Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Reizen

Door Desiree Albicher

Met onze tassen in de hand sta ik samen met Richter beneden aan de duin.

Pas toen ik twee minuten daarvoor uit de van airco voorziene auto stapte, besefte ik hoe warm het vandaag is. De hoogste tijd voor wat koele zeelucht en een verfrissende duik in het water.

Na nog geen drie minuten klimmen staan we bovenop de duin en kijken uit over het vrijwel lege strand. Iedereen heeft vandaag blijkbaar besloten iets anders te gaan doen. Wat een geluk!

‘Waar zullen we gaan liggen’ vraag ik. ‘In het midden dan maar’? Nog voordat Richter me kan antwoorden, horen we geroep achter ons. ‘Hallooooo’ . Als we ons omdraaien zien we mijn zus en haar kinderen staan. ‘ He jullie ook hier’ roept mijn zus vanaf beneden. ‘ Het zal wel al druk zijn op het strand, is het niet?’. ‘Er is niemand’ , roep ik verrukt terug. ‘Er is slechts rust… en veel ruimte’.

We nemen plaats in het midden van het strand, op het zachte witte zand. Als ik een paar minuten later naar de zee loop voel ik de fijne zandkorrels tussen mijn tenen. De temperatuur van het zeewater voelt precies goed. Het wordt vloed en de golven dat het opkomende water teweegbrengt zijn perfect voor een duik. Ik wandel gestaag het water in om mijn lichaam aan het gevoel van afkoeling te laten wennen. Als ik tot mijn middel in het water sta, laat ik me traag achterover vallen. Het water vangt me soepel op.

Ik blijf op mijn rug liggen, met mijn tenen en hoofd boven water. Wachtend op de volgende golf geniet ik van de gloed van de zon op mijn gezicht. De zonnestralen die mijn gezicht raken waardoor de waterdruppels op mijn voorhoofd verdampen. Zo blijf ik een paar minuten drijven. Het koele water, de warme zon en de rust. Ik laat me met de eerstvolgende golf richting het strand voeren. Hij tilt me op en brengt me in een stroomversnelling aan land.

We spenderen de dag al pratend, slapend en zandkastelen bouwend. De frisse zeebries mengt zich met de hitte van de zon en zorgt voor de perfecte balans. Het is die dag nooit te warm of nooit te koud. De tijd gaat niet te snel en niet te langzaam.

Als de avond valt en de zon de hemel rood kleurt, voel ik de lucht die geleidelijk kouder wordt. Hij blaast teder langs mijn warme huid. Het zal weldra donker worden dus het wordt tijd om naar huis te gaan. Ik pak mijn telefoon om te zien hoe laat het is, maar voordat ik mijn blik op het scherm richt sluit ik mijn ogen een paar seconden in de ultieme poging dit moment in mijn geheugen vast te leggen.

Ik open mijn ogen. Het is 7.36uur in de ochtend. De trein heeft al 21 minuten vertraging. Ik kan een gevoel van irritatie niet onderdrukken en mompel tegen mijn telefoon ‘en dat op maandagochtend, lekker begin van de week’.

Mijn lichaam rilt als er een gure wind over het perron trekt. Ik voel de regeldruppels door de naden van mijn jas heen sijpelen en in mijn blouse trekken.

Na nog eens zes minuten komt daar dan eindelijk mijn trein het station binnengereden. Ik slaak een diepe zucht als ik de overvolle trein instap. De eeuwigdurende spits. Ik neem niet de moeite om een zitplek te zoeken, maar neem plaats tegen de wand bij de deur en maak me zo klein mogelijk. De muffe geur van regenjassen dringt mijn neus binnen. De man die naast me staat prikt met de punt van zijn paraplu tegen mijn scheenbeen. Ik bekijk de mensen om me heen, de moeheid tekent hun gezichten en versterkt de onbewogen gezichtsuitdrukkingen. De forenzen van alledag, de routine van zovelen.

Als de deuren dichtgaan en de trein zijn reis vervolgt, sluit ik opnieuw mijn ogen om te ontsnappen aan de waan van de dag. Reizen, reizen door mijn hoofd. Hoever ben ik verwijderd, van waar ik zojuist was?

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch