Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Spaans benauwd

Door Renze Borkent

Nu hij de Spaanse grens was gepasseerd, draaide hij het raampje van zijn auto nog verder open. Henri rook het zoete voorjaar en keek naar de strakblauwe lucht. Het zenuwachtige trekje onder zijn linkeroog was nu weg en zijn schouders ontspanden.

Hij had geen zin in de snelweg. Op de snelweg hoor je niet bij het land, je bent als de trekvogels die hoog overvliegen. Maar hij was hier thuis, het was het land waar hij zich definitief zou nestelen.

Ondanks de vrachtwagens en de talloze verkeerslichten in elk dorpje voelde hij een kalme opluchting. Zijn linkerarm bungelde losjes uit de auto, terwijl de zon zijn huid verwarmde. Hier geen verstikkend Nederland, geen regels en regen. Hij herinnerde zich wat hij vorig jaar dacht na de vakantie: werkende wifi en regen, we zijn weer thuis. Hoe anders was het hier. Hij neuriede een melodietje en de motor pruttelde onverstoorbaar. Nog een dag rijden, dan zou hij bij zijn pas aangekochte landhuis in de Extremadura aankomen.

Het schemerde al toen hij eindelijk Jaraicejo op de borden zag staan. Aan de rand van het dorp sloeg hij een onverhard pad in en reed tussen de kurkeiken door in de richting van het huis. Moe en bezweet stapte hij uit. Hij rekte zich uit en trok het overhemd los van zijn plakkerige rug.

Hij keek naar het huis dat er eenzaam en kaal bij stond. Het lange gras groeide slordig langs de dorpel. De ramen waren afgedekt met donkere, houten luiken. Het huis voelde troosteloos en koud aan, als zijn vroegere leven, maar hij zou het eigenhandig opbouwen en erin gaan wonen. In de tuin achter het huis zou hij twee vakantiehuisjes bouwen, en dat was nog maar het begin. De vergunning die hij had aangevraagd voor de bouw zou nu al bij de post moeten zitten, bedacht hij, en hij haalde de sleutel van de voordeur uit zijn broekzak. De gang was leeg. Geen vergunning op de deurmat, zelfs geen andere post.

Het spiertje onder zijn linkeroog trilde even, maar Henri herpakte zich. Tranquilo señor! Het was duidelijk dat hij zijn gejaagde tempo dat hem zo eigen was, voorgoed achter zich moest laten. Geen snelwegen meer, misschien zelfs geen verharde wegen. Morgen zou hij naar het gemeentehuis gaan en de zaak regelen. Hier mocht alles, ruimte genoeg. De bouwvergunning was een puur formele afhandeling, daarna kon hij beginnen.

’s Avonds, toen de zon achter de bergkam was verdwenen en de avondkoelte bezit had genomen van het dehesalandschap, ging Henri op een oude rieten stoel zitten die hij had gevonden op de veranda. Hij leunde met zijn ellebogen op zijn knieën en staarde het donkere dal in. De tijd sluimerde onder het monotone gesnor van een nachtzwaluw. Hier, op de puinhopen die een ander had achtergelaten, zou hij opnieuw gaan bouwen. Bouwen zoals hij het wilde.

De volgende ochtend reed Henri naar het gemeentehuis. Een smal weggetje voerde langs witgepleisterde huizen waar al minstens honderd jaar niemand meer leek te wonen. Op de hoek van de straat veegde een oud vrouwtje de stoep schoon. Opeens stond hij op het centrale plein van het dorp. Er was geen wind en de zon stond al hoog. Vale gierzwaluwen vlogen af en aan en drongen de gaten binnen van de muren van een eeuwenoude kerk. Bovenop de muren nestelden ooievaars. Behalve de vogels was er bijna niemand te bekennen in het dorp, alleen in de verte zag hij een man zitten in de behaaglijke schaduw van een steeneik. Hoog boven het gemeentehuis cirkelden gieren in eindeloze kringen rond.

Het gemeentehuis van Jaraicejo was nog kleiner dan hij had gedacht. In het kamertje zaten de burgemeester en een ambtenaar tegenover hem. Henri was de eerste en enige in weken die zich hier meldde, zo leek het, hoewel de grote stapel dossiers op de hoek van de tafel anders deed vermoeden. De televisie stond aan, de ambtenaar wilde de loterij graag volgen. Tussendoor was er tijd voor de bouwaanvraag van Henri, die de ambtenaar ergens onderop de stapel vandaan viste.

‘Wie is uw advocaat?’ vroeg de burgemeester. Zijn donkere wenkbrauwen fronsten zich, zodat ze elkaar raakten en samen een harige rups vormden.

Boven het hoofd van Henri ontstond een vraagteken. ‘Niet nodig, het gaat om een bouwvergunning.’

‘Bouwen in landelijk gebied gaat lastig worden, heeft niemand u dat verteld? Het is “rustico” grond!’ De ambtenaar en de burgemeester keken naar Henri alsof hij het domste kind van de klas was.

‘Mijn architect gaf aan dat het ongetwijfeld goed zou komen.’ Zijn ongeduld en irritatie kwamen nu sneller op dan de zon die ochtend.

De ambtenaar bekeek de bouwaanvraag nog eens goed, wat een eeuwigheid leek te duren, schraapte zijn keel en schudde toen meewarig het hoofd terwijl hij het dossier dichtsloeg.

Henri kreeg geen lucht meer. De spiersamentrekking onder zijn linkeroog wilde nu niet weggaan. Wie denken ze wel wie ze voor zich hebben?

‘Wat is er zo lastig aan? Bij de aanvraag heb ik er niets over gehoord. Ik wil zo snel mogelijk die vergunning!’ Zijn Spaans was weleens vloeiender geweest, maar het volume compenseerde dit keer veel. Om het af te maken ging hij staan, hoewel hij zittend ook al uittorende boven deze Spaanse lilliputters.

De burgemeester glimlachte minzaam, waardoor de rups in tweeën brak. ‘Dat is afhankelijk van het waterschap. Als zij akkoord gaan, nemen wij het dossier verder in behandeling.’

Ondertussen schalden de loterijnummers door het kamertje.

‘En wanneer gaat het waterschap akkoord? Kan dat deze week nog?’ vroeg hij schor.

‘Daar gaan wij niet over. Anders komt u volgende maand nog eens terug?’ De rupsen bewogen niet, kwamen geen millimeter van hun plek.

‘Bingo!’ riep de ambtenaar, terwijl hij opsprong.

Henri stond op en vertrok, hij moest frisse lucht hebben. Buiten brandde de verstikkende zon ongenadig op zijn melkwitte benen.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch