Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

STUK

Door Roos Voorhorst

Scene 1: Aan tafel

Het gezin, Bal, El, Be en To aan tafel. Ze eten aardappels, een lichtelijke spanning. De camping loopt niet goed, en Bal wordt hier buiten gehouden door El en Be.

BAL

De zaken gaan goed hè.

EL

Ja.

Heel goed.

Wie wil er nog een aardappel?

BAL

En eh.

De plekken?

EL

To?

Be?

Ikzelf?

Ik lust zelf nog best een aardappel.

BAL

Qua bezetting.

Zijn het meer caravans of tenten?

EL

Beetje jus.

BE

Hoe gaat het eigenlijk met je pap?

BAL

Met mij gaat het goed.

Ik ben vooral benieuwd naar de plekken.

BE

Je doet de hele dag zo niks.

Je zit maar te pulken.

Aan die nagel.

Ik vraag het me toch af.

EL

Wat vraag je je af?

BE

Hoe je het doet.

EL

Hoe hij het doet?

Hoe hij wat doet?

Bal doet niet zoveel hè.

Iemand anders doet het hier.

Ík doe de camping.

BAL

Ja, El.

Kan ik wat taken van je overnemen misschien?

Ik ben er wel weer aan toe voel ik.

EL

Nee hoor.

Neem maar lekker je rust.

Alles gaat goed.

BE

Laat het pap.

BAL

De financiële dingen bijvoorbeeld.

Dat gedeelte.

Kan ik makkelijk.

Gezien mijn geschiedenis in de cijfertjes.

EL

Ja maar de vorige keer is dat ook niet goed gegaan.

BAL

Omdat de zaak failliet aan het gaan was.

EL

Precies.

Stilte

EL

Doe nou maar rustig aan.

Gewoon.

BE

Ik denk dat hij het wel weer kan.

Afleiding van die vieze nagel.

EL

Het is geen goed idee.

BAL

Ja, El.

Afleiding.

EL

Het is geen goed idee.

Stilte

BAL

Die nagel begint toch weer te irriteren.

EL

En wie neemt er nou die laatste aardappel?

Ik neem het niet hoor!

Wie?

Niemand?

GOED.

ÍK HEB ERVOOR GEWERKT.

DAN EET ÍK HEM OP.

IK EET HEM HELEMAAL OP.

Bal, jij kan niet eens de laatste aardappel opeten.

Laat staan dat je klaar bent voor de campingfinanciën.

Geldzorgen zijn kopzorgen.

Caravans, tenten, statistieken, faillissementen, salarissen, de douchehokken-

To.

Waar is To?

Scene 2: Bossen

Be komt aan op zijn rolschaatsen. Hij bespiedt To die staat te zoenen met een man, Willemar. Hij wil weer wegschaatsen, maar blijft met zijn rolschaatsen achter het gras haken, hij valt.

TO

Be?

BE

To?

TO

Je hebt me niet gezien.

WILLEMAR

Wie is dat?

To knoopt het bovenste knoopje van haar truitje dicht en loopt weg.

BE

Ik heb je wel gezien.

Hoelang sta je hier al?

En wie is dát?

Ik heb je haarscherp gezien.

En dat je knoopjes open staan ook.

Heb je enig idee hoe de douchehokken erbij staan?

En de toiletten?

Het stinkt.

Hoe kan je nou zo staan te ranzen naast een.

Een –

Poep…

Hok.

Viezerig.

TO

Ik wil dat je niets zegt.

WILLEMAR

Hallo, ik zal me even voorstellen.

Willemar.

BE

Naar To

Ik ga wel wat zeggen.

Naar Willemar

En hoe oud is Willemar?

Naar To

Je bent een verrader voor papa.

Hij is nog kwetsbaar, je kan hem niet met deze sores oplazeren.

WILLEMAR

Opzadelen.

BE

Wat?

WILLEMAR

Zadelen, ik denk dat je dat bedoelt.

TO

Ik zei: ik wil dat je niets zegt.

BE

En ik zei dat ik je heb gezien.

Ik weet zelfs hoe ‘ie heet.

Wildebar.

Ofzo.

WILLEMAR

Willemar

Be –probeert – weg te rijden, valt, struikelt.

TO

Als jij mij hebt gezien dan verraad ik jou.

WILLEMAR

Maar To, zo erg is het toch niet?

TO

Willemar, het is wel zo erg.

Kijk nou naar mij.

En naar jou.

BE

Je doet je best maar.

Ik hoereer tenminste niet.

TO

Ik weet dat je weggaat.

Ik heb niets gezegd tegen papa en mama omdat ik blij ben dat je oprot.

Je voegt hier toch niets nuttigs toe aan de camping

BE

Dat is niet waar.

Ik doe wel dingen.

WILLEMAR

Wat doe je zoal, Be?

BE

Ik help onze moeder, met het geld.

En jij?

TO

O?

WILLEMAR

Ik heb een eigen bedrijf.

BE

Ja To.

Dat wist jij niet.

Ik help de moeder tenminste als de vaderfiguur uit het zicht lijkt te raken.

Naar Willemar

Dan lopen de zaken zeker goed.

WILLEMAR

Ja, …

Hoe mag ik je noemen?

BE

Be.

WILLEMAR

Ik eet elke avond kreeft en biefstuk.

TO

Als jij achttien bent pak jij je tas en vertrek je naar de stad.

Dan ga je roken en drinken.

Diep nadenken.

En in de diepte staren.

Het leven.

Artistieke experimenten doen.

Jezelf met meisjes én jongens vergezellen

BE

Ga weg.

WILLEMAR

Ik was inderdaad niet van plan lang te blijven.

TO

Willemar stop.

WILLEMAR

Waarmee?

BE

Ik moet gaan.

TO

Met praten.

Naar Be

Je maakt mama en papa diep teleurgesteld.

Papa wordt weer depressief.

En dan? Wat ga je doen?

Wat denk je hoe mama zich voelt Be?

Wat ben je een fantastische zoon, zo een die z’n vader depressief maakt.

Dus.

Wat ga jij straks zeggen als je thuis komt?

BE

Dat ik je niet heb gezien.

TO

Goed.

Dan heb ik jou ook niet gezien.

Scene 3: Mot

Be is terug van het zoeken. Bal is niet van zijn plek geweest, El draait gehaktballen.

BAL

Waar was je?

BE

To zoeken.

BAL

Goed.

En?

BE

Wat?

BAL

Wat wat?!

BE

Hoe laat gaan we eten?

EL

Zes uur.

BAL

Waar is To?

BE

Anders kom je zelf eens van je luie reet af.

EL

Be!

BE

Ga je dochter zoeken als je het zo belangrijk vindt.

BAL

We hebben al dagen last van stink wc’s.

Doucheputjes vol met haren.

Er wordt niet schoongemaakt.

De gasten haken af.

Ik wil weten waar To is.

En zelf ben ik herstellende.

Dus kan ik mijn stoel niet uit.

Ik heb een zoon.

Die voor de rest niks doet behalve rolschaatsen.

Dus El, sta me hier even bij.

El zwijgt

BAL

El.

EL

Ja.

BAL

Dank je.

Dus, waar is To?

BE

Ik weet het niet.

EL

Be, weet je dat zeker?

Waar ben je allemaal wezen kijken?

BE

Gewoon.

Wat gaan we eten?

EL

Bij de douchehokken?

BE

Ja.

EL

En daar was ze niet?

BE
Nee.

BAL

Be, als jij liegt.

Dan geef ik je zo’n draai om je oren.

Ik grijp je bij je lurven en sleep je naar de douches om eigenhandig alle klossen haar met je tanden eruit te happen.

Ik laat het je doorslikken.

Maar eerst moet je kauwen.

BE

Maar ik lieg niet.

BAL

Je liegt niet.

In dat geval, in dat geval blijf ik zitten.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch