Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Rekruut Debuut

Door Pepijn Vissers

Regen viel in doorlopende stralen uit een grauwe lucht bedekt met een wollen deken aan donkere wolken. De zon had zich teruggetrokken uit het geweld dat de hemel nu vulde, waar windvlagen boomtoppen meenamen en bliksems de enige bron van licht leken te zijn in de duisternis, die de storm had gecreëerd. Het kamp stond wonderlijk nog overeind in al het natuurgeweld, doorweekt en beschadigd als het ook was. Plassen water hadden modderige zwembaden op het veld aangelegd en gescheurde tentdoeken fladderden in een bijna muzikaal ritme in de storm.
‘Treed aan!’
De slaap uit zijn ogen wrijvend trok Trevor Alger zijn uniform aan en sprong vervolgens wat er van zijn tent over was uit. De andere inmiddels al doorweekte soldaten hadden een strakke lijn gevormd op het modderige veld. Hun nieuwe leider, sergeant Rupert, een wat gezette man met een stem die in andere omstandigheden hem een geweldige tenor hadden kunnen maken, gebruikte zijn geluid nu om hen verbaal af te beulen.
‘Jan, schouders recht alstjeblieft! Tom niet zo vuil kijken hoor! Hans wees blij dat het regent, misschien dat je uniform zo in elk geval een beetje gewassen is, maar vergeet niet straks rondjes te rennen om het goed te centrifugeren! Ah Trevor, goedmorgen, lekker geslapen, ja vast wel niet waar, mooi zo. Een vraagje echter: waarom ben je in godensnaam pas zo laat hier!!!’

Trevor zuchtte, terwijl hij in de lijn ging staan om de verdere afkeuring aan te horen. Dit was niet waar hij zich voor had aangemeld. Hij had altijd in het leger van het Rijk willen dienen, maar zijn eigenlijke droombaan hierin was een carrieère in de divisie: Klantenservice, Belastinginning En Andere Oorlogsmisdaden. Toen hij echter bij de wervers voor nieuwe rekruten was langsgegaan, hadden ze hem gezellig een drankje aangeboden en hoewel hij op dat moment al een aantal biertjes ophad, leek het hem toendertijd een goed idee om gebruik te maken van deze gastvrijheid. De dag erop had hij een hoofd dat elk moment kon ontploffen, een officier die hem dwong vrijwillig zijn uniform op te halen en zich te melden bij Fort Noks en een contract voor tien jaar dienst in de Verkenners divisie. Nu, een maand later, was hij deel van het regiment: Opofferingen Reserves , onder leiding van sergeant Rupert, als vechter in de eerste linie van de strijd. Dat ze tot nu toe nog geen strijd waren tegengekomen was een geluk, maar Trevor vreesde dat dit niet eeuwig zo zou blijven. Op bevel van de sergeant begaven ze zich tot het eten van een aantal stukken door de regen compleet zompig geworden brood en braken ze vervolgens het kamp op. Althans ze verzamelden wat over was van het door de storm al afgebroken kamp en stopten dit in de enkele kar die ze als regiment bij zich hadden. Getrokken door veteraan trekpaard Knol, overlever van al vier oorlogen en hun onofficiële mascotte, vertrok de kar over een van de weggeregende wegen, gevolgd door de rest van de manschappen. Met de motivatie van een biet marcheerde het regiment in de richting van de verderop gelegen heuvels, die de oostgrens van het Rijk aanduidde en waar de hoofdmacht van het leger al gelegerd was (wat betekende dat zij in een halfverwoest, ondergelopen, iets groter kamp zaten te wachten).
‘Kom op mannen’, riep de sergeant vanaf de kar, waar hij op was gaan zitten, ‘dit lijkt nergens op. Als jullie schuin marcheren, kunnen jullie beter weer naar huis gaan. Hoewel dat natuurlijk desertie zou zijn, wat betekent dat Klantenservice, Belastinginning En Andere Oorlogsmisdaden jullie eens onder handen zal nemen en geloof me dat is geen pretje. Een beetje sneller Tom! Kijk uit met dat linkerbeen Walter, ik weet niet hoe je het doet, maar straks schop je op die manier nog iemand in het gezicht!’ Zo ging de man door met motiverende bemoedigingen vanaf zijn met dons bedekte zitje om een goed voorbeeld aan zijn mannen te geven.

Die avond bereikten ze het hoofdkwartier van de troepen van het Rijk. De storm was eindelijk gaan liggen en een laatste restje zon brak door het wolkendek om een klein straaltje hoop en warmte aan de soldaten te geven. Iets wat zeer gewaardeerd werd, te zien aan de vele opkijkende mannen met een glimlach op hun gezicht. Hun ogen waren gesloten om het licht niet direct op het netvlies te krijgen en toch de stralen warmte op hun gezicht te kunnen doen vallen. De sergeant spuugde op de grond. Hij was een man die hield van kilte, somberheid en duisternis. In andere omstandigheden zou hij kunnen zijn bezocht door drie geesten om tot inzicht te komen en zijn leven te verbeteren, maar helaas was recent een grote klopjacht geweest om het Rijk te ontdoen van alle spoken en andere ondoden, die er nog rondhingen, met het idee dat ze het maar een doodse boel hadden gemaakt. Na een lege plek aan de rand van het dal tussen de heuvels te zijn toegewezen, maakten de troepen een vuurtje en spanden de restanten zeil, die van hun tenten overwaren als afdakjes voor als het weer weer om zou slaan. Een van de soldaten en hun beste kok, Bert Zwarts, begon ooit gedroogde ingrediënten in een ketel bij elkaar te gooien om iets eetbaars te produceren.
‘Surprise Stoof vandaag jongens’, hij grinnikte. ‘Wie raad wat erin zit, krijgt een extra portie.’
‘Willen we ook een extra portie als we weten wat erin zit?’, vroeg Trevor.
‘Eh, hangt van de persoon af neem ik aan.’
‘Als er in elk geval maar geen vlees in zit’, zei Tom, ‘ik ben vegetariër’
‘O dat is geen probleem hoor.’ Bert schepte een kom vol en gaf het door aan de soldaat, die naar buiten gehoorsafstand doorliep. ‘Ik neem aan dat de rest van jullie geen bezwaar heeft tegen een zekere hoeveelheid rund in jullie vegetarische stoofschotel?’

De dag erop zou het tot een echt gevecht gaan komen. De vijandelijke alliantie aan Reuzen, gnomen en simpelweg andere mensen die van buiten het Rijk waren (allemaal met verrassend weinig verschil tussen elkaar, maar het was nou eenmaal de Ander en daarmee automatisch vijandig), was gespot op een aantal heuvels verderop in het woeste landschap. Eindelijk zou het aan hen zijn om eervol te sterven zodat een denkbeeldig, getekend lijntje een paar millimeter naar rechts zou worden verschoven op een kaart. Iets waar iedereen toch enorm enthousiast voor kan worden. Sergeant Rupert sprak hen nog eenmaal toe over de glorie en de geweldige prestatie die hen op het front te wachten stond. Hun speren en zwaarden waren allemaal glimmend en scherp en hun uniformen van prachtige stof, die wellicht geen wapens tegenhield, maar er geweldig goed uitzag. Als ze dan wat deden aan de fronsen en slechte houdingen zouden ze als echte soldaten kunnen sneuvelen.

Bert had zijn plan die avond al eerder aan hen allen voorgelegd, maar nu na de ontroerende toespraak van hun officier (die zelf nogal ontroerd was geraakt) was iedereen het met hem eens geworden. Trevor klopte op het zeil van de inmiddels al bijna slapende sergeant.
‘Sorry sergeant, maar Bert vroeg mij door te geven dat er nog een restant stoofpot was, als u deze nog wil hebben. Het kan wel een beetje flauw zijn, maar hij heeft een bus kruiden naast het vuur staan.’
De sergeant gaf een grom, draaide zich een paar keer om en maakte nog een opmerking over het doorbreken van goede etiquette. Toen stond hij op om toch maar zijn maag te vullen. Morgen was het immers een strijd en het kostte hem altijd de nodige energie jonge mannen de dood in te sturen.
Hij keek naar de ketel stoofpot. Een lichte geur van rotte eieren leek uit het brouwsel te komen. Dit was echter niet totaal ongewoon als het ging op Surprise Stoof, dus leek het de man wel in orde, hoewel een beetje extra kruiding dan zeker op zijn plaats was. Hij zag de pot met kruiden en strooide een ruimschootse hoeveelheid in de ketel die nog boven het brandende vuur hing.

De explosie nam de hele kamplek van het regiment mee. Elk spoor van hun bestaan uitgewist, enkele restanten van wat menselijk zou kunnen zijn zouden later worden verzameld en een eervolle begrafenis gegeven in een massagraf voor alle slachtoffers in de Strijd om de Heuvels. Het regiment zelf keek toe vanaf een nabijgelegen bosrand, verborgen onder de bladeren. Knol, nu veteraan van vijf oorlogen stond een eind dieper in het bos te grazen.
‘Nou al met al lijkt me dat toch goed afgelopen’, zei Trevor, ‘het is niet echt desertie als we dood zijn nietwaar?’ De anderen grinnikten. ‘Nog wel een vraag Bert, wat was dat spul in hemelsnaam?’
‘O dat, gewoon een bus met kruid, geleerd van een paar mensen die ik ken uit het verre oosten, topspul dat, beste van de oosterse keuken.’

geen reacties
1 Poetry slam

Samen Slapen

Ben Oranje

0 Poetry slam

Ik ben net niet

Reinier Punt

0 Fictie

De dijk

Wendy Wierdsma

0 Non-fictie

Kwijt

ANJA KWARTEN

0 Fictie

Stromen

Sonja Coenen

0 Non-fictie

Als ik ga

Heidi Hulst

2 Poetry slam

kindje

Jacqueline Brouwers