Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Renzo

Door An Coenen

RENZO

Renzo Vandendriessche was een heel gewone man. Hij was een jaar of vijfendertig, zeker niet lelijk, maar ook niet knap, met een beginnende kaalheid op de kruin. Zijn lichaamsbouw was eerder tenger.
Hij had geen vriendin, geen hobby’s en geen rijbewijs. Maar omdat hij in de stad woonde en die bijna nooit verliet, zag hij dat laatste niet als een gemis.
Hij werkte voor een groot bedrijf dat gespecialiseerd was in IT. In de weekends sliep hij meestal lang uit en vulde de rest van de dagen met tv-kijken en het huishouden.
Soms, als hij boodschappen deed, bleef hij even voor de automatische deuren van de supermarkt staan om te kijken of hij er nog wel was. Als de deuren dan voor hem open- en dichtschoven, voelde hij altijd dezelfde mengeling van opluchting en troost, die, zo stelde hij het zich toch voor, hij als kind moest hebben gevoeld, telkens zijn moeder weer thuiskwam. Maar op een dag was ze weggebleven.
Veel herinnerde hij zich niet meer van haar. Dat vond hij wel jammer, maar veel viel daar nu eenmaal niet aan te doen. Hij had enkele foto’s en de verhalen van zijn vader en daar moest hij het mee doen.
Eén enkele keer droomde hij van haar. Hij zag haar gezicht zoals het op de foto’s afgebeeld stond: in tegenlicht, soms een beetje wazig, maar altijd met een glimlach om haar lippen.
De dag na zo’n droom beleefde hij anders dan alle andere dagen. Hij vond het moeilijk uit te leggen wat er dan precies zo anders was. Het had te maken met het licht, dat feller leek, en met een onaangenaam, zeurderig gevoel in zijn hoofd.
Die dagen probeerde hij altijd zo snel mogelijk door te komen.

Hoewel Renzo zijn collega’s niet als zijn vrienden beschouwde, ging hij toch altijd in op hun uitnodiging om na het werk iets te gaan drinken.
Het waren avonden waarin hij zich aangenaam heen en weer voelde zweven tussen een lichte verveling en gedachteloosheid. Hij liet zich gewillig meevoeren op die stroom.

Op één van die avonden gebeurde er iets dat alles zou veranderen.
De avond was heel gewoon begonnen, met zijn collega’s die zoals altijd grapjes maakten over hun chef, klaagden over hun vrouwen en logen over hun kinderen.
Maar net toen Renzo wilde opstaan om naar huis te gaan, kwam zij binnen.
Zijn moeder. Ondanks de onscherpe foto’s en de tijd die als een grenswachter tussen hen in stond, herkende hij haar meteen.
Renzo voelde het speeksel uit zijn mond wegtrekken.
Zo bleef hij minutenlang zitten. Onmachtig ook maar iets te doen, om ook maar één spiertje in zijn lichaam te bewegen.
Zijn collega’s hadden niets gemerkt en praatten gewoon door. Dat stelde hem enigszins gerust. Misschien gebeurde het niet echt. Misschien was het de combinatie van alcohol en vermoeidheid die hem parten speelde en dingen liet zien die er helemaal niet waren. Of misschien beleefde hij een soort van tijdelijke waanzin. Hij had er op National Geographic eens een documentaire over gezien.

Renzo was er zich van bewust dat de vrouw links van hem aan de bar had plaatsgenomen. Op nauwelijks drie meter afstand van hun tafeltje.
Hij probeerde uit alle macht om niet te kijken, om zich in plaats daarvan te concentreren op de verhalen van zijn collega’s, maar het had geen zin. Hij wist dat hij uiteindelijk zijn hoofd weer naar haar toe zou draaien en zou kijken. Maar nu nog even niet.

In zijn hoofd begon weer dat vervelende, zeurderige gevoel. Alsof hij niet langer een lichaam had maar alleen een hoofd, dat als een ballon aan een touwtje de kamer op en neer deinde.

Tenslotte, langzaam, draaide Renzo zijn hoofd weer naar de vrouw toe. Hij ademde diep in en hield de lucht even vast in zijn longen. Toen sloeg hij zijn ogen op.

Toen hij haar voor de tweede keer zag, voelde hij vreemd genoeg hoe zijn spieren zich weer ontspanden.
Daar zat ze dan. Op amper enkele passen van hem verwijderd. Hij kon zo op haar toestappen, als hij dat zou willen. Maar dat deed hij niet. Hij keek alleen maar.
Ze was natuurlijk ouder geworden dan op de foto’s. En haar haren wat dunner en grijzer. Maar ze was het. Dat wist hij gewoon. Hij voelde het aan de manier waarop hun lichamen met elkaar verbonden waren. Ze had het alleen nog niet opgemerkt.

“Vind je ook niet, Renzo?” Hij keek op, recht in de rode gezichten van zijn collega’s.

“Wat?”
“Dat we er nog eentje moeten nemen! Morgen is het toch vrijdag.”
“Ja, natuurlijk.”

Eén van hen, de grootste, riep de barman om te bestellen.
Renzo keek weer opzij.
De vrouw, zijn moeder, nipte van haar glas rode wijn. Het leek niet alsof ze op iemand wachtte. Ze zat gewoon rustig haar wijn te drinken.
Plots kwam er een herinnering zijn hoofd binnengewaaid. Hij zag zichzelf als kleine jongen, hoe oud zou hij zijn geweest, een jaar of vier, zoiets, naar zijn vader toe lopen.
Hij zag weer voor zich hoe zijn vader uit het raam stond te staren, hem niet opmerkte. En het niet eens zag toen hij plots moest overgeven op zijn gele laarsjes.
Hij herinnerde zich weer hoe hij op haar had gewacht, ‘s avonds laat in zijn bed, diep begraven in de warme donsdeken. Naarmate de tijd verstreek, vergat hij waarop hij wachtte. Maar toch bleef hij doorgaan met wachten, met een verbetenheid die deed denken aan een ontdekkingsreiziger die zichzelf een weg hakt door het oerwoud.

“Ga jij eens, Renzo!” Hij keek op. “Mm?”
“Ga jij eens bestellen, die klojo ziet ons niet.”
“Bestellen?”
“Ja, aan de bar! We zitten hier uit te drogen en die eikel negeert ons straal.”
Nu begreep Renzo het.
“Ah, ok. Ik ga al.”
Hij stond op. Zijn benen voelden alsof ze niet van hem waren. Maar zoveel had hij toch niet gedronken?
Hij keek naar de bar. De vrouw zat er nog steeds. Ze maakte een praatje met de barman.
Hij schuifelde langzaam op haar toe. Zijn maag voelde warm aan. Zou zij het opmerken als hij op z’n schoenen zou kotsen?

“Ja?”
De barman keek hem licht geïrriteerd aan.
“4 pintjes, alstublieft.”
Renzo voelde dat de vrouw naar hem keek, maar hij durfde niet terug te kijken. Zijn hart klopte, snel en luid, in zijn keel.
De barman bracht de glazen.
“12 euro.”
Renzo pakte zijn portefeuille en gaf hem het geld. Hij nam de glazen en draaide zich weer om. Zijn handen trilden.
“Ah, eindelijk! Merci, Renzo!”
Gelach.
Hij keek naar de vrouw die ook naar hem keek. Diep binnenin Renzo, brak er een dam.

Ze liepen over straat. Hun handen diep in hun zakken, want het was koud.
Bij het oversteken, claxonneerde er een auto. Instinctief legde hij zijn hand op haar rug.
Bij haar huis aangekomen, bleef hij verlegen staan.
Zij was het, die hem in haar armen nam en kuste. Zijn hand nam en langzaam mee de trap optrok. Zwijgend zijn kleren uitdeed en ze over de stoel hing. Zelfs zijn sokken en onderbroek. En zijn handen op haar heupen legde.
Toen hij bij haar naar binnen schoof, kwam er weer een beeld in zijn hoofd.
Hij zag zijn moeder, achter in de tuin van zijn vader. Ze glimlachte naar hem.
Zijn climax kwam onverwachts en hevig en waste haar gezicht weer weg.

De vrouw sloot haar ogen. In de verte begon de ochtend.
En het laatste wat Renzo voelde voor hij wegzakte in een heerlijk diepe slaap, was de verstrengeling van hun lichamen en de zachtheid van haar haren op zijn gezicht.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch