Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Overal en nergens

Door L.F. Floretta

Overal en nergens

Zijn jas hangt over de stoel. Ik zoek, maar kan hem nergens vinden. Zelfs niet op zolder, waar hij vaak alleen zit. “Mama, waar is papa?” “Ik weet het niet, weg!” “Maar zijn jas?” “Die is hij gewoon vergeten.”

Vanuit mijn bed hoor ik ’s avonds hoe ze iedereen belt. Niemand weet waar hij is. Mama huilt. Ik huil ook. Mama mist papa. En papa is helemaal alleen… buiten… zonder jas.

Drie dagen bleef hij weg. Maar mama is niet blij… Stomme mama, eerst belt ze iedereen op om te zeggen dat hij thuis moet komen. En dan is hij thuis, wordt ze boos.

“ Papa, waar was je nou? Had je het koud?” “Overal en nergens,” antwoord hij bits. Overal en nergens… Terwijl mijn ouders door ruziën denk ik na over dit ingewikkelde antwoord. Hoe kan iemand nou overal zijn? En hoe kan iemand nergens zijn? En dan ook nog tegelijkertijd? Papa is vast op een hele bijzondere plek geweest. Een plek waar je overal en nergens tegelijk kunt zijn.

Dan krijg ik een ingeving. Onze kat, Charly is laatst naar de kattenhemel gegaan. Mama zegt dat de kattenhemel overal kan zijn. En toch is Charly nergens meer. Ja! Dat moet het zijn! Daarom kon hij niet thuis komen. Daarom wist niemand waar hij was. En daarom had hij het vast ook niet koud zonder jas. Want mama zegt dat het in de hemel altijd lekker weer is.

“Was je dood soms?” vraag ik, hopend dat ook mama zo begrijpt dat papa haar niet had kunnen bellen omdat er in de hemel geen telefoon is. “Nee!” snauwt hij me toe en loopt naar buiten. Snel ren ik achter hem aan. Papa, waar ga je naar toe? Papa! Paaapaaa! Vanuit de deuropening zie ik zijn portier dichtslaan. Mijn oog valt op de kapstok. Ik ren naar buiten, achter de auto aan en schreeuw: “Je jas!”

Terwijl ik terug naar huis loop bedenk ik me dat ik niet alleen een hele domme moeder heb. Ik heb ook een hele domme vader, een die steeds zijn jas vergeet. En niet snapt dat mama heus niet boos meer zal zijn als hij gewoon zegt dat hij dood was. Mama was toch ook niet boos op Charly?

De zon schijnt en het nare gevoel dat ik al tijden in mijn buik heb is helemaal weg. Dat komt door wat mama net verteld heeft. De krantenjongen is er. Leuk! Want ik mag hem altijd helpen. Dolblij ren ik op de krantenjongen af om hem meteen het goede nieuws te vertellen: “Mijn ouders gaan lekker scheiden! Fijn he?”
“ Breng die krant nou maar,” kapt hij me af. Ik denk dat hij gelijk heeft. Er zijn vast belangrijkere dingen in de wereld, zoals het goed bezorgen van de kranten. Met een krant in mijn hand huppel ik de straat door.

1 reactie

diana

woensdag, 11:21

Heel beeldend, ontroerend, klein maar fijn ( en uiteindelijk groots) geschreven

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch