Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Over hoop

Door Jiska Gysels

“Een drive-in kerkhof”, stak hij van wal. “Het gekste dat ik ooit heb gezien was een drive-in kerkhof.”

Ik was vierentwintig en had even ervoor plaatsgenomen in een tandartsstoel. De man was een zestigjarige ex-militair die sinds een jaar of tien een eigen praktijk had. Zijn legerloopbaan had duidelijk sporen nagelaten. In de tijdsspanne tussen het voorzichtig achter je dichttrekken van de deur en het behoedzaam plaatsnemen werd met een onderzoekende blik gecontroleerd of je nog over alle ledematen beschikte. Als dat het geval was, gromde hij goedkeurend en maakte met een knikje duidelijk dat je mocht gaan zitten. Na deze in stilzwijgen gehulde introductie begon hij aan waar jij hoofdzakelijk voor gekomen was, maar wat voor hem slechts bijzaak leek: de controle en verzorging van je gebit.

Ik sloot mijn ogen voor het felle licht en bereidde me mentaal voor op het enigszins ongemakkelijke routinegebeuren. Terwijl ik met open mond languit in de tandartsstoel lag, maakte hij met spaarzame woorden en hoekige gebaren duidelijk wat er van me werd verwacht. Door de jaren heen had ik deze bewegingen minitieus gadegeslagen en ontleed. Ik wist inmiddels perfect waar hij op doelde met een knikje richting het zich tergend langzaam vullende bekertje water (mond spoelen!), het stroef wijzen naar de tandartsstoel (plaats nemen!), het goedkeurend knikken bij het binnenkomen (nog alle ledematen!) of de hand opsteken bij het naar buiten gaan (bedankt en tot ziens!). Deze manier van communiceren beviel me en was ik zelfs op prijs beginnen stellen. Niet in het minst omdat er weinig mogelijkheid tot gesprek is als je mond vol allerhande ongedefinieerde tandartsinstrumenten zit.

De onverwachte aanzet tot een monoloog verraste me dan ook volkomen. Verbaasd opende ik mijn ogen, me afvragend of ik het met deze raadselachtige zin zou moeten stellen. Mijn ogen speurden het vertrek af dat baadde in het onaangename licht van vier helschijnende tl-lampen. De klinisch witgekalkte muren waren gevrijwaard van enige decoratie, afgezien van twee met zorg opgehangen foto’s. De nogal erg groot uitgevallen gebitten lachten me breeduit toe. Geen familiekiekje te bespeuren.

Daar lag ik dan, nog steeds in het bezit van alle ledematen maar intussen ook van een verwarde geest. Mijn ogen bleven hangen in de waterige kijkers van de oude man. Van boven het mondkapje glinsterden ze me goedlachs tegemoet. Het vervolg van de uiteenzetting liet niet lang op zich wachten. Ik sloot opnieuw de ogen en stelde mijn gehoor op scherp.

“Jaja, Amerika”, mijmerde de tandarts. “Mijn vrouw en ik hebben onze tent opgesteld en een verkennend tochtje over de camping gemaakt. We willen net de planning voor de volgende dag gaan overlopen als we worden opgeschrikt door een verschrikkelijk kabaal. Wij kijken beiden achterom en zien een auto het kerkhof oprijden, dat zich vlak naast de camping bevindt. Mijn vrouw en ik staren elkaar aan en lezen in elkaars ogen dezelfde verbijstering. Maar goed, valt perfect te verklaren. Dat kerkhof moet natuurlijk onderhouden worden en ja, een auto kan dan wel van pas komen. Tot vijf minuten later: wéér een auto.”

Enthousiasme en verwondering maakten zich zozeer van hem meester dat hij er zelf leek van te schrikken. Er viel een korte stilte. Hij droomde eventjes weg terwijl de tongspatel besluiteloos boven mijn hoofd zweefde.

“Ook nu een gewone gezinswagen. Enfin, gewoon… Vergeet niet dat we in Amerika zijn, hé. Dus je moet je even voorstellen wat ik daarmee bedoel. Beeld je twee grote gezinswagens in die achter elkaar staan. Beeld je nu op de voorste wagen –ja, want wagens zijn het. Het zijn niet eens auto’s. Het zijn wagens. Dus, beeld je op de voorste wagen nóg een wagen in. Heb je het? Drie wagens, drie personenwagens, vormen in Amerika één gezinswagen. Model verdwijnende middenklasse.”

Hij keek me vanachter zijn mondkapje bemoedigend aan. Vol hoop dat ik me het precies kon inbeelden zoals hij het voor ogen had, de gedeelde verwondering koesterend. Ik vroeg me ondertussen af wanneer ik mijn mond even zou kunnen sluiten, mijn kaken leken haast vastgeroest. Ik besloot de pijn nog even te verbijten en met een klein knikje spoorde ik hem aan zijn betoog verder te zetten.

“Wel, die dus óók al op dat kerkhof. En dan, I kid you not”, gooide hij er in steenkolenengels uit, “nog één!” “Die mannen stappen dus soms zelfs niet eens uit. Gewoon raampje open, kransje gooien, raampje dicht en verderrijden maar.”

Hij was inmiddels helemaal opgegaan in zijn verhaal en staarde hoofdschuddend naar de lades in zijn kabinet. Hij leek even vergeten te zijn welk instrument hij nu precies zocht. Het geluid van plenzende regen vulde de stilte in. Na enkele ogenblikken besloot hij uit zijn arsenaal aan marteltuigen een soort hamer uit te kiezen waarna hij druk gesticulerend zijn redevoering vervolgde.

“Iemand heeft dus ooit dat idee geopperd. Wegeltjes? Op de begraafplaats? Goh, ik dacht zes meter te nemen? Dat is gemakkelijk, breed genoeg voor een gezinswagen en we kunnen zelfs nog een halve meter afsnoepen voor de voetgangers. Moest ooit iemand zo gek zijn om te voet te gaan?!”

Zijn enthousiasme had plaatsgenomen voor misnoegd misprijzen. Hij spuwde de laatste woorden haast uit. “Ja, ja, in Amerika…” besloot hij dan maar. En de pretlichtjes in zijn ogen hadden plaatsgenomen voor een doffe blik. Hij straalde nu de treurigheid uit van iemand die overdag televisie kijkt.

Hij wierp nog een laatste blik op mijn gebit en sloot de consultatie af met een bedeesde “Alles in orde.” De man leek ook zichzelf verrast te hebben en zich net als mij af te vragen waar zijn plotse behoefte tot monoloog vandaan kwam. Ik stond op en maakte me de bedenking dat achter die norse blik en die droefgestemde ogen, achter die houterige figuur in het groene pak, een echte mens zit verscholen.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch