Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Rust in Hallstatt.

Door Dennis Waage

Harald kijkt vanaf het gigantische balkon van zijn Oostenrijkse Chalet door de camera richting de bomen onderaan de berg die zo een 500 meter verderop ooit met verwoestende kracht uit moederaarde is gebarsten. Dat moet toch een onvoorstelbare herrie hebben gegeven, bedacht hij zich terwijl hij met zijn geoefende oog de berg afspeurde.
Harald is journalist in ruste. Zijn laatste actieve jaren was hij in dienst geweest van het Algemeen Dagblad maar zelf refereert hij veel liever aan zijn eerdere jaren bij de Haagsche Courant. Het was begin jaren negentig toen hij daar, in dat oerlelijke gebouw in Rijswijk, het aloude vakmanschap naar binnen kreeg gelepeld. Niks laptops, tablets en al zeker geen internet, om over Word maar helemaal te zwijgen. Ze waren al blij met druktoetsen op de telefoon in plaats van die tergend langzame draaischijf. Het was dus gewoon bellen of nog erger, briefjes sturen en dan de straat op. Typen gebeurde steevast met het angstzweet in je kletsnatte overhemd om maar vooral geen fouten te maken, anders kon je gewoon weer opnieuw beginnen.
Zijn toenmalige hoofdredacteur, Frederik Bolt, alias die kale, was een norse, beetje horkerige man die, eerlijk is eerlijk, wel het beste in zijn mensen naar boven haalde. Harald dacht altijd met veel respect terug aan die dikke, kale chagrijn. Drieënzestig was hij pas, toen hij dood neerviel tijdens een familie-uitje. Achteraf niet zo verwonderlijk. Zijn hart was het gewoon zat om die honderddertig kilo nog langer mee te zeulen.
Harald, zelf net de vijftig gepasseerd, is lichamelijk en, misschien nog wel belangrijker, geestelijk gezond. De vijf Marlborotjes per dag en die ene keer in de week met zijn beste vriend Mats doorzakken in café aan het Spui, wat gek genoeg gesitueerd was in de Wagenstraat, hadden hem geen noemenswaardige schade toegebracht.
Hij heeft, door de grote beleggingshype van een jaar of tien geleden, zijn schaapjes op het droge. Zijn vlijmscherpe hersenen, en met een beetje hulp van wat bevriende professionele beleggers, had hij op het absolute hoogtepunt zijn aandelen van de hand gedaan. Twee dagen nadat het kleine fortuin op zijn rekening was bijgeschreven stortte de hele beleggingswereld in. Zoals het een goeie bubbel betaamt was het effect desastreus. Als intelligent bekendstaande mannen sprongen berooid van het dak of voor de trein. Het aantal zelfdodingen was dat jaar maar liefst zeventien keer hoger dan het jaar daarvoor.
Harald was de dans ontsprongen en kocht van zijn toch redelijk makkelijk verdiende geld een middelgroot Chalet in Hallstatt, een klein plaatsje in Oostenrijk met bijna evenveel inwoners als bergen. Hier vindt hij de rust en natuurlijke schoonheid waar hij na tien jaar nog iedere dag intens van geniet. Bijna dagelijks trekt hij eropuit. Gewapend met zijn Nikon gaat hij op zoek naar dat ene prachtige shot van een hert, everzwijnenfamilie of gewoon van het licht dat vanaf de hemel tussen de bomen door op de grond uiteen spat.
Vandaag blijft hij lekker thuis om vanaf zijn balkon de bergen te fotograferen en tegelijk zijn nieuwe lens uit te proberen. Hij had zichzelf eens goed verwend. De telelens met aanzienlijk zoombereik speelde al langer door zijn hoofd maar het prijskaartje was toch iets wat hij op zich in moest laten werken. Vorige week was het dan zover. Hij was jarig en had hem eens flink uit zijn broek laten hangen. Het heldere weer van vandaag geeft hem de mogelijkheid om de lens uit te testen. Met zichtbaar plezier had hij de lens voorzichtig op de camera geschroefd en richtte hij het vizier op de berg verderop. ‘Mmm, dat valt niet tegen,’ murmelt hij in zichzelf. De naalden aan de bomen zijn te tellen.
Dan ziet hij een paar jonge everzwijntjes spelend en heftig wroetend in de bodem. Ze zullen niet groter zijn dan een centimeter of vijftig. Geamuseerd door het gedrag van de kleine zwijntjes, zet hij zijn camera op de filmstand. Het duurt misschien een minuut of vier totdat de ouders langs denderen en samen met de jonge razendsnel verdwijnen tussen de dichte beplanting. Het lijkt wel of ze ergens van geschrokken zijn, dacht Harald die er verder geen aandacht aan schonk.
Na nog een half uurtje te hebben geklooid met de instellingen vindt Harald het even genoeg geweest. Zijn maag begint te knorren en hij besluit een hammetje bij de openhaard op te warmen. Na het eten steekt hij een van zijn vijf peuken aan en pakt de camera nog maar eens. Hij bekijkt op zijn gemak het filmpje nog een keer en let daarbij op de details zoals scherpte, vloeiende beweging en kleurweergave. ‘Hmm dat is raar,’ mompelt hij binnensmonds. Er lijken wat vlekjes in het beeld te zitten. En hij mompelt een beetje geïrriteerd verder: ‘Dat zou toch eigenlijk niet moeten kunnen met een lens van zoveel geld. Harald spoelt de opname nog eens terug en bekijkt hem nogmaals. Daar bij 3.40 is heel even en klein vlekje zichtbaar en daar bij 3.46 nog een keer. Wat kan dat nou zijn? Peinzend neemt hij een slok van zijn koffie. Misschien dat ik het hier …. en hij loopt richting zijn 165 cm grote 4k televisie. Even instellen en … ‘Wow,’ de wroetende zwijntjes lijken nu wilde schuimbekkende monsters. Even doorspoelen 3.38 – 3.39 – 3.40 en dan gebeurt het.
‘WHAT THE FUCK!’ Harald springt op en voelt zijn maag krimpen en weer uitzetten om weer in te krimpen.
‘Godver, kutzooi, wat flikken ze nou, stelletje klootzakken.’ Voor iemand die bijna nooit vloekt is hij toch aardig bekend in deze materie.
Nog een keer…. daar, de zwijntjes worden door hun oplettende ouders opgejaagd en nemen geschrokken de benen. En dan …. Harald probeert zich het geluid in te denken wat bij het beeld zou passen. Het moet iets zijn geweest als. ‘Nee nee alsjeblieft niet doen alsjeblieft. Ik smeek het alsjeblieft …. PANG, er volgt een korte maar intense stilte, dan nogmaals PANG.’ De smeekende man zakt in elkaar. De twee schutters lopen rustig naar boven, waar ze ongetwijfeld een auto klaar hebben staan om de moordplek te verlaten.
Na het filmpje nog zeker tien keer bekeken te hebben pakt Harald de telefoon en belt het alarmnummer. In zijn beste Oostenrijks legt hij uit wat hij heeft gezien. De vriendelijke vrouwenstem aan de andere kant van de lijn blijft in zijn ogen wel erg rustig en lijkt de situatie niet helemaal goed te in te schatten. Pas wanneer Harald de woorden mord en schießen laat vallen veranderd haar toon. Twintig minuten later komen er vier politiewagens het terrein op rijden.
Alles willen ze weten. Vanaf zijn balkon wordt er met verrekijkers gespeurd naar de plaats delict.
Harald, die tussen neus en lippen door nog even gescreend wordt, staat ze nog steeds aangeslagen, te woord. Als de politie eindelijk het hele verhaal in kaart heeft gebracht nemen ze het geheugenkaartje mee en vragen Harald om morgenochtend nog even op het bureau langs te komen om zijn verklaring te ondertekenen.
Dan na bijna drieënhalfuur uitleggen, aanwijzen en nogmaals uitleggen, rijden ze het terrein weer af. Uitgeput en met slappe benen, laat Harald zich in zijn stoel zakken.
Zijn vijfde peuk is al uren geleden gesneuveld en met de half lege fles whisky nog in zijn hand valt hij in diepe slaap.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam