Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

ps

Door Ellen Ellen

Roland kijkt de witte kamer rond en glimlacht meewarig. Hij zucht, en alsof hem plots iets te binnen schiet, fronst hij en gaat zitten op het metalen bed dat tegen de muur staat. Hij neemt met zijn rechterhand zijn linkerpols vast, laat zijn vingertoppen over de binnenkant glijden. Daar waar de aders lopen, op een van de meest gevoelige plekken van het lichaam, precies daar staat de tattoo, die, omdat hij dan toch moet leven, hem zijn laatste sprankje betekenis geeft. Hoop, misschien zelfs.

Heel klein, maar toch goed leesbaar, staat onder elkaar te lezen:

S

P

p

Nog steeds komen de tranen in zijn ogen als hij met zijn nagel over de kromming van de S gaat.

Kende u Seb?

Wie?

Seb, de jongen.

O. Nee, natuurlijk niet. Hij was er gewoon opeens. Stond plots met zijn fiets aan de hand naast me op de brug. Begon met me te praten.

Waarover?

Over duiken. Hij zei dat hij op weg was naar het kanaal, enkele kilometers verderop, waar zijn vrienden op hem wachtten. Ze doken altijd van de brug. Hij zei dat zijn vrienden hier niet durfden te duiken, te hoog, het water te diep, zoiets. Maar dat hij het eigenlijk wel wilde proberen.

Hebt u het hem niet uit zijn hoofd gepraat?

Euh… nee? Ik weet het niet precies. Ik was verward, had pillen geslikt, ziet u, ik…

U hebt dus niet tegen hem gezegd dat hij over de balustrade moest kruipen en naast u komen staan?

Niet zover ik me kan herinneren.

De bel gaat. Roland kijkt zoals gewoonlijk op de klok, om af te toetsen of de routine wel stipt verloopt. Precies vijf uur, mooi zo. Hij zoekt de witte badstoffen slippers onder het bed, staat op, knoopt het touwtje van zijn grijze pyjamabroek weer goed vast, neemt zijn kamerjas van de haak en verlaat de kleine cel, die eigenlijk geen cel is want hij kan gaan wanneer hij wil. Maar waarom zou hij willen? De S houdt hem hier. Hij werpt nog een laatste blik op de binnenkant van zijn pols, vermant zich dan en stapt met zekere passen richting de grote zaal, waar de verpleegster al de eerste anderen aan het bedelen is: een bekertje met pillen en een bekertje met water. Volgende!

Waarom was u daar, precies op dat moment?

Dat zijn twee vragen.

Waarom was u daar, op die brug?

Beter eerst met de andere vraag beginnen.

(zucht) Goed. Waarom dat moment, die dag?

Eigenlijk had het net zo goed 23 jaar eerder kunnen geweest zijn, alleen…

Alleen…?

Toen kon het niet, nog niet. Beter gezegd , ik wilde het al 23 jaar maar dacht niet dat het er ooit van zou komen. Omwille van de grote P, begrijpt u?

De grote P?

Van pijn, van Patrick. Pijn die zo’n pijn doet dat je niet meer wil, niet meer kan. Begrijpt u?

Niet helemaal. Wie is Patrick?

Patrick was mijn zoon. Lang geleden. Daarna was alles anders. Onmogelijk, onhoudbaar. Maar je moet door hè. Tenminste, dat zeggen ze, terwijl ik me altijd afvraag waarom dat zo nodig moét. Ik kon niet door, wist niet hoe. Alles was zinloos, alles deed pijn. Ik dacht dat ik de uitweg wist, tot…

Zelfmoord?

Hm. … totdat ik besefte dat ik daarmee nog meer pijn zou veroorzaken. Mijn vrouw, mijn moeder, mijn broer. Ze zouden allemaal de grote P moeten lijden, omwille van mij. Dat kon ik niet op mijn geweten hebben. Dus ik bleef alleen achter met míjn pijn…

Ga verder.

Tot ik de kleine p ontdekte. De kleine pijn.

De kleine pijn?

Er zijn verschillende manieren, maar ik gebruikte meestal mesjes, of sigaretten. Het werkte, in zekere zin.

De grote P werd overstemd door de kleine p?

Zoiets. Ik kon er in ieder geval door verder gaan met leven.

Bezoekers krijgt hij hier niet. Dat is begrijpelijk, wie zou hem ook bezoeken? Zelf vindt hij het beter zo. Niemand die zich verplicht moet voelen eens in de zoveel tijd hierheen te komen met bloemen, druiven, boeken of wat dan ook, om hem te vermaken met luchtige anekdotes of grappen. Roland is tevreden dat hij een ander dit soort marteling bespaart. Hij draagt het lijden liever alleen. Overigens zit hij hier goed, komt niks te kort, heeft niemand nodig. Wat hij nodig heeft draagt hij dicht bij zich, de herinnering, de gedenktekens. S, P en p. Ze zijn hem dierbaar geworden. Roland is blij dat het nu slechts letters zijn.

Toch stond u plots op een brug. Wat was er veranderd? Of ging u werkelijk een duik nemen, zoals Seb volgens u aannam?

23 jaar lang heb ik geleefd zonder te leven, dokter. Heb ik door middel van de kleine p over-leefd. Heb ik iedereen zoveel mogelijk van me afgeduwd. Ik ben als zelfstandige van thuis uit gaan werken, ging geen nieuwe contacten aan.

Maar uw vrouw, uw moeder?

Mijn vrouw overleed drie jaar na Patrick. Volgens de artsen aan een fatale epilepsie-aanval. Ik heb me nooit willen afvragen of ze die eventueel zelf had uitgelokt, met pillen of zo. Het deed er ook niet toe. Zij was van haar lijden verlost, tenminste.

Maar zij heeft op haar beurt ook weer voor pijn gezorgd, zo bedoelde u het toch, daarstraks?

Ja, maar dat is haar verantwoordelijkheid geweest. Kijk, ikzelf kon niet méér pijn voelen dan ik al deed, dus voor mij maakte het geen verschil. Maar wat míjn acties betrof… ík kon niet doelbewust iets ondernemen waarvan ík wist dat het anderen met de grote P zou opzadelen. Onmogelijk.

Maar?

Toen twee jaar geleden mijn broer overleed aan alvleesklierkanker besefte ik dat er enkel nog mijn moeder was. Mijn schoonzus telde niet, die had al twintig jaar een hekel aan me. Kinderen waren er niet. Toen kreeg ik dus plots weer hoop. Dat moeder ook zou overlijden en zo niet…

Zo niet?

Tja. Ik had haar kunnen laten leven en opzadelen met de grote P, want ikzelf hield het niet meer, ziet u. Ik had eenvoudigweg te lang gewacht. En de kleine p hielp de laatste jaren steeds minder.

U bedoelt…?

Ik heb mijn moeder vermoord. Eigenlijk was het een vorm van liefdadigheid. En toen ging ik naar de brug, nam voor de zekerheid ook een heleboel pillen, ik wist niet of de brug hoog genoeg was.

Dat brengt me bij de andere vraag – waarom daar precies?

Toeval eigenlijk. Met al die jaren fantaseren over het moment, was ik eigenlijk alleen tot het besluit gekomen dat ik zou springen, waar precies had ik niet bedacht, gezien het toch bij een fantasie zou blijven. In ieder geval zou ik geen slagaders oversnijden, overdosis pillen nemen, me verhangen, een kogel door mijn kop jagen, mezelf in brand steken of wat voor geks dan ook. Nee, ik zou in het water springen, de val zou mijn nek breken, zo niet was ik toch geen goede zwemmer en de verdoving van de pillen zouden me zeker doen verzuipen. In peis en vree. Zonder gedoe en zonder p. Ik ben beginnen rondrijden met de wagen, kwam daar uit. Toeval, zoals ik al zei.

Eigenlijk zou hij de tattoo willen laten omkaderen met een grote I. Van ironie. Dat hij de val overleefde, bewusteloos was tot voorbijgangers hem opvisten. Dat er van Seb lange tijd geen spoor bleek, maar dat zijn lichaam enkele dagen later verderop werd gevonden. Dat hoe hard je ook je best doet om een Perfect Plan uit te werken, het leven nu eenmaal anders getand is, het boort zich in je vel en zadelt je op met iets wat je niet voor mogelijk had gehouden, 23 jaren lang, toen de grote en de kleine p zich om elkaar heen verdrongen: dat er nog een grote S is, die boven alles uittorent en het leven nóg zinlozer, nóg ondraaglijker maakt: schuld.

‘Je durft niet, ik zie het aan je! Hoe lang sta je hier al?’

‘Ik durf wel, maak je maar geen zorgen. Ga jij nu maar zwemmen met je vrienden.’

‘Maar dit is veel cooler. Ik wil van deze brug duiken!’

‘Dat is veel te hoog.’

‘Waarom doe jij het dan?’

‘Ik… ik ben groter dan jou, sterker. Voor mij kan het wel.’

‘O ja? Kom op, grote sterke, wie het eerst weer boven komt!’

In één beweging springt Seb over de balustrade, knipoogt kwajongensachtig naar Ronald en duikt de diepte in.

Ronald ziet het gebeuren, een nieuwe p dient zich aan: paniek. Hij twijfelt geen seconde langer en duikt achter de jongen aan.

1 reactie

Chris

woensdag, 22:46

Ontroerend geschreven…de pijn is bijna voelbaar…👍

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch