lelijkerd gezien, denkt ze opnieuw.

En daar is het weer. Dat zachte gekriebel in haar buik. Alsof er mieren in huizen die uitzwermen naar alle uithoeken van haar lichaam. Ze tracht zich in te houden maar dat lukt haar niet. Pal voor zijn neus proest ze het uit. Ze schudt letterlijk van het lachen.

Hij daarentegen houdt op met grijnzen en vraagt haar onnozel of ze soms om hem lacht. Of hij iets verkeerds gezegd of gedaan heeft. Of is er iets mis met zijn kleding misschien?

Dan houdt ze plots op met lachen.

Het idee overvalt haar dat hij het zou wagen haar te kussen en dat vervult haar met weerzin. Ze groet hem onhandig en stapt uit bij de eerstvolgende halte.

Op de stoep merkt ze dat hij haar gevolgd is. Hij staat naast haar en kijkt haar bezorgd aan.

‘Voel je je niet lekker?’, vraagt hij ‘je ziet zo bleek rond je neus.’

‘Dat komt door jou,’ zegt ze abrupt, ‘ik had niet verwacht je zo onverwacht tegen het lijf te lopen.’

Hij tracht haar blik te vangen maar ze ontwijkt die.

‘Ben je bang voor oogcontact?’, vraagt hij.

Hij neemt haar arm beet maar ze rukt zich los en zet het op een lopen. Ze wil van hem verlost zijn maar hij volgt haar. Zijn vasthoudendheid werkt haar zodanig op de zenuwen dat ze plotseling stopt en zich omdraait. Vlak voor haar neus blijft hij staan. Ze geeft hem een klap in zijn gezicht. Hij heft zijn armen als in een poging haar te omhelzen. Zijn hijgende adem dringt haar neusgaten binnen en ze kokhalst ervan. In een ongecontroleerde beweging heft ze haar been en geeft hem een harde trap in zijn kruis. Raak. Zijn handen lossen haar hals en zakken af naar het begeerde lichaamsdeel. Ze zet het op een lopen. Deze keer volgt hij haar niet meer. Hij heeft de strijd blijkbaar opgegeven. Ze vertraagt haar pas en loopt rustig verder.

Ze loopt voorbij een café. De deur staat wagenwijd op. Ze hoort enkele woorden uit de loeiharde jukebox: ‘seks verandert alles…’

De Mens kan het weten

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch