Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Sammy, wat haar verhaal had kunnen zijn

Door Marianne Hutters-Dijkhuizen

Sammy, wat haar verhaal had kunnen zijn.

Rusland.

Sammy kijk omhoog want dan zie je de blauwe lucht. Dat was misschien nu zo maar in het koude Rusland ging dit liedje niet echt op. Ik denk er nog vaak aan terug. Wel zonder heimwee wel is waar. Maar wel aan hoe het allemaal eens begon in mijn geboorteland. Het kan daar bar en boos zijn. Dat geldt overigens niet alleen voor de natuur. Ik heb daar dingen gezien en meegemaakt die ik niet zou hebben mogen meemaken. Maar dat moet eigenlijk voor elk schepsel op deze aarde gelden en niet alleen voor mij. Toch wil ik mijn verhaal vertellen. Misschien help ik er andere soortgenoten mee. Iedereen heeft namelijk zijn eigen verhaal. En dit is het mijne.

Het begon bij mij vaak met de geur van drank en het eindigde met het hard dicht smijten van de caravandeur. Ik zat in die tijd namelijk vastgeketend aan een touw midden in het kamp. Ik kon nergens heen. In elkaar gedoken, liet ik het allemaal gedwee over me heen komen. Zijn slagen. Zijn schoppen. Tot hij eindelijk uitgeraasd was. Zijn woede was weggeëbd. En hij zijn roes in zijn caravan ging uitslapen. Ik piepte en kermde, terwijl hij bezig was. Dat maakte zijn woede helaas alleen maar erger. Hij wilde mij breken, maar dat zou hem niet lukken. Ik zou en zal altijd mezelf blijven. Ik heb nooit begrepen waarom mijn baas dit deed. Hoe kan een baas dit zijn hond aan doen? Het was in die tijd mijn taak om het kamp te bewaken en geloof me, dat dat deed ik goed. Mijn baas vond mij echter niet vals genoeg. Behalve het kamp bewaken was het ook mijn taak om de kinderen, die in het kamp woonde, te vermaken. Dat begon al heel vroeg in de ochtend als ze wakker werden. Zij waren gek op mij. Maar door de wreedheden, die ze bij hun ouders zagen, waren de spelletjes die de kinderen met mij speelden vaak nogal ruw. Zo trokken ze bijvoorbeeld aan mijn poten en mijn staart en reden paardje op mijn rug. En o’ wee als ik toch bromde of mijn lip op zou trekken. Dan kreeg ik een harde trap na. Ik zuchtte en wachtte in die tijd op een betere dag. Een dag waarop het zonnetje zacht mijn kop zou strelen en ik lekker eten kreeg van mijn baas.

Het gaat lang zo door, hoe lang? Dat weet ik niet meer. Op een dag vluchtten de mensen. Zomaar ineens. Ik wil mee ook mee en ben helemaal dolenthousiast. Ze zien mij niet. Ze zijn veel te druk met inpakken. Ik zie, luid piepend, hoe ze wegrijden. Ik trek hard aan het touw maar het lukt me niet. Ik blijf echter trouw op ze wachten. Ik moet ook wel. Door het touw kan ik immers nergens anders heen. Ik blijf het kamp waar niemand meer is, standvastig bewaken. Ze hebben niets van eten of drinken voor me achtergelaten. Water drink ik uit een plas, maar na een paar dagen is dat ook op. Die halsband, die ik om heb, die moet af. Na een paar dagen lukt dat ook. Ik blijf maar rukken en op een gegeven moment ben ik vrij. Een paar dagen geen eten daar krimpt alles van. Ook je nek blijkbaar. Voor het eerst in mijn nog jonge leven ben ik vrij. Gek van blijdschap ren ik rond. Het omliggende bos biedt mij bescherming. Al gauw word ik helemaal één met het bos, wat om het kamp heen ligt. Ik maak scherpe bochten en hoeken als ik langs de bomen ren. Ik ben zo snel dat ik een konijn kan vangen en die vogels die maar tegen me blijven schreeuwen. Ze willen namelijk de appels die hier op de grond liggen opeten. Maar die zijn van de baas. Daar moeten ze toch echt vanaf blijven. Al ruiken ze wel heel erg lekker, misschien kan ik er wel eentje opeten, dat merkt hij toch niet. Dagen worden weken en weken worden maanden. Ik vervolmaak in de tussentijd mijn atletische capriolen. Ik heb dapper besloten me nooit meer te laten slaan of schoppen. Bij de eerste de beste foute beweging, ben ik namelijk weg. Ik ben snel en behendig, dat weet ik nu. Ze krijgen me nooit meer te pakken. Toch blijf ik ondanks mijn vrijheid dicht bij het kamp. Wie weet komen ze wel terug. Op een goede dag komen ze ook terug. Wild blaffend en diep grommend bewaak ik mijn kamp. Het blijken andere mensen te zijn. Ik moet mijn kamp bewaken. Dat is mijn taak en die doe ik goed. Ik blijf trouw aan mijn baas, hoe hard hij mij ook heeft geslagen. Aan je baas blijf je trouw. Het is een vrouw. Ze zegt dat ze Vera heet en ze lijkt me lief. Maar ik kan haar niet vertrouwen. Het eten wat ze me wil geven laat ik liggen, ondanks de honger. Wat ruikt het lekker. Wat ruikt zij lekker. Wat praat ze zacht en lief. Maar nee, ik ren weg. Ze houdt echter vol. Vera gaat er zelfs bij zitten. Ik blijf schuchter vanachter een boom naar haar kijken. Ze is slim en zit met haar rug naar me toe. Ze blijft me gerust stellen. Vera probeert mijn vertrouwen te winnen. Dat eten, dat ziet er zo lekker uit. Mijn neus neem te geuren eens goed in zich op. Zal ik? Kan ik? Uiteindelijk winnen mijn nieuwsgierigheid en de honger het van mijn angst en sluip ik nog steeds op mijn hoede dichterbij. Als ze ook maar iets beweegt ben ik weg. Toch kom ik niet veel later weer dichterbij. Het duurt heel lang. Ik laat me uiteindelijk zelfs aaien. Intuïtief neem ik de goede beslissing en ze neemt me mee. Ik neem de beslissing om haar te vertrouwen. Vera heeft me, in al die tijd dat ze me liefdevol verzorgt heeft, nooit een rede gegeven om aan haar te twijfelen. Ik mag met haar mee naar het asiel. Daar krijg ik goed te eten en kan ik spelen met andere honden. Af en toe is er zelfs tijd voor een knuffel. Daar geniet ik met volle teugen van. Toch wil ik ook hier niet eeuwig blijven. Ik ben dan wel veilig maar zit weer opgesloten en dat wil ik niet. Wat ik ook niet wil is veranderen. Ik wil, ondanks wat ik allemaal heb meegemaakt, blijven geloven in de goedheid van de mens. Na een buikoperatie, waardoor ik geen puppy’s meer kan krijgen, ben ik klaar om getraind te worden. Ik leer allerlei dingen, zo ben ik straks makkelijker aan de man te brengen. Ze maken filmpjes van me terwijl ik met kindjes speel. Ze plaatsten die filmpjes en de foto’s die ze van me gemaakt hebben op het internet. Al vrij snel is het raak. Een meneer in Nederland heeft besloten om mij, een gouden mand te geven. Ik ga mee in een auto naar het vliegveld. Ik vind het wel angstig om in het vliegtuig te zijn. Het lawaai van het vliegtuig en de transportkist waar ik in moet tijdens de vlucht. Ik vind het allemaal maar niks. Gelukkig blijft Vera bij me. Zij brengt mij met heel veel andere honden, net als ik naar Nederland. Ze praat ons allemaal moed in en dat troost ons. Ook nu berust ik in mijn situatie. Ik laat het allemaal maar weer over me heen komen. Alles om maar te overleven in deze keiharde wereld. Ik krul me op, tot een klein onzeker bolletje hond, in mijn kist en wacht angstig af wat er gebeuren zal. Ondanks mijn goede voornemens om vooral niet te veranderen, doe ik dat wel. Ik voel mezelf weer veranderen in een klein bang hoopje ellende, wat niet weet waar ze heen gaat en naar wie. Ik wil bij jou blijven Vera. Jou vertrouw ik.

Nederland

Uiteindelijk, landen we dan in Nederland. Zal hier mijn droom uitkomen? Daar in een grote hal mag ik tot mijn grote opluchting uit de transportkist. Natuurlijk ben ik angstig en schrikkerig, maar daar is Vera. Ik schuil bij haar. Er staan verschillende vrouwen, die het op zich genomen hebben om ons op te halen uit Rusland. Ze mogen allemaal drie honden meenemen. Deze vrouwen hebben de schone taak om via de stichting ‘My Martin’ ons in Nederland verder te helpen, door altijd voor ons klaar te staan. Mocht de adoptie mislopen of om andere honden vast op te nemen in hun gezin en ze zo aan een gouden mand te helpen. Sommige vrouwen hebben thuis wel vijf honden die ze alles geven wat ze nodig hebben. Deze vrouwen maken soms een paar keer per jaar deze reis, maar daar heb ik op dit moment geen oren naar. Ik wil weten waar ik heen moet, want ik zie duidelijk dat Vera ons één voor één introduceert en meegeeft aan onze nieuwe baasjes…

Auteur Marianne Hutters-Dijkhuizen 2017

4 reacties

M. Hoolwerf

zondag, 17:37

Mooi geschreven verhaal over dierenleed

Richard

zondag, 17:36

Mooi verhaal!

Jessica

dinsdag, 17:16

Prachtig Marianne !
Wat kun jij schrijven..
Voor mij niks nieuws iig..
succes 💖

Sabine

dinsdag, 14:13

Wat een mooi verhaal, heel mooi en ontroerend geschreven. Veel succes

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch