Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Snoepjes voor volwassenen

Door ely-martis

Mijn moeder was een topvrouw. Maar mijn moeder was getrouwd met een vreselijke man. Mijn moeder was het soort vrouw dat er altijd verzorgd uitzag; zij kende werkelijk geen slechte dagen. Haar haren waren altijd even glanzend, haar huid even egaal en fris en haar wimpers altijd gekruld. Zij was daar in de ochtend wanneer ik opstond, in de keuken, en met het ontbijt al gereed op tafel. Zij was daar in de middag wanneer ik van school thuis kwam. Altijd weer met een creatief idee voor die dag: of wij gingen samen bakken, had zij op het internet weer een leuk knutselproject ontdekt of zij wilde samen gaan wandelen in dat mooie, grote park net buiten de stad. Zij hielp mij met mijn huiswerk, want zij kon alles veel beter uitleggen. Veel beter dan de andere docenten op school – waarvan ik vaak te horen kreeg dat ik een veel te hard hoofd had – maar naar haar uitleg wist ik steeds weer een voldoende te halen voor net dat ene vak waarvoor ik gedoemd was te falen. Zij was zo vreselijk intelligent. Zij had mij leren fietsen, schilderen en zodoende het leren kijken naar dingen. Want ze zei altijd dat mooie schilderijen ontstonden, doordat iemand goed naar iets had gekeken en volgens haar kon ik geweldig goed kijken. Zij was dol op mijn schilderijen. Maar ik was nog meer dol op die van haar. Haar schilderen leken op levensechte foto’s. Schilderijen die even mooi waren als mijn moeder.

Mijn moeder was een geweldige vrouw. Getrouwd met een man zonder manieren. Mijn vader was een man die overal vernielingen aanbracht. Mijn vader was een man met heel kort lontje, een man die overal kwaad om kon worden. Mijn vader was een man die iedereen op straat het stuipen op het lijf joeg. Nog erger dan alles was dat hij mij nooit aankeek. Letterlijk nooit. Aan de eettafel niet, als mijn moeder het over mij had niet, als hij mij in de hal tegenkwam niet zelfs als ik tegen hem sprak niet. Ik weet nog hoe ik op een middag aan mijn moeder vroeg; ‘waarom kijkt Papa mij nooit aan?’ Mijn moeder had mij toen verbaast aangekeken en kreeg zelfs tijdens haar glimlach blosjes op haar wangen – maakte de gedachte aan mijn vader haar zo gelukkig? ‘Lieverd, jouw vader kijkt jou altijd aan. Waarom zeg je dat?’ En ik had haar met grote ogen aangekeken. Zij keek mij afwachtend aan. Ik had in haar ogen gekeken, opzoek naar een spoor van twijfeling. Maar er was geen spoor van twijfeling, ze was oprecht; ze had nooit gemerkt dat mijn vader mij nooit aankeek. Ik lachte een beetje schaapachtig terug. ‘Nee, je hebt gelijk.’

Ik groeide op en mijn band met mijn moeder werd sterker. Ik werd steeds beter in het kijken naar dingen. Zo ontdekte ik iets, wat ik eerder nooit had opgemerkt. Ik ontdekte het witte kistje op de allerbovenste plank in de keukenkast, waar normaal op de onderste plank de borden en glazen te vinden waren. Ik merkte dat dit kistje op slot zat en dat mijn moeder er elke middag iets uit haalde. Overdag, maar ook nu voordat ze mij naar bed bracht. ‘Mam, wat zit er in dat witte kistje?’ Ze had haar wenkbrauwen opgetrokken en even zag ik iets in haar ogen wat ik nog nooit eerder had gezien. Ik wist niet wat het was, maar ze lachte weer als vorige jaar toen ik haar vroeg waarom mijn vader mij nooit aankeek. ‘Snoepjes, schat. Snoepjes voor volwassenen. Deze snoepjes zijn niet voor jou.’ Ze gaf me vluchtig een kus op mijn voorhoofd, wenste me een goede nachtrust toe en haastte mijn slaapkamer uit. Ik wou haar nog vragen wat voor snoepjes ze at. Snoepjes die niet zoet ruiken.

Ik werd 15 jaar oud en ik werd steeds beter in het kijken naar dingen. Mijn schilderijen waren duidelijk verbetert en mijn moeder had zelf enthousiast geopperd dat ik mee moest doen aan een tentoonstelling. Mijn moeder was nog steeds een geweldige vrouw. Even mooi als altijd, charmant en klassiek, maar tijdloos stijlvol. Maar ik maakte me zorgen om haar. Ik had de littekens op haar onderrug ontdekt en de blauwe plekken die ze zo moeizaam verborg. Ook nam ze vaker de snoepjes. Dit deed ze samen met haar man. Wanneer ze op raken wordt hij boos. Zo hoorde ik hem op een avond luid schelden en de glazen kubus vormige plantenbak van mijn moeder kapot gooien.

‘Ga naar boven. Het is bedtijd, lieverd’ had mijn moeder kalm gezegd en ze had tussen het afdrogen van de borden mij aangekeken en glimlachte. Terwijl ik verbaast en mijn ogen onlosmakend op haar gezicht gericht, de afwasborstel wegdeed, merkte ik die avond iets: Ze deed dit zo natuurlijk. Ze kon alles zo oprecht laten lijken.

Die avond zag ik waar zij de littekens vandaan had. Die avond zou ik op alles kunnen zweren dat als ik niet eerder de kamer binnen was gewandeld; ik mijn moeder de volgende ochtend niet levend had gezien. Ik zag hoe haar ogen langzaam wegdraaide en hoe het oogwit glinsterde op haar rood aangelopen huid. Mijn vader had beide handen om haar nek geklemd, handen die zo groot waren dat ze leken op twee hompen vlees. Haar hals viel in het niks onder zijn handgreep. Hij had niet eens door dat ik in de woonkamer was gaan staan. Zijn ogen waren gefixeerd op zijn slachtoffer.

Die avond belde een 15- jarige meisje het alarmnummer, huilend; ‘help ons alstublieft. Mijn vader vermoordt mijn moeder!’

Die avond was hij meegenomen en de volgende dag niet meer teruggekeerd. Die avond lag ik bij mijn moeder in bed. Terwijl ik in stilte luisterde naar haar versnelde hartslag viel ik in slaap. De volgende ochtend zat ze weer stralend tegenover mij aan de eettafel. ‘Het spijt me van jouw vader, lieverd. Soms maken volwassen fouten.’ Hierna had ze er geen woord meer over gerept. Ze vervolgde haar dag lachend en kletsend alsof er niks was gebeurt. Ik had haar zwijgend aangekeken. Weer trof ik geen enkele twijfeling in haar ogen.

Mijn vader werd gearresteerd voor huiselijk geweld en kreeg een celstraf van 3 maanden. Mijn moeder liep rond alsof er niks aan de hand was. Ze lachte, straalde en wij pakte onze normale activiteiten weer op. Maar na 3 weken werd ze onrustig. Je moest goed kijken om het te zien, maar ik zag de blik in haar ogen veranderen. Ik zag haar ogen soms afdwalen, paniekerig, op momenten waarop zij dacht dat ik haar niet kon zien. Als een glans verscheen het in haar ogen, duidelijk aanwezig, maar wanneer ze mij aankeek was het al snel weer verdwenen. Ook zag ik haar handen soms trillen, op onbewaakte momenten, dan pakte ze met deze trillende handen snel een paar snoepjes, soms drie tegelijkertijd. Ik zag ook dat ze s ’nachts uit bed ging en wanneer ze weer terug kwam rook ze naar een vreselijke sterke geur; een geur die ik een paar dagen later ontdekte bij de wijnflessen. Na een maand waren haar haren minder glanzend. Op een avond zei ze tot mijn verbazing dat ik weer in mijn eigen bed moest gaan slapen. Ik had haar alleen maar aangekeken en toen voorzichtig geknikt.

En een van de ochtenden stond ze niet meer in de keuken. Was zij niet in de middag om mij op te vangen en kon ik haar op haar mobiele telefoon niet bereiken. Ze liet mij in angst en onduidelijkheid, totdat om 22:00 uur de deur in de hal openging. Daar trof ik haar met donker oog make-up en haar rode lippenstift tot op haar kin uitgesmeerd. Ze had dwars door mij heen gekeken. ‘Mam, waar was je?’ ‘Ik ben snoepjes gaan kopen. Lieverd.’ Zei ze met een dove stem, amper hoorbaar. Ze had haar hoofd gebogen en keek naar de grond, naar het tapijt, het tapijt die zij persoonlijk had uitgekozen voordat ze getrouwd was. Een rot ding, die zij elke dag moest stofzuigen. Maar dat deed ze met liefde, ze deed alles met liefde.

In een opwelling zag ik hoe ze naar haar hoofd greep en begon te grommen. ‘Mam?’ Met wilde gebaren wreef ze haar haren door elkaar alsof daar iets hardnekkigs in verstopt zat wat ze weg moest krijgen: een beest, een geur. Ze gromde nog heviger en begon aan haar eigen haren te trekken. Ik werd bang. ‘Mam, stop, wat doe je?’ Ik was naar haar toe gelopen en bij het voelen van mijn aanraking op haar huid, deinsde ze achteruit. Ze keek me aan, en ook ik wilde terug deinzen. Maar ik kon het niet, ik had de moed niet om te vluchten. Haar ogen leken net kraaltjes, haar blonde haren stonden alle kanten op en ze keek me met een walging aan toen ze zei: ‘Dit is allemaal jouw schuld, verdomme. Je hebt mijn man van mij afgenomen!’

geen reacties
0 Fictie

Absoluut

Tammo Ponte

0 Non-fictie

Miami

Stephan van Erp

2 Non-fictie

Migraine

Alexander Roessen