Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Schoon schip

Door Laura te Hennepe

De penetrante mestlucht deed hem kokken. Voor de zoveelste keer lag hij met zijn neus in het vochtige stro. Zijn hoofd bonkte nog na van het gevecht. De stal bood geen soelaas, tien vuisten hadden hem zojuist verteld dat hij niet met haar mocht zijn. Hij veegt de mengeling van stront en bloed van zijn pokdalige gezicht en voelt dat dit de laatste keer is.

De machine is zijn bijnaam. Ook vandaag haalt hij het maximale uit zichzelf. Het zoute zweet druppelt in zijn ogen. “Harder!”, gebiedt de stem van de virtuele trainer in zijn draadloze oortjes. Zijn ademhaling wordt intenser. Hij trapt en hij trapt. Het vel van zijn bovenbenen houdt met man en macht de uitpuilende spieren bij elkaar. Zijn aderen kloppen. “Yes! I Can!”, schreeuwt hij. Even denkt hij het fietsapparaat onder hem kapot te trappen, en dan wordt hij overvallen door misselijkheid. Hij vertraagt zijn bewegingen en laat zijn stuur los. Zijn handen krijgen weer kleur, de verzuring neemt af en zijn ontbijt keert terug naar zijn maag. Even is er niks. Het is zo lekker om bijna kapot te gaan. Het is halfzeven. Hij bekijkt zijn gespierde lijf in de spiegelwand van zijn fitnessruimte aan huis. Hij kleedt zich uit en bindt een handdoek om zijn middel. De knoop laat een beetje los bij elke beweging maar hij neemt het risico voor lief. Hij stapt onder de douche en wast het zout van zich af tot het water stopt met stromen.

De weg is nagenoeg leeg op dit tijdstip. Zijn Tesla rijdt hem naar kantoor. Hij pakt zijn laptop en typt de tekst die hij al zo vaak schreef. Zijn rechterwijsvinger begeeft zich naar de enterknop. En dan toch naar boven. Delete. Zijn blik blijft hangen op het scherm. Een oude man trekt zijn wenkbrauw op wanneer hij wordt ingehaald door het sportieve voertuig zonder bestuurder.

De eerste die het kantoor betreedt is hij. Altijd. Om kwart over zeven. De schoonmakers zijn nog even bezig, maar zijn bureau is al gedaan. Het moet glimmen. Soepel schuift hij in zijn stoel. Uit de bovenste la van zijn bureau pakt hij, zoals elke ochtend, de watermanpen. Het is de enige vleesgeworden blijk van waardering van zijn pa. Hij kreeg het cadeau toen hij naar de derde klas ging en er nog hoop was op een diploma. Hij schrijft er geroutineerd en trefzeker zijn verdiende bonussen mee op. Bij elke nul wordt de inkt vager. De rest komt binnen, het kantoor vult zich met lage stemmen, ferme stappen en vleugen testosteron. De lichten zijn aan, de muziek begint en hij maakt zich klaar voor de dagopening. Gewapend met headset en afstandsbediening betreedt hij het podium. Maandag is zijn favoriete dag. Hij ziet de gulzige blikken van de jongens iets onder hem. Ze kijken tegen hem op. Het kan ook niet anders, ze staan zo’n meter lager. Zij willen zijn zoals hij. “Waar leggen wij die lat? Wat is ons doel?” Zijn retoriek schalt door de ruimte en wordt overtuigend beantwoord. De energie zindert door zijn lichaam. Die ouwe van hem moest eens weten hoe hij hier staat. De knoopjes van zijn dure overhemd staan op spanning. “Vandaag knallen alsof het je laatste dag is!” Onder luid applaus loopt hij de menigte door, deelt highfives uit, zet met een druk op de knop de wandschermen aan en daar prevaleert zijn naam boven aan de lijst. Top biller. Al vijfentwintig maanden op rij.

De dag erna ziet hij zichzelf weerspiegeld in de plas zweet onder zijn fiets. In zijn draadloze oortjes klinkt een compilatie van “The best motivational Speeches ever”. Rocky is net aan de beurt op het moment dat zijn linkervoet uit de houder schiet en hij met een smak op de grond terecht komt. Zijn entree in het kantoor is wankel, de schoonmaakster kijkt hem iets te lang aan.

Niemand is ooit in zijn huis geweest behalve zij, en haar collega. Donderdag is de dag dat ze komt. Hij weet hoe laat, en zelfs wat ze aan heeft. De pijn aan zijn been is over want dat heeft hij besloten. Hij voedt Tony, zijn schildpad. Twee schepjes turtle fit en vijf maden. Het beestje kijkt hem meewarig aan. Hij gooit een laken over het terrarium, sommige dingen hoeft Tony niet te zien. Het joggingpak dat hij draagt is nieuw. Zijn telefoon trilt. Met een druk op de knop ziet hij haar gezicht op het scherm verschijnen. “Yes, I can, door.”, hij geeft het gepersonaliseerde commando en opent daarmee de deur naar de lift die in zijn appartement uitkomt. Ze komt achterstevoren de kamer binnenlopen. Zoals afgesproken. Ze neemt plaats op het kookeiland en bindt haar lange blonde haar in een staart. Afgezien van de diepe tongzoenen is de seks hard en kil. Niet te laat, nog voor tienen duikt hij tussen de satijnen lakens. Het huis is weer van hem. Toch mist hij iets.

De ongemakkelijke dag die vrijdag heet, heeft het weekend gluiperig in haar kielzog. Gehinderd door de werktijden van de middelmatige mens bevindt hij zich op weg van zijn laatste klant naar kantoor. Hij schrijft de mail. Zijn vinger boven de enter knop. Een onverwacht en hard geluid doet hem opkijken. De auto trilt. Een rookwolk doemt op in de achteruitkijkspiegel. Wat was dat? Hij ziet de stad naderen door de voorruit. De wolkenkrabbers die hem toen deden duizelen maken weinig indruk. Hoe anders was dat toen hij drie jaar geleden verwilderd aan kwam in de stad. Hij verliet zijn dorp waar er meer koeien dan mensen waren. De plek die hem had vernederd. Hij liet zijn vijanden en zijn miskennende vader achter. Maar vooral haar. En dus zijn hart. Nu is winst zijn domein en succes zijn grote liefde. De auto parkeert zichzelf perfect in. Hij krijgt een bittere smaak in zijn mond. De vrijdagmiddagborrel slaat hij over.

Tony ligt op zijn brede borstkas en staart hem onafgebroken aan. Hij aait het beestje over zijn buik en plaatst hem terug in het terrarium. Hij loopt naar de badkamer, laat zijn lichaam in een heet bad met magnesium glijden en maakt zo het weekend nog een beetje comfortabel. “Yes, I can, screen!”, het grote ledscherm schuift naar beneden. Het nieuws galmt over het water. Een meteoriet dacht men. Het bleek een bomaanslag. Dus dat was die knal, denkt hij afwezig en hij zapt verder.

Op maandag is het rumoerig. Ze lijken er niet helemaal bij tijdens zijn presentatie. Hij zoekt toenadering door op zijn hurken te zakken. De dure stof van zijn pak kraakt waarschuwend om zijn kuiten. Zo laag kan hij niet gaan. Hij springt op. “Come on guys! We pakken ze in! Wie zijn de besten?” Met een magere “Wij…!”, moet hij het doen. De highfives missen daadkracht. De focus is elders. De dag kabbelt voort en hij heeft een hekel aan kabbelen. Glijdend over de weg schrijft hij de mail. Zijn vinger is boven de enterknop als er een nieuwsbericht binnenkomt. “Geen overlevenden in het weggevaagde dorp.” De wereld staat stil. “Bericht verzonden.”, galmt het door de speakers.

Dat het donderdag is kan geen toeval zijn. De afgelopen dagen gingen als een waas aan hem voorbij. Zijn concentratie was volledig weg en hij had een deal verkloot. Hij besloot het geld tegen zichzelf in bescherming te nemen door vandaag eerder naar huis te gaan. Tony had hij al drie dagen niet gevoed. De schildpad keek suf uit zijn oogjes. Hij herpakte zichzelf en bracht zaken op orde. Met een zich perfect meester gemaakte stokjestechniek schuift hij verse sushi naar binnen, maar verzadiging blijft uit. De geur van nieuw is uit zijn joggingpak verdwenen. De spieren in zijn nek en schouders spannen zich aan. Zijn telefoon trilt, terwijl hij heeft afgezegd voor vanavond. Godverdomme. Hij kijkt naar zijn scherm en ziet iemand anders. De onmiskenbare bruine krullen. Ze draagt een te grote regenjas. Een zweem van opluchting trekt door zijn hele lijf en hij hoort zichzelf het commando roepen. Hij opent de deur voor het bekende dat hem vreemd is.

De seks is veilig en mysterieus tegelijkertijd. Zij kreunt niet in tegenstelling tot de vrouwen die hij betaalt. Ze kijkt hem met grote ogen aan, onverstoord door de stotende beweging van haar hoofd tegen het hoofdeinde. Het orgasme wil hij nog steeds zelf in de hand hebben. Zelfs nu denkt hij om het satijn. Waar was zij al die tijd? Haar slanke, kleine lichaam vleit zich tegen hem aan, haar rug tegen zijn buik, haar haren kriebelen in zijn gezicht. Ze verschuift haar bovenste been en wikkelt het om de zijne. De opening tussen haar grote teen en die ernaast omklemmen zijn achillespees. Pas dan geeft hij zich helemaal over.

Hij ontwaakt met een unheimisch gevoel. De geur van koffie vult de kamer en het daglicht vertelt hem dat het te laat is. Het lijkt alsof hij niets kan bewegen. In zijn overhemd loopt ze de slaapkamer binnen. “Je hoeft me niet te bedanken.”

Zijn vader zal de mail nooit lezen.

geen reacties
0 Fictie

TEVREDEN

Laura Leihitu

0 Non-fictie

Pelgrims

Isa Altink

0 Fictie

Retro

Daphne Hubeek

1 Fictie

aurora

Vincent Gligoor