Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Oude piano

Door Rosella Bena

In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Ik staar in de spiegel. Ik kijk hoe het zonlicht mijn ogen laat glinsteren. Mijn vingers strelen het gladde oppervlak dat mijn gezicht weerkaatst. Ik wil het meisje dat naar me terug staart niet zijn. Zij verliest haar herinneringen. Steeds vaker, steeds meer. Zij is net twintig.
Zij is mij.
Haar onderlip beeft. Ze bijt op het puntje van haar tong, alsof dat de chaos in haar hoofd tot stilte zal manen. Ik haat haar. Haar zwakte, haar bestaan. Ik haat de wereld.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Mijn spiegelbeeld spat uiteen. De scherven rinkelen als ze de grond raken. Sommige van hen vallen op mijn blote voeten en snijden in mijn huid. Tranen van bloed kruipen uit mijn gebarsten knokkels en rollen via mijn vingers naar beneden. Ik wankel achteruit totdat ik de muur raak. Ik zak op de grond.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Mijn adem rolt huiverend over mijn lippen. Binnenkort weet ik niet meer wie ik ben. Mijn herinneringen zijn als vlinders die ontpoppen; elke dag komen ze dichterbij hun vrijheid. Als ze ontpopt zijn en hun vrijheid tegemoet vliegen, verlaten ze voor eeuwig mijn hoofd.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Mijn vingertoppen tasten de contouren van mijn gezicht af. Mijn neus en lippen. De moedervlek op mijn kin. Ik laat mijn hoofd tegen de muur rusten en pak het zakhorloge dat ik van opa heb gekregen uit mijn zak. Ik staar naar de wijzers. Ze tikken en tikken. Net zoals de tijd houden ze met niemand rekening. Ze zullen niet langzamer tikken voor mij zodat ik mijn herinneringen langer bij me kan dragen.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Vroeger geloofde ik dat alles gebeurde met een reden. Dat alles samen kwam om ons naar één moment te brengen. Maar ik heb nooit geloofd dat alles in mijn leven me naar de vergetelheid zou leiden. Niet naar de vergetelheid in mijn hoofd en niet naar de vergetelheid van het universum. Als al mijn herinneringen zijn ontpopt, herinnert niemand zich Zaria. Ze herinneren zich slechts het lege omhulsel dat is achtergebleven.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Ik laat het zakhorloge uit vallen. Het gevoel dat ik niet weet wat de realiteit is, bijt zich vast in mijn gedachten. Ik durf niet te kijken of het zakhorloge op de grond ligt.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Ik sta op en loop naar beneden. Ik moet weg. Ik moet stoppen wat al is begonnen in mijn hoofd. Ik mag niet meer herinneringen verliezen. Vlug trek ik een paar laarzen aan, niet wetend of ze van mij of mam zijn. Ik gris mijn jas van de kapstok en kijk om me heen. Waar zijn-
Ik schrik op. De bel gaat. Ik open de brievenbus en wacht totdat een paar ogen die van mij ontmoeten. Ik ken deze ogen. Het zijn de ogen van… van- “Waar liggen de sleutels?”
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
“Check je jaszakken.” Ik herken zijn stem. Ik weet wie hij is en dat ik van hem houd. Maar ik weet zijn naam niet, zelfs niet de eerste letter. Kippenvel kruipt over mijn armen.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Bijtend op mijn tong voel ik in mijn zakken. Ik haal traag adem, zelfs al slaat mijn hart op hol. Ik kan dit niet echt zijn vergeten. Mijn sleutels zitten altijd in mijn jaszakken. Dit moet stoppen, ik moet het stoppen.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Traag draai ik de deur open. Ik staar in het vertrouwde gezicht dat zijn naam is verloren. “Kun je me ergens naartoe brengen?”
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
“Dat je dat nog steeds vraagt.” Hij grijnst naar me.
Een glimlach krult mijn lippen om. “Ik wil naar het grote meer in het bos.”
“Oké.” Hij trekt me in een omhelzing, zijn adem warm in mijn nek. Heel even sluit ik mijn ogen, verloren in het gevoel dat de tijd stilstaat. Ik beweeg van hem weg en druk mijn lippen op de zijne, zacht fluisterend dat het me spijt.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.

In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
De wind dwingt tranen in mijn ogen te springen. Achter me hoor ik de voetstappen van… hem in de sneeuw. Hij is even stil als ik, net zo diep ondergedompeld in de pracht van een wit bos. De wereld verliest haar kleur niet in de winter, haar kleuren veranderen slechts.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Ik laat mijn hand over een dikke boomstam glijden. Splinters kruipen onder mijn huid. In de verte glinstert het meer onder de felle winterzon. Ik blijf stilstaan. “Wat is een mens zonder herinneringen?”
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
In zijn ogen speelt een mij onbekende emotie. “Een mens.”
“Wat ben ik zonder herinneringen?”
“Een mens.”
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Zijn antwoord is niet wat ik wil horen. Ik wenste dat hij gewoon tegen me had gezegd dat ik dan nog steeds Zaria was. Maar de waarheid is dat ik dat dan niet meer ben. Dat weet ik. Dat wist ik al. Toch had ik gehoopt dat hij zou liegen als ik het hem vroeg. “Kun je me even alleen laten?”
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.
Zonder iets te zeggen loopt hij van me weg. Hij pakt een tak van de grond en breekt hem in kleine stukjes. Pas als hij ver van me weg is, keer ik hem mijn rug toe. Vastberaden loop ik naar het meer. Ik kan de tijd niet stilzetten, maar de vergetelheid in mijn hoofd kan ik wel stilzetten. Die vergetelheid groeit namelijk met de tijd, maar ademt met mijn longen.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano. Hij fluistert mijn naam in zuivere noten.
Aan de oever zak ik op mijn knieën. Ik staar naar de golven die over het oppervlakte rollen, kijkend naar mijn reflectie. Dat is het meisje dat ik niet ga worden. Ik zal niet tot de vergetelheid worden veroordeeld.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano. Zijn fluisteringen veranderen in geroep.
Ik kleed me uit tot op mijn ondergoed. Het water staat tot aan mijn enkels. Ik leg mijn hoofd in mijn nek en staar naar de hemel. Kortstondig sluit ik mijn ogen. Ik zie de oceanen, de woestijn. De wereld. Alles lijkt tastbaar. Ik wenste dat ik stilte over de wereld kon roepen, dat dit moment eeuwig voortduurde. Als ik mijn ogen open, sta ik de zon toe me te verblinden. Het felle licht laat rode vlekken voor mijn ogen dansen.
In mijn geest; een oude piano. Hij schreeuwt mijn naam in onzuivere noten.
Traag loop ik het meer in. De kou zou me moeten verlammen, maar ik voel slechts een onbekende rust op me neerdalen. Niemand zal me vergeten en ik zal geen leeg omhulsel worden in het leven. Mijn emoties komen steeds verder van me af te staan. Ik weet dat ik ze heb, maar ik ervaar ze niet meer.
In mijn geest; een oude piano. Zijn noten jammeren mijn naam.
Ik hap naar adem. De wereld verandert in een wervelstorm van luchtbelletjes. Ik sluit mijn ogen. Alles leidde me naar dit moment, niet naar de vergetelheid. De stroming voert me naar mijn laatste bestemming. Mijn lichaam vecht tegen mijn geest. Het dwingt me mijn adem in te houden en laat mijn armen naar mijn borst klauwen.
In mijn geest; een oude piano. Mijn handen reiken naar zijn toetsen. Zijn toetsten verlangen mijn aanraking. Zo dichtbij. Het krukje ligt eenzaam op zijn kant. Spinnendraden bedekken de piano. Plots overstemt het geluid van stromend water de zuivere noten.
Mijn longen branden. Mijn hart bonkt onstuimig.
In mijn geest; een oude piano. Mijn handen koesteren hem bij het wegvegen van de spinnendraden. De piano die ik ben vergeten, is hier. De piano waarop ik elke dag speelde voordat ik mijn herinneringen verloor. Ik veranderde, maar mijn piano bleef mijn piano, zelfs toen ik vergat hoe ik noten moest lezen. Zelfs toen ik vergat dat ik een piano had.
In mijn geest; een oude piano. Mijn vingers strelen de toetsen. Zuivere noten dansen rondom me. Ze zingen me mijn herinneringen toe. Ze zingen me toe hoeveel ik van mijn piano hield. Hij was mijn eerste vriend en mijn vriend wanneer ik niemand had. Hij was mijn rust in de storm.
Mijn longen stromen vol met water. Toch glimlach ik. Julian had gelijk; een mens zonder herinneringen is een mens. Maar alleen een mens met herinneringen is een persoon.
In mijn geest; een oude piano. Hij speelt zuivere noten en laat me los.
In het hoekje van mijn geest; een oude piano.

1 reactie

Daphne

zaterdag, 21:45

Echt de moeite waard

0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam