Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Pijn is fijn

Door Connie Mitchell

Hij liet zijn ogen langs de rij met jongens glijden en bleef halverwege hangen. Zijn blik rustte op de nieuwe jongen; blond haar, blauwe ogen. Zweeds, dacht hij eerst, maar hij bleek van oorsprong Nederlands te zijn. De jongen stond te bibberen met zijn armen gekruist voor zijn borst, zijn handen rond zijn bovenarmen en met zijn ogen gericht op de natte vloertegels.

‘De volgende acht.’ De stem van de luitenant klonk zacht en echode tegen de kale muren van de doucheruimte. De jongens in de rij waren muisstil, ook de nieuwe. Hij keek tevreden in het rond maar vroeg zich wel af of de jongens zich ook zo netjes zouden gedragen als de luitenant in zijn eentje orde moest houden. Veel te soft waren ze tegenwoordig, ook deze nieuwe luitenant had opvoeding nodig net als de jongens. De verantwoordelijkheid voor al die jonge levens was groot, maar hij wist uit elke jongen het beste te halen. Mannen zou hij van ze maken zoals zijn moeder een man van hem had gemaakt.

Lang had hij de kaarten die het leven hem toebedeeld had, vervloekt. Hij had zijn geaardheid proberen te veranderen. Hij had ertegen gevochten, 24 uur per dag, zeven dagen per week, was hij zijn eigen bewaker geweest.

Homo’s en pedofielen moet je ophangen. De stem van zijn vader klonk altijd harder in zijn hoofd dan die van zijn moeder, wat raar was want zijn vader kwam pas op zijn twaalfde in zijn leven. Dit is je vader.Zijn moeder zei het alsof ze iets toevoegde aan een boodschappenlijstje. Zijn leven veranderde volledig. Dat hij werd geslagen deerde hem niet echt – hij zou er later over zeggen dat het hem had gehard, dat het hem klaar had gemaakt voor de onvermijdelijke klappen die je oploopt in het leven – maar hij moest nu ook de vrouw in zijn leven delen met een andere man. Tot dat moment was hij de man des huizes geweest. Hij zorgde voor haar als ze weken, soms maanden, haar slaapkamer niet uitkwam. Hij lette op het geld, dat zij in haar vrolijke en energieke periodes verbraste, maakte het huishoudboekje weer kloppend en zorgde dat ze voldoende dronk en at. Zijn vader zou nooit de band krijgen zoals hij met haar had. De blauwe plekken en pijnlijke billen na een pak slaag, koesterde hij dan ook als een overwinning.

De billen van de nieuwe waren roomblank en, in tegenstelling tot de andere jongens, zat er nog wat vet op. Hij likte met zijn tong langs zijn lippen. Peter. Zonder geluid sprak hij het uit, proefde de naam op zijn lippen. Peter. Hoe langer je ergens op moet wachten hoe lekkerder de beloning. Haar schelle stem klonk alsof ze naast hem stond. Hij liep naar de rij met jongens toe en hield vlak naast de nieuwe halt. Het blonde hoofd boog verder naar beneden, zijn blik nu op zijn navel.

‘Je hoeft je handen niet voor je pieleman te houden. We zijn hier met jongens onder elkaar.’

De jongen trilde nu nog heftiger.

‘Heb je het koud, jongen?’

De nieuwe jongen knikte. Het kettinkje om zijn nek zou hij later afnemen. Eigenlijk had de luitenant dit al moeten doen. Het moest niet zo zijn dat hij minder streng was voor de mooie jongens.

‘Pijn is fijn, bloed moet. Van een beetje kou ga je niet dood. Als iemand je iets vraagt,’ hij legde zijn wijsvinger onder de jongen zijn kin, ‘dan kijk je die persoon aan,’ en met een snelle, krachtige beweging van zijn hand dwong hij de kin omhoog, Met grote, bange ogen keek de jongen hem aan.

Hij genoot ervan als er nieuwe jongens kwamen. Hij kon dagen teren op het beeld van een trillende hand, een wit weggetrokken gezicht op zijn netvlies. Niet dat hij genoot van hun onzekerheid maar hij vond het aandoenlijk. Het zou ze sterken, volwassen maken en het leerde hen omgaan met hun emoties.

‘En je antwoordt met je mond. Begrepen?’ Zijn gezicht nu vlak voor dat van de jongen die fris en naar appeltjes shampoo rook.

De jongen wilde knikken maar de hand onder zijn kin maakte dit onmogelijk.

‘Ja,’ piepte hij.

‘We zullen een sterke man van je maken.’ Hij was trots op zijn werk. Met harde hand hield hij de raddraaiers in het gareel, degene die het voor de anderen verpesten moesten gestraft worden, degene die het goed deden werden beloond.

De huid van de jongen was zacht en gebruind door de zon. De blonde, bijna witte, donshaartjes staken erbij af. Hij voelde zijn pik stijf worden in zijn kruis en vroeg zich af hoe de jongen eruit zou zien met schaamhaar. Hij likte met zijn tong langs zijn lippen. Papa beer zou goed voor kleine beer zorgen. Hij liet de kin los, draaide zich om en zei, ‘Ze zijn van u, luitenant.’

‘Ok, Frank.’

Dat tutoyeren zou hij de luitenant nog afleren. In het bijzijn van de jongens was hij gewoon de majoor en de luitenant, gewoon de luitenant. Niks geen Frank of Gordon.

‘Kom straks even langs in mijn kantoor, luitenant.’ Hij legde de nadruk op het laatste woord en keek hem met een strakke blik aan voor hij zich omdraaide en wegliep.

In zijn kantoor deed hij de deur op slot en ging zitten op zijn bureaustoel. De wijde kaki broek en zijn onderbroek liet hij zakken tot op zijn enkels. Hij gleed iets onderuit op de stoel en pakte zijn pik vast. Hij zag de billen van de kleine beer voor zich. Langzaam bewoog hij heen en weer. Hij visualiseerde de lippen van de jongen. Een sliertje speeksel liep langs zijn mondhoek. Hij liet het gaan.

Zijn hand bewoog steeds sneller. Hij wist niet hoelang hij het uit kon stellen. Zijn moeder had het tot in den treure met hem geoefend, maar deze jongen was te aantrekkelijk.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch